Archief 745
Inventaris 745-273
Pagina 1
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen.

Omstreeks 1938/1939 (verwijst naar cijfers uit 1938 en een onderzoek uit 1929).

Origineel

Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen. Omstreeks 1938/1939 (verwijst naar cijfers uit 1938 en een onderzoek uit 1929). [Linksboven, gestempeld/getypt:]
N° 17/6/1 M. 1339 28/4
Onderwerp:
Entreebelasting
C.M.

[Midden boven, onderstreept:]
R A P P O R T

[Rechtsboven, handgeschreven:]
I.
u. i. Bid [?]

[Hoofdtekst:]
In 1938 werden in totaal 5100 legitimatie-kaarten voor de C.M. uitgereikt. Aan entreebelasting werd hieruit ontvangen pl.m. Fl 42000-.

Aan de categorie "Koopers" werden c.a. 3700 legitimatie kaarten afgegeven en werd door haar pl.m. Fl 28000- aan entreegelden opgebracht.

Deze categorie wil ik speciaal onder Uw aandacht brengen. Zij bestaat uit de navolgende groepen:
1 Winkeliers in aardappelen groente- fruit en bloemen.
2 Vaste wijk-loopers.
3 Kooplieden op de dagmarkten.
4 Standplaatshouders.
5 Venters met aardappelen groente- fruit en bloemen.

De lasten van de grossiers en tuinders werden door overplaatsing naar de C.M. aanmerkelijk verhoogd. Daar tegenover werden bovengenoemde koopers bijzonder gunstig behandeld.

De heffing op den aanvoer, welke op de koopers werd verhaald, is op de C.M. afgeschaft. Uit een in 1929 door mij ingesteld onderzoek bleek dat door 10 venters in de zomermaanden gemiddeld Fl 3- per week per hoofd aan marktgeld werd betaald.

Tot dekking der exploitatie-kosten der C.M. worden zij hoofdelijk voor ten hoogste Fl 13- per jaar belast. Genoemde groepen profiteeren ten zeerste van de goede uotillage der C.M. Zij kunnen zeer vlug hun inkoopen doen, terwijl hun ook nog de gelegenheid wordt geboden hun wagens des avonds gratis te parkeeren. Velen brengen des morgens hun afval naar de markt, dat door hen in de aanwezige schuiten kan worden gestort,

[Rechtsonder, handgeschreven:]
17/53 Dit document is een ambtelijk rapport over de financiële structuur van de Centrale Markt (C.M.), vermoedelijk die van Amsterdam. De kern van het rapport is een pleidooi over de onbalans in de kostenverdeling tussen verschillende marktpartijen.

  • Financiële gegevens: In 1938 leverden 5100 passen in totaal 42.000 gulden op. De groep "Koopers" (winkeliers, venters, etc.) vormde het merendeel van de gebruikers (3700 passen) en bracht 28.000 gulden binnen.
  • Kernbetoog: De auteur stelt dat terwijl grossiers en tuinders hogere lasten kregen bij de verhuizing naar de Centrale Markt, de kopers juist extreem gunstig worden behandeld.
  • Vergelijking met vroeger: Er wordt een scherpe vergelijking gemaakt met 1929. Destijds betaalde een venter zo'n 3 gulden per week aan marktgeld (ca. 150 gulden per jaar), terwijl ze op de C.M. slechts maximaal 13 gulden per jaar betalen.
  • Privileges: Naast de lage prijs profiteren de kopers van moderne faciliteiten ("uotillage", een toenmalige spelling voor outillage/uitrusting), snelle logistiek, gratis nachtparkeren voor hun wagens en gratis afvalstort in marktschuiten.
  • Opvallend: Het woord "uotillage" bevat waarschijnlijk een typefout (bedoeld is outillage). De Centrale Markthallen in Amsterdam-West werden geopend in 1934 om de verspreide groothandel in de stad te centraliseren en te moderniseren (hygiëne en logistiek). De transitie van de oude markten (zoals de pieren in de Jordaan) naar dit besloten terrein bracht veel discussie teweeg over marktgelden en toegangsrechten.

Dit rapport stamt uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het geeft inzicht in de economische exploitatie van de markt en de politieke discussie over wie de kosten van deze modernisering moest dragen. De auteur lijkt te suggereren dat de kopersgroep onderbelast is in verhouding tot de geboden diensten en vergeleken met de situatie vóór de centralisatie.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk rapport over de financiële structuur van de Centrale Markt (C.M.), vermoedelijk die van Amsterdam. De kern van het rapport is een pleidooi over de onbalans in de kostenverdeling tussen verschillende marktpartijen.

  • Financiële gegevens: In 1938 leverden 5100 passen in totaal 42.000 gulden op. De groep "Koopers" (winkeliers, venters, etc.) vormde het merendeel van de gebruikers (3700 passen) en bracht 28.000 gulden binnen.
  • Kernbetoog: De auteur stelt dat terwijl grossiers en tuinders hogere lasten kregen bij de verhuizing naar de Centrale Markt, de kopers juist extreem gunstig worden behandeld.
  • Vergelijking met vroeger: Er wordt een scherpe vergelijking gemaakt met 1929. Destijds betaalde een venter zo'n 3 gulden per week aan marktgeld (ca. 150 gulden per jaar), terwijl ze op de C.M. slechts maximaal 13 gulden per jaar betalen.
  • Privileges: Naast de lage prijs profiteren de kopers van moderne faciliteiten ("uotillage", een toenmalige spelling voor outillage/uitrusting), snelle logistiek, gratis nachtparkeren voor hun wagens en gratis afvalstort in marktschuiten.
  • Opvallend: Het woord "uotillage" bevat waarschijnlijk een typefout (bedoeld is outillage).

Historische Context

De Centrale Markthallen in Amsterdam-West werden geopend in 1934 om de verspreide groothandel in de stad te centraliseren en te moderniseren (hygiëne en logistiek). De transitie van de oude markten (zoals de pieren in de Jordaan) naar dit besloten terrein bracht veel discussie teweeg over marktgelden en toegangsrechten.

Dit rapport stamt uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het geeft inzicht in de economische exploitatie van de markt en de politieke discussie over wie de kosten van deze modernisering moest dragen. De auteur lijkt te suggereren dat de kopersgroep onderbelast is in verhouding tot de geboden diensten en vergeleken met de situatie vóór de centralisatie.

Gerelateerde Documenten 1