D.J. Everes
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Slot van een handgeschreven klachtenbrief met ambtelijke kanttekeningen/verslaglegging.
Het document is het laatste blad van een brief waarin de heer D.J. Everes zijn beklag doet over de bejegening van zijn vrouw door een marktopzichter op het Stadionplein in Amsterdam. De kern van de klacht is dat de ambtenaar zich niet beperkte tot zijn taak, maar "prikkelende" of "beledigende" opmerkingen maakte. Uit de korte samenvatting aan de rechterzijde blijkt wat er gebeurd is: mevrouw Everes wilde vis kopen (wat slechts eenmaal per week mocht) en vroeg of ze die week nog eens mocht terugkomen. De ambtenaar (aangeduid als 'B.') reageerde daarop cynisch door te vragen of ze dan "zooveel boter of olie" had (verwijzend naar de schaarste van vetten voor het bakken van vis). De ambtelijke conclusie (Besl.) rechtvaardigt de controle van het persoonsbewijs als een noodzakelijk middel om de "zwarte handel" te bestrijden, maar gaat niet expliciet in op de toon van de ambtenaar.
Relevante Archieffragmenten
Div. bylagen (w.o. teek).
- 3 -
# TRANSCRIPTIE M Duinhoven of C. Aertsen Doelstr 53 J v Galenstr 141 bij C Markt
(Bovenaan midden) @ A. Hegeman A. Lopes Dias L. Caransa
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]