Handgeschreven brief (inkt op papier).
Origineel
Handgeschreven brief (inkt op papier). 26 november 1940. Mevr. E. Liebig (of Nabig), 2e Hugo de Grootstraat 64, Amsterdam. De Weledelen Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven stempel:]
Nº 66/24/1 M.1940 27/11
[Rechtsboven:]
A’dam, 26-11-’40
Den Weled. Heer Directeur
vh. Marktwezen te
Amsterdam.
[Potloodnotitie:]
u.v. m. Interna
m Broeme
Weledelen Heer,
Door bijzondere, Uw bekende omstandigheden, n.l. het verdwijnen van mijn echtgenoot, deel ik U door dezen mede dat ik op Zaterdag 30 November loods Nº 15 van de Centrale Markthallen verlaat.
Daar deze loods altijd op W de Groot heeft gestaan, zag hij (W. de Groot) gaarne een kleine plaats hiervoor terug liefst plaatselijkh. U bij voorbaat dankend.
Hoogachtend
Mevr. E. Liebig
2e Hugo de Grootstraat 64
[Linksonder:]
W. de Groot:
adres Bestevaerstr: 48 I
Amsterdam. In deze brief zegt de echtgenote van een markthandelaar (W. de Groot) de huur op van "Loods No. 15" in de Centrale Markthallen in Amsterdam. De reden die zij opgeeft is eufemistisch doch dwingend: "het verdwijnen van mijn echtgenoot". Zij refereert aan "Uw bekende omstandigheden", wat impliceert dat de directie van het Marktwezen op de hoogte is van de specifieke situatie rondom de afwezigheid van haar man.
Opmerkelijk is dat zij, ondanks het opgeven van de grote loods, vraagt om een "kleine plaats" (mogelijk een kleinere kraam of standplaats) voor haar man in de toekomst. De brief bevat twee adressen: haar eigen adres aan de 2e Hugo de Grootstraat en het (voormalige) adres van W. de Groot aan de Bestevaerstraat. Het document is gedateerd november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De term "het verdwijnen van mijn echtgenoot" in combinatie met de opmerking over "bekende omstandigheden" wijst in deze periode vaak op een arrestatie door de bezetter, internering of het plotseling moeten onderduiken.
De Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) waren het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Tijdens de bezetting vonden hier ingrijpende zuiveringen plaats, waarbij met name Joodse handelaren werden geweerd en hun vergunningen werden ingetrokken. Hoewel de naam "W. de Groot" zeer Nederlands is, kan de "verdwijning" ook te maken hebben met verzetsactiviteiten of andere politieke redenen die destijds onder de ambtenarij van de gemeente Amsterdam bekend waren. De brief illustreert hoe de oorlogsomstandigheden direct ingrepen in de dagelijkse bedrijfsvoering en de persoonlijke levens van de Amsterdamse marktkooplui. E. Liebig W. de Groot Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
In deze brief zegt de echtgenote van een markthandelaar (W. de Groot) de huur op van "Loods No. 15" in de Centrale Markthallen in Amsterdam. De reden die zij opgeeft is eufemistisch doch dwingend: "het verdwijnen van mijn echtgenoot". Zij refereert aan "Uw bekende omstandigheden", wat impliceert dat de directie van het Marktwezen op de hoogte is van de specifieke situatie rondom de afwezigheid van haar man.
Opmerkelijk is dat zij, ondanks het opgeven van de grote loods, vraagt om een "kleine plaats" (mogelijk een kleinere kraam of standplaats) voor haar man in de toekomst. De brief bevat twee adressen: haar eigen adres aan de 2e Hugo de Grootstraat en het (voormalige) adres van W. de Groot aan de Bestevaerstraat.
Historische Context
Het document is gedateerd november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De term "het verdwijnen van mijn echtgenoot" in combinatie met de opmerking over "bekende omstandigheden" wijst in deze periode vaak op een arrestatie door de bezetter, internering of het plotseling moeten onderduiken.
De Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) waren het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Tijdens de bezetting vonden hier ingrijpende zuiveringen plaats, waarbij met name Joodse handelaren werden geweerd en hun vergunningen werden ingetrokken. Hoewel de naam "W. de Groot" zeer Nederlands is, kan de "verdwijning" ook te maken hebben met verzetsactiviteiten of andere politieke redenen die destijds onder de ambtenarij van de gemeente Amsterdam bekend waren. De brief illustreert hoe de oorlogsomstandigheden direct ingrepen in de dagelijkse bedrijfsvoering en de persoonlijke levens van de Amsterdamse marktkooplui.