Handgeschreven brief of rekest.
Origineel
Handgeschreven brief of rekest. 20 april 1939 (gebaseerd op de aantekening/stempel "20/4 1939"). 7
Zeer Weledel Gestrengen Heer.
№ 338 L.M. 1939 20/4 [paraaf/monogram DM lb]
Met deze ben ik zoo vrij uw
medewerking te vragen voor
iets dat voor mij van zeer
groot belang is; n.l. voor
een erkenningskaart voor
de Ned. Groenten en Fruitcentrale
betreffende de toegang tot de
Amsterdamsche Markthallen.
Daar ik reeds naar den Haag
hiervoor heb geschreven, maar
nog geen antwoord heb ont-
vangen, ben ik zoo vrij u te
vragen mij hierin te helpen.
Ik ben reeds eenige jaren n.l.
van 1931-1934 groentehandelaar
geweest en kan dit ook
bewijzen. Daarna ben ik in
andere handel begonnen De brief is een formeel verzoek aan een autoriteit (geadresseerd met "Zeer Weledel Gestrengen Heer"). De schrijver verzoekt om bemiddeling bij het verkrijgen van een 'erkenningskaart' van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Deze kaart was noodzakelijk om toegang te krijgen tot de Amsterdamsche Markthallen (het centrale groothandelsterrein in Amsterdam-West).
De schrijver voert aan dat hij eerder in Den Haag (waarschijnlijk bij een ministerie of het hoofdkantoor van de Centrale) om deze kaart heeft verzocht, maar geen antwoord heeft ontvangen. Als bewijs van bekwaamheid en recht op deze kaart, stelt de schrijver dat hij tussen 1931 en 1934 reeds werkzaam was als groentehandelaar.
Er zijn diverse archiefkenmerken zichtbaar: een volgnummer "7" rechtsboven, een dossier- of volgnummer "№ 338", een datumstempel of -aantekening "L.M. 1939 20/4" en enkele onleesbare parafen in rode of bruine inkt. De brief dateert van april 1939. Dit was een periode waarin de Nederlandse economie steeds meer werd gereguleerd door de overheid, mede door de oorlogsdreiging en de nasleep van de economische crisis. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een orgaan dat de distributie en handel in deze sector moest reguleren.
Voor handelaren was een officiële erkenning essentieel om legaal te kunnen opereren op de centrale marktplekken zoals de Amsterdamsche Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934). Het feit dat de schrijver vermeldt na 1934 in een "andere handel" te zijn gegaan, suggereert dat hij nu probeert terug te keren naar de groentehandel en tegen bureaucratische hindernissen aanloopt.