Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 20 juni 1939. J. Renz, Marktopzichter (Marktopz.). Den Heer Inspecteur. Dapperstraat
20 Juni 1939
Den Heer
Inspecteur
____
Hierbij zou ik U in overweging willen geven het
verzoek van Dhr: W. Vicool niet toe te staan. Wanneer
Mevr: Vicool geregeld een plaats ingenomen had
op de markt Dapperstraat, zou de zaak na -
tuurlijk anders zijn, maar Mevr: Vicool heeft
nooit gebruik van de plaats gemaakt, en de
bedoeling van Dhr: Vicool is alleen om zater -
dags een gunstiger plaats te kunnen krijgen
bij een eventueele toewijzing, van voor die
dag, niet bezet zijnde plaatsen —
Marktopz.
J. Renz
(Onderaan rechts een secundaire handtekening/paraaf:)
Morpurgo De brief is een ambtelijk advies van marktopzichter J. Renz aan zijn inspecteur. De toon is zakelijk en sturend. Renz adviseert negatief over een verzoek van een heer W. Vicool. De argumentatie is gebaseerd op het feit dat Mevrouw Vicool (vermoedelijk de echtgenote of een familielid dat eerder een vergunning had) haar toegewezen standplaats op de Dappermarkt nooit feitelijk heeft gebruikt.
Volgens de opzichter is het verzoek van de heer Vicool een strategische zet: hij hoopt door een formele toewijzing in aanmerking te komen voor de herverdeling van gunstige, onbezette plekken op de drukke zaterdagen. Renz doorziet deze poging om de marktregels in eigen voordeel te gebruiken zonder daadwerkelijke historie van aanwezigheid op de markt. Dit document stamt uit juni 1939, een periode van economische spanning en de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraat in Amsterdam was toen al een bloeiende marktstraat (sinds 1910 officieel aangewezen). De markt was een cruciale bron van inkomsten voor veel Amsterdamse gezinnen, en de strijd om gunstige standplaatsen was groot.
De namen in het document zijn historisch interessant. De naam Morpurgo (onderaan getekend) is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam in Amsterdam. Gezien de locatie van de markt in de Dapperbuurt, die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende, is het waarschijnlijk dat dit document afkomstig is uit de administratie van de Amsterdamse marktwezen-inspectie, waarbij ambtenaren met diverse achtergronden betrokken waren bij het handhaven van de marktverordeningen.