Archief 745
Inventaris 745-273
Pagina 97
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie/memorandum.

Van: De Wethouder voor de Arbeidszaken (Amsterdam), C.L. Kropman.

Origineel

Ambtelijke correspondentie/memorandum. De Wethouder voor de Arbeidszaken (Amsterdam), C.L. Kropman. Sedert 1924 heeft Ph.Druif, geboren 18 Juni 1881, wonende Reitz-
straat 2 I, een vaste standplaats op het Waterlooplein en in de Dapperstraat.
Volgens verklaring van betrokkene staat niet hij, doch zijn vrouw op deze
markten. De standplaats op het Waterlooplein verklaarde Druif te hebben verhuurd
à $f$ 2,- per dag aan een combinatie van marktkooplieden, waarvan zekere M.à Cathan
deel uitmaakt.
Van de op 16 September 1933 aan W.Dreese, geboren 5 April 1894,
wonende Blasiusstraat 131 I, uitgereikte vergunning voor een vaste standplaats op
Zaterdag in de Sumatrastraat, zou uitsluitend door diens vrouw gebruik gemaakt
worden.

 Uit bovenvermelde gevallen blijkt, dat somtijds andere personen dan

degenen, aan wie de vergunning voor een standplaats is uitgereikt, die stand-
plaats bezetten. Het is daardoor niet altijd met zekerheid vast te stellen, of
een bepaald persoon van zijn standplaats gebruik gemaakt heeft. Indien het moge-
lijk is in de administratie van het Marktwezen duidelijk aan te geven door welke
personen de standplaatsen worden ingenomen, zou dit voor het vaststellen van de
feiten, noodig voor het beoordeelen van rechtmatigheid der uitkeeringen uit werk-
loozenkassen, van belang zijn. Gaarne zou ik vernemen, of aan dezen wenscht zou
kunnen worden voldaan.

                          De Wethouder voor de Arbeidszaken,

                                    w.g. Kropman. Dit document belicht een administratief probleem waar de gemeente Amsterdam in de jaren dertig tegenaan liep: de discrepantie tussen de officiële vergunninghouder van een marktstandplaats en de persoon die er daadwerkelijk werkte.

De wethouder constateert dat vergunningen vaak op naam van de man staan, terwijl de vrouw de standplaats bemant, of dat de plaats zelfs wordt onderverhuurd aan derden (zoals in het geval van Ph. Druif). Deze onduidelijkheid in de administratie van het Marktwezen vormde een obstakel voor de afdeling Arbeidszaken. Zij moesten namelijk controleren of iemand terecht een uitkering uit de "werkloozenkassen" ontving. Als een officieel werkloze man stiekem inkomsten genereerde via een marktplaats (of deze onderverhuurde), was er sprake van onrechtmatige steun. De wethouder verzoekt daarom om een nauwkeurigere registratie van de feitelijke bezetting van de kramen. Het document dateert uit 1933, een jaar waarin Nederland midden in de Grote Depressie zat. De werkloosheid in Amsterdam was enorm hoog, en de controle op de rechtmatigheid van steunuitkeringen was zeer streng.

De genoemde locaties — het Waterlooplein en de Dapperstraat — waren (en zijn) iconische Amsterdamse markten. Vooral het Waterlooplein was in die tijd het centrum van de Joodse handel; de genoemde naam "Ph. Druif" (Philip Druif) past in dit sociaal-economische kader.

De ondertekenaar, C.L. (Carel) Kropman, was een prominent RKSP-politicus die van 1931 tot 1935 wethouder van Arbeidszaken en Armwezen in Amsterdam was. Hij stond bekend om zijn pogingen om de werkloosheidsbestrijding en de sociale zorg efficiënter te organiseren, wat de zakelijke en onderzoekende toon van dit schrijven verklaart. Dit type documenten vormt een belangrijke bron voor onderzoek naar de geschiedenis van de sociale zekerheid en het dagelijks leven van de Amsterdamse "kleine luyden" tijdens de crisisjaren.

Samenvatting

Dit document belicht een administratief probleem waar de gemeente Amsterdam in de jaren dertig tegenaan liep: de discrepantie tussen de officiële vergunninghouder van een marktstandplaats en de persoon die er daadwerkelijk werkte.

De wethouder constateert dat vergunningen vaak op naam van de man staan, terwijl de vrouw de standplaats bemant, of dat de plaats zelfs wordt onderverhuurd aan derden (zoals in het geval van Ph. Druif). Deze onduidelijkheid in de administratie van het Marktwezen vormde een obstakel voor de afdeling Arbeidszaken. Zij moesten namelijk controleren of iemand terecht een uitkering uit de "werkloozenkassen" ontving. Als een officieel werkloze man stiekem inkomsten genereerde via een marktplaats (of deze onderverhuurde), was er sprake van onrechtmatige steun. De wethouder verzoekt daarom om een nauwkeurigere registratie van de feitelijke bezetting van de kramen.

Historische Context

Het document dateert uit 1933, een jaar waarin Nederland midden in de Grote Depressie zat. De werkloosheid in Amsterdam was enorm hoog, en de controle op de rechtmatigheid van steunuitkeringen was zeer streng.

De genoemde locaties — het Waterlooplein en de Dapperstraat — waren (en zijn) iconische Amsterdamse markten. Vooral het Waterlooplein was in die tijd het centrum van de Joodse handel; de genoemde naam "Ph. Druif" (Philip Druif) past in dit sociaal-economische kader.

De ondertekenaar, C.L. (Carel) Kropman, was een prominent RKSP-politicus die van 1931 tot 1935 wethouder van Arbeidszaken en Armwezen in Amsterdam was. Hij stond bekend om zijn pogingen om de werkloosheidsbestrijding en de sociale zorg efficiënter te organiseren, wat de zakelijke en onderzoekende toon van dit schrijven verklaart. Dit type documenten vormt een belangrijke bron voor onderzoek naar de geschiedenis van de sociale zekerheid en het dagelijks leven van de Amsterdamse "kleine luyden" tijdens de crisisjaren.

Gerelateerde Documenten 1