Getypte brief op roze archiefpapier.
Origineel
Getypte brief op roze archiefpapier. 13 februari 1939. De Directeur (instelling niet expliciet vermeld, vermoedelijk een instantie belast met vestigingsvergunningen of handelstoezicht). [Handgeschreven: extra]
VP/HG.
2B/20/2 M.
n 2 13 Februari 1939.
den Heer J.G. Quint,
Columbusplein 15,
<u>Amsterdam-West.</u>
Wijk 26 A.
Onder terugzending van de door U overgelegde
stukken bericht ik U, dat bij een dezerzijds ingesteld
onderzoek niet is aannemelijk gemaakt, dat U de laatste
twee jaren in den kleinhandel in gewassen van den tuinbouw
is werkzaam geweest; volgens Uw eigen verklaring begonnen
Uw werkzaamheden in dezen handel, na een onderbreking van
verscheidene jaren, eerst weder in Juli 1938.
De Directeur, De brief is een formele afwijzing of vaststelling met betrekking tot de beroepsgeschiedenis van de heer Quint. De kern van de boodschap is dat Quint niet heeft kunnen aantonen dat hij de afgelopen twee jaar onafgebroken werkzaam is geweest in de "kleinhandel in gewassen van den tuinbouw" (zoals bloemen of planten).
Uit de tekst blijkt dat Quint zelf heeft toegegeven dat hij er een aantal jaren tussenuit is geweest en pas in juli 1938 weer is begonnen. Dit feit is cruciaal, omdat de instantie (de afzender) blijkbaar een eis van twee jaar relevante en recente werkervaring stelt. De toon is zakelijk, bureaucratisch en beslist. Dit document moet worden gezien in het licht van de Nederlandse wetgeving uit de jaren '30, specifiek de Vestigingswet Bedrijven 1937. Deze wet werd ingevoerd tijdens de economische crisis om het aantal startende ondernemers te reguleren en "wildgroei" te voorkomen door eisen te stellen aan vakbekwaamheid, kredietwaardigheid en handelskennis.
Voor veel ambachten en handelsberoepen, waaronder de tuinbouwhandel, was een vergunning nodig. Een veelvoorkomende eis voor zo'n vergunning was het aantonen van een bepaald aantal jaren praktijkervaring. Omdat de heer Quint een onderbreking van meerdere jaren had en pas sinds juli 1938 weer actief was, voldeed hij op het moment van schrijven (februari 1939) niet aan de vereiste termijn. De brief is typerend voor de strenge handhaving van beroepsregels in het vooroorlogse Nederland. A.