Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 239
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbericht / Rapport van het Marktwezen Amsterdam.

8 april 1939 (met latere aantekeningen tot 14 april 1939).

Origineel

Ambtsbericht / Rapport van het Marktwezen Amsterdam. 8 april 1939 (met latere aantekeningen tot 14 april 1939). [Getypt deel]

№ 2b/56/M. 1939 11/4

R A P P O R T .

F.A.v.d.Heuvel, oud 21 jaar, wonende ten Katestraat 81 III verzoekt erkenning als kleinhandelaar met groenten en fruit. Hy bezoekt vanaf 15 October 1934 de Centrale Markt, de eerste jaren als personeel van den kooper W.J.Blankenstein, vanaf 1 Januari 1937 echter als zelfstandig kooper. Gedurende dezen tyd heeft hy echter niet steeds aardappelen, groenten of fruit te koop gehad. Zyn ventvergunning Serie 23 No 279 geeft namelyk aan dat hy vanaf 1 September 1934 - 5 April 1938 met aardappelen (w.o. vroege aardappelen) handelde, terwyl hy vanaf 5 April 1938 - 13 Januari 1939 met bloemen ventte en dus als bloemenkooper de Centrale Markt bezocht. Op 13 Januari 1939 heeft hy de vergunning opnieuw laten wyzigen en vermeldt deze thans sinaasappelen, mandarynen en bananen. Er kan dus niet verklaard worden dat hy de laatste 2 jaren handelde met producten van den tuinbouw. Voor zoover kan worden beoordeeld zyn de door de Nederl. Groenten- en Fruitcentrale gestelde vragen naar waarheid door v.d. Heuvel beantwoord.

Den Heer Bedryfschef Amsterdam, 8 April 1939.
v/h Marktwezen.
[Handtekening]
Marktopzichter.

[Handgeschreven aantekeningen onderaan]

Verklaring stempelen en doorzenden naar den Raad.
Voorgesteld 14/4.39 [Handtekening] Accoord [Handtekening] 13/4 39 Dit rapport dient om de beroepshistorie van de 21-jarige F.A. van den Heuvel te verifiëren. De kern van het onderzoek is of de aanvrager voldoet aan de continuïteitseisen voor erkenning als officieel kleinhandelaar in de groenten- en fruitsector.

De marktopzichter stelt vast dat de loopbaan van Van den Heuvel een onderbreking kent:
1. 1934 – 1938: Werkzaam in de aardappelhandel (eerst in loondienst, later zelfstandig).
2. April 1938 – Jan 1939: Werkzaam als bloemenventer.
3. Januari 1939 – heden: Werkzaam in de handel in zuidvruchten (sinaasappelen, mandarijnen, bananen).

De conclusie is formeel-technisch streng: omdat hij een klein jaar in bloemen handelde, kan niet gesteld worden dat hij de afgelopen twee jaar onafgebroken in de tuinbouwproducten (groenten/fruit) actief is geweest. Desondanks merkt de opzichter op dat de aanvrager eerlijk is geweest in zijn opgave aan de "Nederl. Groenten- en Fruitcentrale". Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt dat de administratie desondanks akkoord gaat met het doorzenden van de verklaring naar "den Raad". Het document dateert uit april 1939, een periode waarin de Nederlandse overheid de vestiging van middenstanders strenger begon te reguleren via de Vestigingswet Bedrijven 1937. Voorheen was het relatief eenvoudig om een handel te beginnen, maar door de economische crisis en de wens tot ordening van de markt, werden vakbekwaamheid en bewijs van ervaring (erkenning) verplicht.

De "Centrale Markt" in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het centrale punt voor de voedselvoorziening van de stad. De "Nederl. Groenten- en Fruitcentrale" was een crisis-organisatie (onderdeel van de Landbouwencrisiswet) die toezicht hield op de handel en de naleving van de kwaliteit- en vestigingseisen. Dit document illustreert de bureaucratische controle op kleine ondernemers in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

Dit rapport dient om de beroepshistorie van de 21-jarige F.A. van den Heuvel te verifiëren. De kern van het onderzoek is of de aanvrager voldoet aan de continuïteitseisen voor erkenning als officieel kleinhandelaar in de groenten- en fruitsector.

De marktopzichter stelt vast dat de loopbaan van Van den Heuvel een onderbreking kent:
1. 1934 – 1938: Werkzaam in de aardappelhandel (eerst in loondienst, later zelfstandig).
2. April 1938 – Jan 1939: Werkzaam als bloemenventer.
3. Januari 1939 – heden: Werkzaam in de handel in zuidvruchten (sinaasappelen, mandarijnen, bananen).

De conclusie is formeel-technisch streng: omdat hij een klein jaar in bloemen handelde, kan niet gesteld worden dat hij de afgelopen twee jaar onafgebroken in de tuinbouwproducten (groenten/fruit) actief is geweest. Desondanks merkt de opzichter op dat de aanvrager eerlijk is geweest in zijn opgave aan de "Nederl. Groenten- en Fruitcentrale". Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt dat de administratie desondanks akkoord gaat met het doorzenden van de verklaring naar "den Raad".

Historische Context

Het document dateert uit april 1939, een periode waarin de Nederlandse overheid de vestiging van middenstanders strenger begon te reguleren via de Vestigingswet Bedrijven 1937. Voorheen was het relatief eenvoudig om een handel te beginnen, maar door de economische crisis en de wens tot ordening van de markt, werden vakbekwaamheid en bewijs van ervaring (erkenning) verplicht.

De "Centrale Markt" in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het centrale punt voor de voedselvoorziening van de stad. De "Nederl. Groenten- en Fruitcentrale" was een crisis-organisatie (onderdeel van de Landbouwencrisiswet) die toezicht hield op de handel en de naleving van de kwaliteit- en vestigingseisen. Dit document illustreert de bureaucratische controle op kleine ondernemers in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.