Ambtelijk concept / interne notitie.
Origineel
Ambtelijk concept / interne notitie. 15 juli 1939. [Linksboven]
Concept
M.W.
Onderwerp:
Verbetering verlichting
automarkt
[Midden boven, in rood potlood]
5 d hoogst
15/4/4
[Rechtsboven]
A’dam, 15/7 1939
W. L. M.
Rf. 139/8
[Hoofdtekst]
Zoals U bekend is, moet de verlichting van de automarkt, die des Maandagavonds op het Amstelveld wordt gehouden, onvoldoende worden geacht. Dit is, zoals ~~met~~ uit navraag bij belangstellenden bleek en door de practijk wordt bevestigd, een belangrijke factor, die het bezoek aan de bedoelde markt ongunstig beïnvloedt. Terwijl de automarkt te Den Haag gemiddeld ongeveer 400 à 500 motorvoertuigen (auto’s en motorfietsen) per ~~markt~~ keer worden aangevoerd en op die te Amersfoort gemiddeld 250 à 300, bedraagt dit aantal hier ter stede gemiddeld ~~circa~~ 104. Het schijnt, dat vooral de ~~betere~~ betere soorten auto’s hier niet worden aangevoerd, omdat zij op het donkere marktterrein niet tot hun recht komen. Bovendien blijkt, dat nog steeds veel auto’s en motorrijtuigen langs de walkant van de Prinsengracht, onder de daar geplaatste lantaarns, worden geparkeerd en dat men tracht ze daar clandestien te verkopen, komt echter op de markt een plaats vrij, die toevallig in de nabijheid der lantaarns ligt en dus goed verlicht wordt dan... [tekst breekt af] De schrijver van dit document pleit voor een dringende verbetering van de verlichting op de Amsterdamse automarkt. De kern van het argument is economisch: door de slechte verlichting op het Amstelveld blijven de bezoekersaantallen en het aanbod van kwalitatief betere auto's achter bij steden als Den Haag en Amersfoort.
Er wordt gewezen op een specifiek handhavingsprobleem: handelaren wijken uit naar de kade van de Prinsengracht. Omdat de reguliere straatverlichting daar beter is, proberen zij hun voertuigen "clandestien" (buiten de officiële marktplaatsen om) te verkopen. Dit duidt erop dat de marktkooplieden wel degelijk behoefte hebben aan licht om hun waren te tonen, maar dat de faciliteiten op het plein zelf tekortschieten. De automarkt op het Amstelveld was in de eerste helft van de 20e eeuw een begrip in Amsterdam. Elke maandagavond kwamen handelaren en particulieren hier samen. In 1939, het jaar van dit schrijven, stond de automobiliteit in Nederland nog in de kinderschoenen vergeleken met naoorlogse standaarden, maar de handel nam snel toe.
De brief dateert van juli 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse gemeentelijke beslommeringen uit die tijd: de concurrentiestrijd tussen steden en de pogingen van de overheid om informele handel (en daarmee het ontwijken van marktgelden) te reguleren door middel van infrastructurele verbeteringen.