Getypte pagina van een jaarverslag of statistisch overzicht (pagina 4).
Personen op deze lijst
De parser heeft deze regels uit de scan gehaald. Gekoppelde personen linken door naar hun dossier.
Transcriptie
Getypte pagina van een jaarverslag of statistisch overzicht (pagina 4). Betreft de cijfers over het jaar 1935, vergeleken met 1934. Waarschijnlijk opgesteld begin 1936. 4
een vermindering dus met ongeveer 6%; in het 4e kwartaal bedroeg het aantal 22.340.400 tegen 23.780.600, of eveneens ongeveer 6% minder. De bussen vervoerden in 1935 7.295.800 personen tegen 8.184.400 in 1934 of byna 11% minder; in het 4e kw. resp. 1.836.400 en 2.004.500, dus byna 8% minder.
Het aantal verkeersongevallen, dat ter kennis van de politie kwam, verminderde met ruim 7% van 9228 in 1934 tot 8559; het aantal ernstige ongevallen, n.l. die welke dood, ernstig letsel en zware materieele schade ten gevolge hadden, nam iets minder af, n.l. met 6% van 1306 tot 1227; het aantal ongevallen met doodelyken afloop bleef gelyk, n.l. 50; in het 4e kwartaal was deze vermindering iets kleiner, n.l. voor het totaal aantal ongevallen 5% van 2237 tot 2125 en voor dat der ernstige 2.6% van 306 tot 298. Het aantal met doodelyken afloop was 1 grooter (14 tegen 13).
Verbruik.
In het afgeloopen jaar was het verbruik van electrischen stroom zonder dat voor tram en openbare verlichting, iets kleiner dan in 1934 (242.112.000 k.W.h tegen 243.965.000); het verbruik voor een aantal industrieele inrichtingen bedroeg 54.986.000 k.W.h. tegen 56.678.000 in 1934; in het 4e kwartaal valt hier een kleine toeneming waar te nemen (14.786.000 k.W.h. tegen 14.639.000 in het 4e kw. 1934).
Het verbruik van gas liep wederom aanzienlyk terug, n.l. van 97.693.700 m3 tot 85.507.500 of met 12.5%; daarentegen was het verbruik van water iets grooter (35.781.000 m3 tegen 35.510.000).
Voor gebruik ter plaatse werden aan het abattoir meer runderen (44.019 tegen 43.670), vette en graskalveren (28.072 tegen 27.787) en schapen geslacht (30.435 tegen 20.668); ook het aantal nuchtere kalveren was hooger (15.215 tegen 12.027); het aantal varkens echter was veel lager (38.475 tegen 52.085), terwyl ook het aantal paarden terugliep (1797 tegen 2245). Het verbruik van buitenlandsch vleesch verminderde van 296.862 kg tot 189.884, terwyl ook de aanvoer van Deensche runderen lager was (4484 tegen 5713).
De kosten van het levensonderhoud waren zoowel voor de arbeidersgezinnen als voor de gezinnen van meergegoeden in December 1935 lager dan in de overeenkomstige periode van 1934. Op de basis van 1913 = 100 bedroeg het indexcyfer dier kosten:
| Voor arbeidersgezinnen: | ||||
|---|---|---|---|---|
| Dec., 1934 | Maart. '35 | Juni '35 | Sept. '35 | Dec. '35 |
| 138.8 | 136.7 | 135.8 | 135.6 | 136.7 |
Voor gezinnen van meergegoeden:
133.3 131.5 131.7 129.7 130.6.
De woningvoorraad vermeerderde in het afgeloopen jaar met 4628 (6459). Er werden 6914 (8111) woningen voltooid, waarvan 4046 (6565) op nieuw terrein, terwyl er door afbraak, veranderde bestemming, enz. 2286 (1652) aan den voorraad werden onttrokken. Aan het eind van het jaar stonden 10.070 (8534) woningen te huur en waren er 1151 (3480) in aanbouw.
Het tekort, berekend volgens de methode van Halle, had op 1 Januari plaats gemaakt voor een overschot van 420; in het afgeloopen jaar vermeerderde dit met 2091 tot 2511 op 31 December.
Belastingen.
De totale opbrengst der door het ryk in Amsterdam geheven belastingen was in 1935 ruim f.5.000.000 hooger dan in 1934. Deze vermeerdering, by welker beoordeeling rekening moet worden gehouden met verhooging van het tarief by sommige heffingen, valt vooral toe te schryven aan de hoogere opbrengst der invoerrechten (f.46.509.500 tegen f.38.635.200); een hoogere opbrengst vertoonden verder de accynzen op zout (f.5.200 tegen f.500), op suiker (f.21.790.400 tegen f.20.608.000); op tabak (f.9.224.100 tegen f.6.745.600) en de motorrytuigenbelasting (f.1.946.300 tegen f.1.381.400). Tegenover deze hoogere opbrengsten staat een lagere voor de belasting naar het inkomen en het vermogen (f.35.534.100 tegen f.36.642.100); de dividend- en tantièmebelasting (f.4.185.300 tegen f.5.625.300); de accynzen op geslacht (f.1.393.600 tegen f.2.105.700); op wyn (f.373.700 tegen f.514.200); Dit document is een statistisch jaaroverzicht, waarschijnlijk een fragment uit een gemeenteverslag van Amsterdam. Het biedt een gedetailleerd inzicht in de sociaaleconomische staat van de stad midden in de jaren dertig. Opvallende trends zijn:
* Daling in mobiliteit en consumptie: Er is een significante daling in het aantal buspassagiers en het gasverbruik (12,5%). Dit duidt op economische krimp of veranderend consumentengedrag.
* Woningmarkt: De woningmarkt slaat om van een tekort naar een overschot, wat kan duiden op zowel een toename in de bouw als een afnemende vraag door de economische crisis.
* Deflatie: De indexcijfers voor het levensonderhoud dalen over de gehele linie ten opzichte van 1934.
* Verschuiving in belastingen: Hoewel de totale belastingopbrengst stijgt, komt dit door indirecte belastingen (invoerrechten, tabak, suiker) en tariefverhogingen. De opbrengst uit inkomsten- en vermogensbelasting daalt juist, wat een direct gevolg is van de economische recessie (lagere inkomens). Het jaar 1935 valt midden in de 'Grote Depressie' of de Crisistijd. Nederland, en specifiek een grote handelsstad als Amsterdam, leed onder de wereldwijde economische neergang. De kabinetten-Colijn voerden in deze periode een strakke bezuinigingspolitiek en hielden vast aan de gouden standaard, wat leidde tot aanhoudende deflatie en hoge werkloosheid.
De tekst maakt gebruik van de "methode van Halle", een in die tijd gebruikelijke statistische methode om de woningbehoefte te berekenen op basis van gezinssamenstelling en inkomen. Het vermelde abattoir verwijst naar het Gemeentelijk Slachthuis aan de Cruquiusweg. De spelling met 'y' in plaats van 'ij' (byna, gelyk) was destijds nog veelvoorkomend in ambtelijke stukken, hoewel de spelling-Marchant in 1934 was ingevoerd. Politie
Samenvatting
Dit document is een statistisch jaaroverzicht, waarschijnlijk een fragment uit een gemeenteverslag van Amsterdam. Het biedt een gedetailleerd inzicht in de sociaaleconomische staat van de stad midden in de jaren dertig. Opvallende trends zijn:
* Daling in mobiliteit en consumptie: Er is een significante daling in het aantal buspassagiers en het gasverbruik (12,5%). Dit duidt op economische krimp of veranderend consumentengedrag.
* Woningmarkt: De woningmarkt slaat om van een tekort naar een overschot, wat kan duiden op zowel een toename in de bouw als een afnemende vraag door de economische crisis.
* Deflatie: De indexcijfers voor het levensonderhoud dalen over de gehele linie ten opzichte van 1934.
* Verschuiving in belastingen: Hoewel de totale belastingopbrengst stijgt, komt dit door indirecte belastingen (invoerrechten, tabak, suiker) en tariefverhogingen. De opbrengst uit inkomsten- en vermogensbelasting daalt juist, wat een direct gevolg is van de economische recessie (lagere inkomens).
Historische context
Het jaar 1935 valt midden in de 'Grote Depressie' of de Crisistijd. Nederland, en specifiek een grote handelsstad als Amsterdam, leed onder de wereldwijde economische neergang. De kabinetten-Colijn voerden in deze periode een strakke bezuinigingspolitiek en hielden vast aan de gouden standaard, wat leidde tot aanhoudende deflatie en hoge werkloosheid.
De tekst maakt gebruik van de "methode van Halle", een in die tijd gebruikelijke statistische methode om de woningbehoefte te berekenen op basis van gezinssamenstelling en inkomen. Het vermelde abattoir verwijst naar het Gemeentelijk Slachthuis aan de Cruquiusweg. De spelling met 'y' in plaats van 'ij' (byna, gelyk) was destijds nog veelvoorkomend in ambtelijke stukken, hoewel de spelling-Marchant in 1934 was ingevoerd.