Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 364
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

9 februari 1939. Van: Waarschijnlijk een marktmeester of opzichter (ondertekening lijkt op J.P. Moerkerken). Aan: Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

9 februari 1939. Waarschijnlijk een marktmeester of opzichter (ondertekening lijkt op J.P. Moerkerken). Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Adres of nr. 25/20/1 M 39.

WelEdelen Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

In verband met bijgaand verzoek van T. Schmalz-
meijer, pl. 21/2 A.C. bericht ik U het volgende:
Zoals uit bijgaand schrijven blijkt, is het de bedoeling
van verzoeker slechts één maal per week de dagmarkt
in de Albert Cuypstraat te bezoeken.
Bezet deze verzoeker alleen op Zaterdagen zijn
plaats, wat ten gevolge heeft gehad, dat hij gerap-
porteerd is wegens niet geregeld bezoeken van de markt
(Zie U.W. 50/ A.C. 21/11-38 t/m 12/1-39)!
M.i. is het niet gewenscht hem toestemming te
verleenen slechts één maal per week van zijn plaats
gebruik te maken, temeer verscheidene kooplieden
hetzelfde wenschen en zoodaan tot gevolg zal heb-
ben, dat de markt verloopt.
Ik adviseer U dan ook het verzoek niet te doen
inwilligen.

Amsterdam, 9 Febr. ’39
[Handtekening: J.P. Moerkerken] De kern van dit document is een formeel negatief advies van een marktbeambte aan de Inspecteur van het Marktwezen. De koopman T. Schmalz-meijer, die een vaste standplaats heeft op de Albert Cuypmarkt (nummer 21/2), heeft verzocht om zijn aanwezigheid te mogen beperken tot slechts één dag per week (de zaterdag).

De ambtenaar voert twee argumenten aan tegen dit verzoek:
1. Handhaving: De verzoeker is in de periode november 1938 tot januari 1939 al vaker gerapporteerd omdat hij zijn plaats niet regelmatig bezette.
2. Precedentwerking en marktkwaliteit: Het toestaan van incidentele aanwezigheid zou een precedent scheppen. Als meer kooplieden slechts één dag per week verschijnen, tast dit de continuïteit en de aantrekkingskracht van de dagmarkt aan. De schrijver gebruikt de term "verlopen" om aan te geven dat de markt hierdoor in verval zou raken.

De toon van de brief is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd, waarbij het belang van de markt als instituut boven het individuele belang van de koopman wordt gesteld. Het document dateert van februari 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Albert Cuypmarkt was in deze periode al de belangrijkste en drukte dagmarkt van Amsterdam. Het marktwezen was streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam; een standplaatsvergunning kwam met de plicht om de plek ook daadwerkelijk te gebruiken. Dit was essentieel voor de economische vitaliteit van de buurt en de inkomsten van de stad.

De referentie "A.C. 21/11-38 t/m 12/1-39" toont aan dat er een nauwkeurige administratie werd bijgehouden van de aanwezigheid van kooplieden. Het weerspiegelt een tijd waarin discipline op de werkvloer (en op de markt) streng werd gecontroleerd door toezichthouders van de gemeente. J.P. Moerkerken T. Schmalz Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

De kern van dit document is een formeel negatief advies van een marktbeambte aan de Inspecteur van het Marktwezen. De koopman T. Schmalz-meijer, die een vaste standplaats heeft op de Albert Cuypmarkt (nummer 21/2), heeft verzocht om zijn aanwezigheid te mogen beperken tot slechts één dag per week (de zaterdag).

De ambtenaar voert twee argumenten aan tegen dit verzoek:
1. Handhaving: De verzoeker is in de periode november 1938 tot januari 1939 al vaker gerapporteerd omdat hij zijn plaats niet regelmatig bezette.
2. Precedentwerking en marktkwaliteit: Het toestaan van incidentele aanwezigheid zou een precedent scheppen. Als meer kooplieden slechts één dag per week verschijnen, tast dit de continuïteit en de aantrekkingskracht van de dagmarkt aan. De schrijver gebruikt de term "verlopen" om aan te geven dat de markt hierdoor in verval zou raken.

De toon van de brief is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd, waarbij het belang van de markt als instituut boven het individuele belang van de koopman wordt gesteld.

Historische Context

Het document dateert van februari 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Albert Cuypmarkt was in deze periode al de belangrijkste en drukte dagmarkt van Amsterdam. Het marktwezen was streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam; een standplaatsvergunning kwam met de plicht om de plek ook daadwerkelijk te gebruiken. Dit was essentieel voor de economische vitaliteit van de buurt en de inkomsten van de stad.

De referentie "A.C. 21/11-38 t/m 12/1-39" toont aan dat er een nauwkeurige administratie werd bijgehouden van de aanwezigheid van kooplieden. Het weerspiegelt een tijd waarin discipline op de werkvloer (en op de markt) streng werd gecontroleerd door toezichthouders van de gemeente.

Genoemde Personen 2

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6