T. Schmalz
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Document
De kern van dit document is een formeel negatief advies van een marktbeambte aan de Inspecteur van het Marktwezen. De koopman T. Schmalz-meijer, die een vaste standplaats heeft op de Albert Cuypmarkt (nummer 21/2), heeft verzocht om zijn aanwezigheid te mogen beperken tot slechts één dag per week (de zaterdag). De ambtenaar voert twee argumenten aan tegen dit verzoek: 1. **Handhaving:** De verzoeker is in de periode november 1938 tot januari 1939 al vaker gerapporteerd omdat hij zijn plaats niet regelmatig bezette. 2. **Precedentwerking en marktkwaliteit:** Het toestaan van incidentele aanwezigheid zou een precedent scheppen. Als meer kooplieden slechts één dag per week verschijnen, tast dit de continuïteit en de aantrekkingskracht van de dagmarkt aan. De schrijver gebruikt de term "verlopen" om aan te geven dat de markt hierdoor in verval zou raken. De toon van de brief is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd, waarbij het belang van de markt als instituut boven het individuele belang van de koopman wordt gesteld.
Relevante Archieffragmenten
- 3 -
Z. O. Z.
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]
Div. bylagen (w.o. teek).
# TRANSCRIPTIE Marktwezen. t.a.v. Hr. Muller.