Archief 745
Inventaris 745-273
Pagina 156
Dossier 11
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke rapportage (waarschijnlijk een doorslag/minuut).

28 februari (gezien de context van de genoemde jaartallen 1938 en de referentie naar de "overneming" in 1933, betreft dit vermoedelijk 28 februari 1939). Van: Een functionaris van de gemeentelijke dienst (vermoedelijk het Marktwezen), gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Getypte ambtelijke rapportage (waarschijnlijk een doorslag/minuut). 28 februari (gezien de context van de genoemde jaartallen 1938 en de referentie naar de "overneming" in 1933, betreft dit vermoedelijk 28 februari 1939). Een functionaris van de gemeentelijke dienst (vermoedelijk het Marktwezen), gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 4                                          28 Februari                9
20/5/2                        den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.                                Levensmiddelen

Vogel had voorgedaan, ook thans nog niet voor een vaste
plaats op de Lindengracht in aanmerking komen.

IV. Geval H. Smilde:
Inderdaad maakt de echtgenoote van H. Smilde van
de plaats op de Nieuwmarkt gebruik. Dit is in overeenstem-
ming met artikel 18 van het Reglement op de Markten, bepa-
lende, dat echtgenooten samen of om beurten van de plaats,
die aan één hunner is toegewezen, mogen gebruik maken.

V. Geval Cohen:
De Zondagsmarkt Uilenburg ressorteert eerst sedert
5 Maart 1933 onder het Marktwezen; vóórdien werd hier een
niet-officieele markt gehouden, onder toezicht van den
marktbond "Mercurius". By de "overneming" der markt door myn
dienst is de bestaande situatie zoo veel mogelyk gehandhaafd;
kooplieden, die op Uilenburg twee of drie plaatsen naast el-
kaar bezetten, werden in het bezit van ^[drie] plaatsen gelaten.
Zoo nam W. Cohen vanaf 1933 drie marktplaatsen in, zy het,
dat twee dier plaatsen voorheen (dus toen "Mercurius" nog
het toezicht op de markt had) door zyn zoons werden bezet.
Deze zoons kwamen echter nagenoeg nooit op de markt, zoodat
- hoewel twee der plaatsen op naam der zoons stonden - W. Co-
hen als rechthebbende op de drie plaatsen werd aangemerkt.
In verband met de gedragslyn, die by het "overnemen" der
markt is gevolgd, was dit gerechtvaardigd.
Inmiddels heeft Cohen voornoemd met ingang van 4
December 1938 voor alle bedoelde plaatsen bedankt.

VI. Geval I. Polak:
Dit geval toont overeenkomst met het hierboven
sub III behandelde van Broekman. De minderjarige E. Polak
liet zich op 26 Januari 1938 inschryven op de sollicitanten-
lyst Dapperstraat, voorgevende, dat hy was de meerderjarige
I. Polak, zyn neef, wiens geboortedatum hy opgaf. Toen dit
bedrog werd ontdekt heeft E. Polak op 4 October 1938 voor de
vaste plaats op de markt Dapperstraat, die hem inmiddels * Taal en Spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare ambtelijke spelling (bijv. "echtgenoote", "mogelyk", "gedragslyn"). Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' waar men tegenwoordig 'ij' zou verwachten, wat typisch is voor bepaalde schrijfmachines uit die periode.
* Inhoudelijke kern:
* Smilde: Een administratieve bevestiging dat het gebruik van een marktplaats door een echtgenote rechtmatig is volgens het marktreglement.
* Cohen: Een historisch overzicht van de Zondagsmarkt op Uilenburg. Hieruit blijkt dat na de overname van de markt door de gemeente in 1933, de "vrije" situatie van de marktbond Mercurius werd gedoogd. Cohen behield drie plaatsen, ook al waren die formeel op naam van zijn afwezige zoons gezet. De zaak eindigt met zijn opzegging eind 1938.
* Polak: Een geval van identiteitsfraude waarbij een minderjarige (E. Polak) de gegevens van zijn meerderjarige neef (I. Polak) gebruikte om een standplaats op de Dapperstraat te bemachtigen.
* Handgeschreven correctie: In de sectie over Cohen is boven een typefout of onduidelijkheid handmatig het woord "drie" ingevoegd om de tekst te verduidelijken. Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse marktbureaucreatie van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De genoemde locaties (Uilenburg, Dapperstraat) stonden bekend om hun grote aandeel Joodse kooplieden.

De overgang van de markt op Uilenburg van de private marktbond "Mercurius" naar het gemeentelijke "Marktwezen" in 1933 was een belangrijke stap in de regulering van de Amsterdamse straathandel. De ambtelijke toon is zakelijk en strikt juridisch-reglementair. Historisch gezien is het interessant dat deze dossiers (met name Cohen en Polak) eind 1938 worden afgesloten of gesanctioneerd, een periode waarin de druk op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten in Europa toenam, al lijkt dit document puur over interne marktregels en fraude te gaan.

Samenvatting

  • Taal en Spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare ambtelijke spelling (bijv. "echtgenoote", "mogelyk", "gedragslyn"). Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' waar men tegenwoordig 'ij' zou verwachten, wat typisch is voor bepaalde schrijfmachines uit die periode.
  • Inhoudelijke kern:
    • Smilde: Een administratieve bevestiging dat het gebruik van een marktplaats door een echtgenote rechtmatig is volgens het marktreglement.
    • Cohen: Een historisch overzicht van de Zondagsmarkt op Uilenburg. Hieruit blijkt dat na de overname van de markt door de gemeente in 1933, de "vrije" situatie van de marktbond Mercurius werd gedoogd. Cohen behield drie plaatsen, ook al waren die formeel op naam van zijn afwezige zoons gezet. De zaak eindigt met zijn opzegging eind 1938.
    • Polak: Een geval van identiteitsfraude waarbij een minderjarige (E. Polak) de gegevens van zijn meerderjarige neef (I. Polak) gebruikte om een standplaats op de Dapperstraat te bemachtigen.
  • Handgeschreven correctie: In de sectie over Cohen is boven een typefout of onduidelijkheid handmatig het woord "drie" ingevoegd om de tekst te verduidelijken.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse marktbureaucreatie van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De genoemde locaties (Uilenburg, Dapperstraat) stonden bekend om hun grote aandeel Joodse kooplieden.

De overgang van de markt op Uilenburg van de private marktbond "Mercurius" naar het gemeentelijke "Marktwezen" in 1933 was een belangrijke stap in de regulering van de Amsterdamse straathandel. De ambtelijke toon is zakelijk en strikt juridisch-reglementair. Historisch gezien is het interessant dat deze dossiers (met name Cohen en Polak) eind 1938 worden afgesloten of gesanctioneerd, een periode waarin de druk op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten in Europa toenam, al lijkt dit document puur over interne marktregels en fraude te gaan.

Gerelateerde Documenten 1