Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 323
Dossier 10
Jaar 1939
Stadsarchief

Administratieve notitie / betaalbewijs met aantekening.

24 april 1939. Dossier: 10/29/1

Origineel

Administratieve notitie / betaalbewijs met aantekening. 24 april 1939. [Stempel linksboven]
Nº 10/29/1 M. 1939 24/4

[Handschrift bovenaan]
Hr. Beene

[Hoofdtekst]
Op 24 April 1939 werd met kwitantie
no 3230 f 12.50 ontvangen van
L. Piller.
voor een weekplaats van 20/4 - 29/4 '39.

L. Piller heeft over april geen jaar- of
maandplaats in de hal, en heeft dus
geen recht om een weekplaats te
bezetten.

[Onderaan]
24-4-1939.

[Handtekening/Paraaf]

[Stempel linksonder]
GEBOEKT. Dit document betreft een administratieve vastlegging van een betaling gecombineerd met een ambtelijke constatering betreffende marktrechten.

  1. Financiële transactie: Er is een bedrag van 12,50 gulden ontvangen van een zekere L. Piller voor een 'weekplaats' (een tijdelijke staanplaats op een markt) voor de periode van 20 tot 29 april 1939. Dit is gedocumenteerd met kwitantienummer 3230.
  2. Beleidsmatige opmerking: De schrijver van de notitie (mogelijk gericht aan of geschreven door de 'Hr. Beene') merkt op dat L. Piller voor de maand april geen vaste staanplaats (jaar- of maandplaats) in de hal heeft.
  3. Conclusie: Op basis van het ontbreken van een vaste plaats concludeert de ambtenaar dat Piller "geen recht" heeft om een weekplaats te bezetten. Het lijkt erop dat de betaling wel is aangenomen, maar dat er achteraf een conflict is ontstaan over de rechtmatigheid van de toewijzing van de plaats.
  4. Administratieve afhandeling: De stempel "GEBOEKT" geeft aan dat deze transactie en de bijbehorende opmerking officieel zijn verwerkt in de boekhouding of het register. Het document dateert uit april 1939, een periode van grote politieke spanning in Europa, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Nederland waren marktplaatsen strikt gereguleerd door gemeentelijke instanties.

De naam L. Piller duidt mogelijk op een lid van de Joodse familie Piller, die in Amsterdam en andere steden veelvuldig actief waren als marktkooplieden. In grote steden zoals Amsterdam waren er centrale markthallen waar kooplieden vaste of tijdelijke plaatsen huurden. De opmerking in het document kan wijzen op een bureaucratische stritheid of een aanscherping van de regels voor wie er in de 'hal' mocht staan. Vaak mochten alleen kooplieden met een vaste aanstelling of een bewezen staat van dienst aanspraak maken op tijdelijke uitbreidingen (weekplaatsen). L. Piller

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve vastlegging van een betaling gecombineerd met een ambtelijke constatering betreffende marktrechten.

  1. Financiële transactie: Er is een bedrag van 12,50 gulden ontvangen van een zekere L. Piller voor een 'weekplaats' (een tijdelijke staanplaats op een markt) voor de periode van 20 tot 29 april 1939. Dit is gedocumenteerd met kwitantienummer 3230.
  2. Beleidsmatige opmerking: De schrijver van de notitie (mogelijk gericht aan of geschreven door de 'Hr. Beene') merkt op dat L. Piller voor de maand april geen vaste staanplaats (jaar- of maandplaats) in de hal heeft.
  3. Conclusie: Op basis van het ontbreken van een vaste plaats concludeert de ambtenaar dat Piller "geen recht" heeft om een weekplaats te bezetten. Het lijkt erop dat de betaling wel is aangenomen, maar dat er achteraf een conflict is ontstaan over de rechtmatigheid van de toewijzing van de plaats.
  4. Administratieve afhandeling: De stempel "GEBOEKT" geeft aan dat deze transactie en de bijbehorende opmerking officieel zijn verwerkt in de boekhouding of het register.

Historische Context

Het document dateert uit april 1939, een periode van grote politieke spanning in Europa, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Nederland waren marktplaatsen strikt gereguleerd door gemeentelijke instanties.

De naam L. Piller duidt mogelijk op een lid van de Joodse familie Piller, die in Amsterdam en andere steden veelvuldig actief waren als marktkooplieden. In grote steden zoals Amsterdam waren er centrale markthallen waar kooplieden vaste of tijdelijke plaatsen huurden. De opmerking in het document kan wijzen op een bureaucratische stritheid of een aanscherping van de regels voor wie er in de 'hal' mocht staan. Vaak mochten alleen kooplieden met een vaste aanstelling of een bewezen staat van dienst aanspraak maken op tijdelijke uitbreidingen (weekplaatsen).

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen