Ambtsbericht of rapportage (doorslag van een getypte brief).
Origineel
Ambtsbericht of rapportage (doorslag van een getypte brief). 28 februari 1939 (genoteerd als '28 Februari 9'). 3 28 Februari 9
20/5/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
vallen van de bepalingen omtrent de toewyzing van plaatsen
af te wyken. Omtrent de vraag, of toepassing van deze bepa-
ling in dit geval wenschelyk is, zou ik het advies kunnen
inwinnen van de Commissie van Advies voor de markten.
III. Geval L.(G.) Broekman.
Op 14 April 1926 heeft G.Broekman, geboren 28 Juli
1905, zich op de sollicitantenlyst voor een vaste plaats op
de markt Albert Cuypstraat laten inschryven, voorgevende
dat hy was: zyn broer, L.Broekman, geboren 7 Mei 1904. Voor
de bedoelde inschryving was vereischt, dat de gegadigde 21
jaren was; aangezien G.Broekman hieraan nog niet voldeed,
heeft hy zich voor zyn ouderen broer L.Broekman uitgegeven.
G.Broekman, die dus by het Marktwezen nooit anders
dan als L.Broekman bekend is geweest, kreeg krachtens de
vorenvermelde inschryving op 7 Juni 1926 een vaste plaats
op de markt Albert Cuypstraat en hy heeft die plaats geduren-
de meer dan 12 jaren bezet, totdat de door hem destyds ge-
pleegde fraude, in October 1938 is ontdekt. Broekman was
inmiddels getrouwd; op de plaats, die in het zoogenaamde
eerste deel der Albert Cuypstraat is gelegen, had hy een be-
hoorlyk bestaan. Hoewel ik eerst heb overwogen hem de bedoel-
de plaats te ontnemen, heb ik dit tenslotte op aandringen
van den marktbond "Mercurius" en van de kooplieden uit de
Albert Cuypstraat nagelaten. Indien G.Broekman had gewacht
tot hy, in Juli 1926 den 21-jarigen leeftyd bereikt had,
alvorens zich op de sollicitantenlyst te laten inschryven,
dan zou hy thans waarschynlyk op de zelfde plaats in de Al-
bert Cuypstraat kunnen staan; ik heb daarom na ernstige
overweging, ten deze geen strafmaatregelen toegepast. De
plaats staat thans op naam van G.Broekman.
Ik ben van meening, dat het hier een ander geval
betreft, dan het onder II behandelde van Vogel, omdat het
bedrog door Broekman reeds geruimen tyd, namelyk meer dan
twaalf jaren geleden werd gepleegd; juffrouw Vogel zou, in-
dien zy zich twee jaren geleden niet als de echtgenoote van * Inhoud: Het document beschrijft de casus van de heer G. Broekman, die in 1926 identiteitsfraude pleegde door de naam en geboortedatum van zijn oudere broer te gebruiken om een marktplaats op de Albert Cuypmarkt te bemachtigen (hij was destijds nog geen 21 jaar). De fraude werd pas na twaalf jaar, in 1938, ontdekt.
* Besluitvorming: Ondanks de gepleegde fraude besluit de opsteller van het rapport geen strafmaatregelen te treffen. De redenen hiervoor zijn humanitair (hij heeft inmiddels een gezin en een "behoorlijk bestaan" opgebouwd), pragmatisch (hij zou enkele maanden later sowieso recht hebben gehad op de inschrijving), en onder druk van externe partijen zoals marktbond "Mercurius".
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toenmalige ambtelijke spelling (bijv. 'y' in plaats van 'ij', 'voorgevende', 'destyds'). De toon is zakelijk en afwegend. * Historische context: Het document stamt uit het Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was toen al een centrale plek voor de Amsterdamse economie.
* Bestuur: Het stuk is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, de functionaris die destijds verantwoordelijk was voor de marktzaken in de stad.
* Sociaal-economisch: Het toont de strikte regelgeving rondom marktvergunningen (leeftijdseis van 21 jaar) en de invloed van beroepsverenigingen (zoals de marktbond "Mercurius") op het gemeentelijk beleid.