Archieflijst
Personen op deze lijst
De parser heeft deze regels uit de scan gehaald. Gekoppelde personen linken door naar hun dossier.
Voor deze lijst zijn nog geen regels uitgepakt.
Transcriptie
Ongetiteld, maar historisch te plaatsen in 1942. Th. Beek
Voorloopige voorschriften voor de behandeling van de
steunaanvragen van gezinsleden van tewerkgestelden
in de Joodsche werkkampen.
--------------------------------------------------
Indien een gezinslid van een tewerkgestelde zich
bij de Afdeeling Buitenkampen (J) om steun komt melden,
dient de loketambtenaar zich door ondervraging en aan
de hand van de mutatiekaarten ervan te vergewissen, dat
de steunaanvrage inderdaad gemotiveerd is.
Steun kan bv. _niet_ worden verleend :
1e. indien de tewerkgestelde volle weken werkt en geringe
verdiensten heeft.
2e. indien de concubine van den tewerkgestelde zich
voor hulp komt melden.
3e. indien de tewerkgestelde wegens werkweigering in
het kamp of schorsing niets of weinig verdient.
Blijkt de steunaanvrage gemotiveerd, dan verstrekt
de loketambtenaar een steunaanvraagformulier No. 32/202
en adviseert hierbij :
a) dit formulier _thuis volledig_ in te vullen en te
onderteekenen en hierop te vermelden het kamp waar-
in man of zoon vertoeft,
b) een bewijs van inschrijving te halen aan het Bevol-
kingsregister, hetwelk aldaar kosteloos verstrekt
wordt,
en deelt mede, dat dagelijks - behalve op Zaterdag -
tusschen 10 en 12 uur steun kan worden aangevraagd aan de
Galerij, waarbij dient te worden meegebracht :
1e. het volledig ingevulde en onderteekende aanvraag-
formulier,
2e. het bewijs van inschrijving,
3e. event. trouwboekje,
4e. kaart(en) G.A.B. van eventueele werklooze gezins-
leden boven 14 jaar.
Wanneer de steunbehoevende zich tusschen 10 en 12 uur
voorzien van de vereischte papieren bij den loketambtenaar
komt melden, vult deze aan de hand van het bewijs van in-
schrijving - _dat hij mèt het ingevulde aanvraagformulier_
_inneemt_ - een indicateursbriefje No. 130 in, waarop ver-
meld dient te worden : Naam, voorletter(s) en geboortedatum
van man en vrouw, steunnummer, huisadres te Amsterdam,
kamp waarin de man vertoeft, alsmede datum van aanvraag en
paraaf.
Indien het een partij betreft die door de Afdeeling W.V.
genummerd is aan de hand van den geboortedatum, informeert
hij bij aanvrager, of nimmer steun genoten werd. In het ont-
kennende geval dient op het indicateurbriefje vermeld te
worden : " N.O." (nieuwe onderstand). Deelt men mede, vroe-
ger wel steun te hebben genoten, dan dient te worden ge-
vraagd wanneer, aan welk adres en van welk bureau. De loket-
ambtenaar vermeldt voorts op de mutatiekaart en aan de
achterzijde van het bewijs van inschrijving de datum van
de steunaanvraag.
De binnengekomen aanvragen worden denzelfden dag via
- 2 - Dit document is een procedureel voorschrift voor de bureaucratische afhandeling van steunaanvragen voor gezinnen van Joodse mannen die tewerkgesteld waren in de Nederlandse werkkampen tijdens de Duitse bezetting.
Belangrijke observaties:
* Uitsluitingscriteria: De instructie is restrictief. Steun wordt geweigerd bij "geringe verdiensten" (lage lonen werden dus als voldaan beschouwd), aan ongehuwde partners ("concubines"), of als de tewerkgestelde gestraft was voor "werkweigering".
* Bureaucratische controle: De nadruk ligt op nauwkeurige verificatie via mutatiekaarten, geboortedatums en inschrijvingen bij het Bevolkingsregister.
* Terminologie: Het gebruik van de "Afdeeling Buitenkampen (J)" is typerend voor de segregatie en administratieve afhandeling van Joodse aangelegenheden door de overheid tijdens de bezetting. "N.O." staat voor "Nieuwe Onderstand", een term uit de armenzorg.
* Locatie: De aanvragen moesten worden ingediend bij "de Galerij", wat waarschijnlijk verwijst naar de Galerij van Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam, waar destijds sociale diensten gehuisvest waren. Vanaf januari 1942 werden in Nederland Joodse mannen opgeroepen voor tewerkstelling in werkkampen binnen Nederland (zoals kamp Westerbork voordat het een doorgangskamp werd, en vele kleinere kampen in Noord- en Oost-Nederland). Deze kampen stonden onder leiding van de Rijksdienst voor de Werkverruiming.
Toen de kostwinners uit de gezinnen werden weggehaald, raakten veel gezinnen in financiële nood. De overheid stelde een minimale steunregeling in, die echter aan zeer strenge bureaucratische regels was gebonden, zoals dit document illustreert. Het document toont de kille, ambtelijke kant van de Jodenvervolging: terwijl mannen werden afgevoerd naar dwangarbeid, werd de financiële nood van hun gezinnen behandeld als een louter administratief proces met vele mogelijkheden tot afwijzing. Kort na de periode waarin dit document werd opgesteld (zomer 1942), begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in Polen, waarmee ook de werkkampen in Nederland werden leeggehaald. Puls
Samenvatting
Dit document is een procedureel voorschrift voor de bureaucratische afhandeling van steunaanvragen voor gezinnen van Joodse mannen die tewerkgesteld waren in de Nederlandse werkkampen tijdens de Duitse bezetting.
Belangrijke observaties:
* Uitsluitingscriteria: De instructie is restrictief. Steun wordt geweigerd bij "geringe verdiensten" (lage lonen werden dus als voldaan beschouwd), aan ongehuwde partners ("concubines"), of als de tewerkgestelde gestraft was voor "werkweigering".
* Bureaucratische controle: De nadruk ligt op nauwkeurige verificatie via mutatiekaarten, geboortedatums en inschrijvingen bij het Bevolkingsregister.
* Terminologie: Het gebruik van de "Afdeeling Buitenkampen (J)" is typerend voor de segregatie en administratieve afhandeling van Joodse aangelegenheden door de overheid tijdens de bezetting. "N.O." staat voor "Nieuwe Onderstand", een term uit de armenzorg.
* Locatie: De aanvragen moesten worden ingediend bij "de Galerij", wat waarschijnlijk verwijst naar de Galerij van Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam, waar destijds sociale diensten gehuisvest waren.
Historische context
Vanaf januari 1942 werden in Nederland Joodse mannen opgeroepen voor tewerkstelling in werkkampen binnen Nederland (zoals kamp Westerbork voordat het een doorgangskamp werd, en vele kleinere kampen in Noord- en Oost-Nederland). Deze kampen stonden onder leiding van de Rijksdienst voor de Werkverruiming.
Toen de kostwinners uit de gezinnen werden weggehaald, raakten veel gezinnen in financiële nood. De overheid stelde een minimale steunregeling in, die echter aan zeer strenge bureaucratische regels was gebonden, zoals dit document illustreert. Het document toont de kille, ambtelijke kant van de Jodenvervolging: terwijl mannen werden afgevoerd naar dwangarbeid, werd de financiële nood van hun gezinnen behandeld als een louter administratief proces met vele mogelijkheden tot afwijzing. Kort na de periode waarin dit document werd opgesteld (zomer 1942), begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in Polen, waarmee ook de werkkampen in Nederland werden leeggehaald.