M. Sypestein
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Handgeschreven brief (correspondentie).
De schrijver van de brief reageert op een eerdere mededeling van de inspectie van het Marktwezen. De kern van de brief is een verzoek om een vergunning of toewijzing voor de handel in zoetwatervis. De schrijver geeft toe dat hij hierin geen ervaring heeft ("inderdaad nooit in zoetwatervisch gehandeld heb"), maar baseert zijn recht op een standplaats op het feit dat hij een plek heeft ingenomen die is vrijgekomen door het vertrek van een Joodse koopman. De toon is formeel, maar vasthoudend. De toevoeging "(en dat willen wij!)" verraadt een zekere assertiviteit van de nieuwe standplaatshouder. Hij beroept zich op de "billijkheid" en gaat ervan uit dat de "bevoegde instanties" (de Duitse bezetter of het door hen gecontroleerde bestuur) het met hem eens zullen zijn dat de nieuwe ("Arische") handelaren gefaciliteerd moeten worden.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]
Werkman bij de Commissie
# TRANSCRIPTIE [Linksboven handgeschreven:] m. S. 59686
M. de Haan.
Franschman Isaäc geb 10-5-'99 van Rustenb str. 77 II naar Chr. de Wetstraat 16.