Ambtelijk bijblad/notitie betreffende marktvergunningen.
Origineel
Ambtelijk bijblad/notitie betreffende marktvergunningen. 14 oktober 1939 (stempel van verzending) tot 26 oktober 1939 (laatste paraaf). (Tekst in kader linksboven)
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/7/4 1939
DOORGEZONDEN: 14/10-’39
(Handgeschreven in de rechterbovenhoek)
m.i. Insp.
Advies s.v.p.
17-10-’39
[onleesbare paraaf]
(Hoofdtekst)
M.i. bestaat geen bezwaar om
A. Polak thans definitief toe te
te staan om ~~op zijn plaats~~ Alb. Cuypstraat
op de markt Alb. Cuypstraat verzoek om verlenging
patates-frites te mogen bakken. bakvergunning
(Zie rapport Chef marktopz.)
Tevens bestaat er m.i. geen bezwaar br. v. Moerkerken
om den zoon van A. Polak, F.M. Polak advies
toe te staan om op de markten 21-10-39
Waterlooplein en Mosplein toe te [paraaf]
staan patates-frites te bakken.
(Onderaan)
[Rood stempel]: 20/7/5 M 4
26-10-39
[paraaf/handtekening]
(Linksonder gedrukt)
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het document betreft de definitieve toekenning en verlenging van vergunningen voor het bakken van "patates-frites" (friet) op Amsterdamse markten.
* Procedure: Het proces is verdeeld over drie fasen in oktober 1939. Het begint met een positief advies ("m.i. bestaat geen bezwaar") naar aanleiding van een rapport van de Chef Marktopzichter. Er wordt advies gevraagd (17-10), een bericht van Moerkerken (waarschijnlijk een referent of afdelingshoofd) wordt verwerkt (21-10), en de uiteindelijke afhandeling vindt plaats op 26 oktober.
* Details: Er is sprake van twee generaties Polak: de vader (A. Polak) op de Albert Cuypmarkt en de zoon (F.M. Polak) die vergunning krijgt voor het Waterlooplein en het Mosplein. Opmerkelijk is de spelling "patates-frites", wat destijds de gangbare term was voor de relatief nieuwe marktwaar.
* Handschrift: Het document is geschreven in een vlot, ambtelijk cursief uit de jaren '30. Er zijn correcties aangebracht in de tekst (doorhalingen en tussenvoegingen) om de locaties en de aard van het verzoek (verlenging) te verduidelijken. Dit document is gedateerd in oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, maar nog voor de Duitse inval in Nederland. De familie Polak en de genoemde locaties (vooral het Waterlooplein en de Albert Cuyp) wijzen op de sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap in de Amsterdamse markthandel van die tijd.
Het bakken van patat op de markt was in deze periode een opkomende nering. Het feit dat er een "definitieve" vergunning wordt verleend en dat deze wordt uitgebreid naar de volgende generatie, toont aan dat dit een gevestigde economische activiteit aan het worden was. De ambtelijke nauwkeurigheid (verschillende parafen, verwijzingen naar rapporten van de marktopzichter) is typerend voor het Amsterdamse marktwezen in het interbellum.