Archief 745
Inventaris 745-370
Pagina 341
Jaar 1942
Document
Stadsarchief

Jaarverslag / Ambtelijk rapport (fragment, pagina 4 en 5).

Administratieve Lijst Betreft het verslagjaar 1941 (gepubliceerd begin 1942). Onbekend nvt 14 persoonsregels
14 controle nodig

Personen op deze lijst

De parser heeft deze regels uit de scan gehaald. Gekoppelde personen linken door naar hun dossier.

Albert Cuypstraat Amstelveld Dapperstraat Gaaspstraat Joubertstraat Lindengracht Mosplein Nieuwmarkt Noordermarkt Ten Katestraat Vischmarkt Waterlooplein Westerstraat Zwanenburgwal
14 controle nodig Regels met lagere zekerheid of OCR-/transcriptiewaarschuwing
# Naam Adres Markt Product Zekerheid Waarschuwing Actie Bronregel
1 Markten half-jaarplaatsen 1941 weekplaatsen 1940 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Markten | half-jaarplaatsen 1940 | half-jaarplaatsen 1941 | weekplaatsen 1940 | weekplaatsen 1941 | dagplaatsen 1940 | dagplaatsen 1941 |
2 Nieuwmarkt 6 3.775 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Nieuwmarkt | 23 | 6 | 3.775 | 2.935 | 6.110 | 3.158 |
3 Waterlooplein 20 9.575 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Waterlooplein | 23 | 20 | 9.575 | 7.040 | 15.685 | 9.960 |
4 Dapperstraat 70 7.051 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Dapperstraat | 85 | 70 | 7.051 | 4.150 | 7.260 | 6.047 |
5 Albert Cuypstraat 31 13.980 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Albert Cuypstraat | 41 | 31 | 13.980 | 13.533 | 19.343 | 15.456 |
6 Ten Katestraat 30 9.530 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Ten Katestraat | 36 | 30 | 9.530 | 8.596 | 8.019 | 5.754 |
7 Lindengracht 53 10.525 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Lindengracht | 71 | 53 | 10.525 | 8.605 | 11.503 | 8.665 |
8 Zwanenburgwal 1.702 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Zwanenburgwal | — | — | 1.702 | 964 | 4.006 | 3.669 |
9 Joubertstraat 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Joubertstraat | — | — | — | 299 | — | 290 |
10 Gaaspstraat 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Gaaspstraat | — | — | — | 1.267 | — | 1.685 |
11 Artikelen in den loop van het jaar uitgereikt in den loop van het jaar ingetrokken 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Artikelen | bij het begin van het jaar | in den loop van het jaar uitgereikt | in den loop van het jaar ingetrokken | aan het einde van het jaar |
12 Eet- of drinkwaren 49 61 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Eet- of drinkwaren | 371 | 49 | 61 | 359 |
13 Bloemen 16 29 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Bloemen | 195 | 16 | 29 | 182 |
14 Diverse artikelen 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Diverse artikelen | 8 | — | — | 8 |

Transcriptie

Jaarverslag / Ambtelijk rapport (fragment, pagina 4 en 5). Betreft het verslagjaar 1941 (gepubliceerd begin 1942). (Pagina 4)

De bestaande tijdelijke hulpmarkten werden voor ten hoogste een jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld in het verslagjaar bleef nagenoeg gelijk aan die van het vorige jaar.
In het verslagjaar werd aan brandstoffenmarkten ligplaats ingenomen:
per kalenderweek door 4848 schuiten (v.j. 3970) met een totalen inhoud van 258.627 ton (v.j. 214.935 ton) van 1000 kg laadvermogen;
per kalendermaand door 46 schuiten (v.j. 62) met een totalen inhoud van 3359 ton (v.j. 4778 ton) van 1000 kg laadvermogen;
per kalenderjaar door 237 schuiten (v.j. 248) met een totalen inhoud van 13.236 ton (v.j. 13.845 ton) van 1000 kg laadvermogen.

Vischmarkt.
De totale opbrengst der in het verslagjaar voor den afslag aangevoerde en dus van gemeentewege geveilde visch zoowel als de afslaggelden bedroegen minder dan het voorgaande jaar.
Aan aanvoergelden op het buitenterrein werd dit jaar belangrijk meer ontvangen dan het vorige jaar; aan entreegelden weinig meer.
In verband met de buitengewone omstandigheden was ook dit jaar de aanvoer van diverse zeevischsoorten gering.
Met ingang van 21 October werd na gepleegd overleg tusschen het Gemeentebestuur en de Nederlandsche Visscherijcentrale, aan den afslag alhier een voorloopige verdeelingsregeling ingevoerd voor aal, en de overige soorten zoetwatervisch onder den kleinhandel (en wel den straathandel). Door genoemde Centrale werden maatregelen getroffen, den aanvoer van deze soorten te vergrooten.
Ook de aanvoer van mosselen naar de hoofdstad werd bevorderd, door de inwerkingtreding van een regeling op 3 October, waarbij in samenwerking met de Nederlandsche Visscherijcentrale en het Centraal verkoopkantoor van de mosselen te Bergen op Zoom de mosselen te Amsterdam aan den afslag via een uit den handel gevormde combinatie onder de Amsterdamsche kleinhandelaren worden verdeeld.

Algemeene dagmarkten.
Als gevolg van maatregelen van Hooger Gezag werd de algemeene dagmarkt aan het Waterlooplein sedert 22 December niet meer gehouden.
Mede als gevolg van die maatregelen werden met ingang van 3 November tijdelijke hulpmarkten, uitsluitend toegankelijk voor Joodsche kooplieden en Joodsche marktbezoekers, ingesteld, namelijk op het Waterlooplein, in de Gaaspstraat en de Joubertstraat (Besluit Burgemeester van 31 October 1941, No. 951 L.M.).
De aanwijzing der bestaande tijdelijke hulpmarkten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld in het verslagjaar bedroeg minder dan het vorige jaar.
Het hieronder volgende staatje geeft een overzicht van de in 1940 en 1941 ingenomen plaatsen.

Markten half-jaarplaatsen 1940 half-jaarplaatsen 1941 weekplaatsen 1940 weekplaatsen 1941 dagplaatsen 1940 dagplaatsen 1941
Nieuwmarkt 23 6 3.775 2.935 6.110 3.158
Waterlooplein 23 20 9.575 7.040 15.685 9.960
Dapperstraat 85 70 7.051 4.150 7.260 6.047
Albert Cuypstraat 41 31 13.980 13.533 19.343 15.456
Ten Katestraat 36 30 9.530 8.596 8.019 5.754
Lindengracht 71 53 10.525 8.605 11.503 8.665
Zwanenburgwal 1.702 964 4.006 3.669
Joubertstraat 299 290
Gaaspstraat 1.267 1.685
Totaal 279 210 56.138 47.389 71.926 54.684

(Pagina 5)

III. Weekmarkten.
Boom- en bloemmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bleef nagenoeg constant.

Uilenburgmarkt.
De opbrengst aan marktgeld op deze markt, die als gevolg van de reeds bovengenoemde maatregelen sedert 2 Maart werd gehouden, vertoonde een sterken teruggang bij die van het vorige jaar. Tot dien datum werden ingenomen 3216 dagplaatsen. (Handgeschreven toevoeging in de kantlijn: niet meer)

Algemeene weekmarkten.
De aanwijzing der tijdelijke hulpmarkten van deze markten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld van de algemeene weekmarkten liep terug.
In het verslagjaar werden op de volgende markten de daarachter vermelde dagplaatsen ingenomen — de tusschen haakjes geplaatste getallen vermelden de overeenkomstige gegevens over 1940 — Westerstraat 15.395 (18.441); Sumatrastraat 2437 (3092); Jan Evertsenstraat 2889 (3563); Noordermarkt 5619 (9395); Amstelveld 6637 (8451); Mosplein 5775 (7415); totaal 38.752 (51.395).
Halfjaarplaatsen en weekplaatsen werden hier niet ingenomen.

IV. Standplaatsen buiten de markten.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal vergunningen door den Burgemeester in 1941 verleend voor het innemen van standplaatsen buiten de markten.

Artikelen bij het begin van het jaar in den loop van het jaar uitgereikt in den loop van het jaar ingetrokken aan het einde van het jaar
Eet- of drinkwaren 371 49 61 359
Bloemen 195 16 29 182
Diverse artikelen 8 8
Totaal 574 65 90 549

Van deze vergunningen waren aan het einde van het jaar 73 voor een gedeelte van het jaar verleend.
Voor het uitstallen van kerstboomen en hulst werden 108 (v.j. 140) tijdelijke vergunningen uitgereikt.
De opbrengst der standplaatsgelden, waarin is begrepen een bedrag wegens het z.g. kramengeld, welke belasting op 1 December 1938 werd ingevoerd, vertoonde een teruggang.

V. Ventverordening.
Op 1 Januari waren door Burgemeester en Wethouders verleend 2898 vent- en opkoopersvergunningen; op 31 December bedroeg dit aantal 2408.
Van de aantallen ventvergunningen der diverse groepen van artikelen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar worden genoemd: aardappelen, groenten en fruit 536 — 554, bloemen en planten 538 — 426, brandstoffen (w.o. petroleum) 91 — 39, geringe eetwaren en consumptie-ijs 305 — 321, visch en zuurwaren 567 — 480, boter, kaas en eieren 87 — 59, diversen en manufacturen 295 — 240.
De aantallen opkoopersvergunningen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar bedroegen resp. 479 en 289.
De opbrengst der ventgelden was in het verslagjaar minder dan het voorgaande jaar.

De Directeur van het Marktwezen,
C. F. SIXMA.

--- * Economische krimp: Het document toont een duidelijke daling in marktactiviteit over de gehele linie. Het totaal aantal ingenomen dagplaatsen op algemene markten daalde van 71.926 in 1940 naar 54.684 in 1941. Ook het aantal ventvergunningen en opkopersvergunningen nam fors af.
* Schaarste: De daling in de aanvoer van vis en brandstoffen (zoals petroleum) wijst op de toenemende schaarste door de oorlogsomstandigheden en de blokkades. Er is sprake van een "verdeelingsregeling" (distributie).
* Segregatie: Het meest opvallende administratieve feit is de expliciete vermelding van de instelling van gescheiden markten. Joodse kooplieden en burgers werden verbannen van de reguliere markten (zoals het Waterlooplein) en verwezen naar specifieke "hulpmarkten" in de Gaaspstraat en Joubertstraat.
* Handgeschreven annotatie: Bij de Uilenburgmarkt staat "niet meer", wat suggereert dat deze markt (gelegen in de oude Joodse buurt) gedurende het jaar of vlak daarna volledig is opgeheven.

--- Dit document is een cruciale primaire bron voor de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. 1941 was het jaar waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland radicaliseerden.

  1. De Holocaust in de bureaucratie: De oprichting van "Joodse markten" in november 1941 was een directe stap in het proces van isolatie van de Joodse bevolking. Door hen fysiek te scheiden van de rest van de bevolking, werd de weg vrijgemaakt voor verdere deportaties. De Gaaspstraat en Joubertstraat lagen in de Transvaalbuurt, die door de bezetter als onderdeel van het "Judenviertel" werd aangewezen.
  2. "Hooger Gezag": De term "Hooger Gezag" in de tekst is een eufemisme voor de Duitse bezettingsautoriteiten (zoals de Beauftragte voor Amsterdam). Het stadsbestuur voerde de verordeningen van de nazi's uit.
  3. C.F. Sixma: Cornelis Frederik Sixma was directeur van het Marktwezen. Zijn verslagen bieden een zakelijke, bijna kille statistische weergave van een periode van enorme maatschappelijke ontwrichting en discriminatie.

Samenvatting

  • Economische krimp: Het document toont een duidelijke daling in marktactiviteit over de gehele linie. Het totaal aantal ingenomen dagplaatsen op algemene markten daalde van 71.926 in 1940 naar 54.684 in 1941. Ook het aantal ventvergunningen en opkopersvergunningen nam fors af.
  • Schaarste: De daling in de aanvoer van vis en brandstoffen (zoals petroleum) wijst op de toenemende schaarste door de oorlogsomstandigheden en de blokkades. Er is sprake van een "verdeelingsregeling" (distributie).
  • Segregatie: Het meest opvallende administratieve feit is de expliciete vermelding van de instelling van gescheiden markten. Joodse kooplieden en burgers werden verbannen van de reguliere markten (zoals het Waterlooplein) en verwezen naar specifieke "hulpmarkten" in de Gaaspstraat en Joubertstraat.
  • Handgeschreven annotatie: Bij de Uilenburgmarkt staat "niet meer", wat suggereert dat deze markt (gelegen in de oude Joodse buurt) gedurende het jaar of vlak daarna volledig is opgeheven.

Historische context

Dit document is een cruciale primaire bron voor de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. 1941 was het jaar waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland radicaliseerden.

  1. De Holocaust in de bureaucratie: De oprichting van "Joodse markten" in november 1941 was een directe stap in het proces van isolatie van de Joodse bevolking. Door hen fysiek te scheiden van de rest van de bevolking, werd de weg vrijgemaakt voor verdere deportaties. De Gaaspstraat en Joubertstraat lagen in de Transvaalbuurt, die door de bezetter als onderdeel van het "Judenviertel" werd aangewezen.
  2. "Hooger Gezag": De term "Hooger Gezag" in de tekst is een eufemisme voor de Duitse bezettingsautoriteiten (zoals de Beauftragte voor Amsterdam). Het stadsbestuur voerde de verordeningen van de nazi's uit.
  3. C.F. Sixma: Cornelis Frederik Sixma was directeur van het Marktwezen. Zijn verslagen bieden een zakelijke, bijna kille statistische weergave van een periode van enorme maatschappelijke ontwrichting en discriminatie.

Metadata

TypeJaarverslag / Ambtelijk rapport (fragment, pagina 4 en 5).
Lijsttypeadministratieve lijst
Scopemarkt
Schriftonbekend
Handschriftnvt
Confidence90%