Archief 745
Inventaris 745-277
Pagina 166
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (klacht).

Betreft een incident op zaterdagmiddag 22 juli 1939. Registratiestempel bovenin dateert van 28 juli (28/7). Van: S. Hoepelman, Roetersstraat 2 B, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (klacht). Betreft een incident op zaterdagmiddag 22 juli 1939. Registratiestempel bovenin dateert van 28 juli (28/7). S. Hoepelman, Roetersstraat 2 B, Amsterdam. [Stempel/Aantekening linksboven:]
No 26/37/1 M. 1339 28/7

Aan den Heer Directeur van
"Marktwezen" te Amsterdam.

Hooggeachte Heer!

Ondergetekende veroorlooft zich de volgende
ervaring onder Uwe aandacht te brengen.
Zaterdagmiddag 22 Juli 1939 moest ik met een
bakfiets bij een klant op de Archinedesweg iets
bezorgen, ik kwam van mijn standplaats "Dapperstr."
en ging de Celebesstraat af op het einde van deze
straat vroeg ik aan een bloemenventer die daar
stond met een handkar, "waar is de Archime-
desweg" en hij zei "loopt maar steeds rechtuit."
Alhoewel ik twijfelde, bleek mij later dat deze
koopman mij bewust misleidde. Op de
terugweg ontmoette ik weer deze man en
ik vroeg hem "Wie hou jij nu voor den gek"
De man antwoordde, "Ik dacht je moest naar
Palestina" Daaraan oordeel ik dat een straat-
koopman het publiek behoorlijk te woord moet
staan, meen ik dit u te moeten melden, daar deze
lieden door hun onbeschoft optreden anderen ergeren.
Ben ik juist ingelicht is de naam van deze man
Wout Koedijk. In het vertrouwen nog het een en ander
over dit optreden te mogen vernemen. Teeken ik met de
meeste achting

(S. Hoepelman) [Handtekening] Roetersstr 2 B.
A.s.d. In deze brief beklaagt S. Hoepelman zich bij de directeur van het Amsterdamse Marktwezen over het wangedrag van een straatventer. De kern van de klacht is tweeledig:
1. Misleiding: De bloemenventer (geïdentificeerd als Wout Koedijk) gaf opzettelijk verkeerde aanwijzingen toen de schrijver de weg naar de Archimedesweg vroeg.
2. Antisemitisme: Wanneer Hoepelman de venter later confronteert met de misleiding, antwoordt deze: "Ik dacht je moest naar Palestina".

De schrijver hanteert een zeer correcte, formele toon ("Hooggeachte Heer", "veroorlooft zich"). Hij spreekt de directeur aan op de professionele standaard die van vergunninghouders (straatkooplieden) mag worden verwacht. De toevoeging van de naam van de dader wijst erop dat Hoepelman na het incident op onderzoek is uitgegaan. De brief is geschreven in juli 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en in een tijd van toenemende antisemitisme in Europa en Nederland.

  • Antisemitisme: De opmerking "naar Palestina moeten" was in die tijd een veelgehoorde antisemitische sneer, refererend aan het zionisme en de suggestie dat Joodse Nederlanders niet in Nederland thuishoorden, maar naar het Britse mandaatgebied Palestina moesten vertrekken.
  • Locatie: De genoemde straten (Dapperstraat, Celebesstraat, Archimedesweg, Roetersstraat) liggen in Amsterdam-Oost en de Watergraafsmeer, wijken die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kenden.
  • Marktwezen: Het Amsterdamse Marktwezen was de gemeentelijke instantie die toezag op marktkooplieden en straatventers. Een officiële klacht kon leiden tot disciplinaire maatregelen of zelfs het intrekken van een ventvergunning.
  • S. Hoepelman: De naam Hoepelman is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam. Uit archiefonderzoek (zoals de Joods Monument-database) blijkt dat diverse leden van de familie Hoepelman de oorlog niet hebben overleefd. Deze brief is een indringend getuigenis van de alledaagse vijandigheid waarmee Joodse Amsterdammers al vóór de bezetting te maken kregen. S. Hoepelman Marktwezen

Samenvatting

In deze brief beklaagt S. Hoepelman zich bij de directeur van het Amsterdamse Marktwezen over het wangedrag van een straatventer. De kern van de klacht is tweeledig:
1. Misleiding: De bloemenventer (geïdentificeerd als Wout Koedijk) gaf opzettelijk verkeerde aanwijzingen toen de schrijver de weg naar de Archimedesweg vroeg.
2. Antisemitisme: Wanneer Hoepelman de venter later confronteert met de misleiding, antwoordt deze: "Ik dacht je moest naar Palestina".

De schrijver hanteert een zeer correcte, formele toon ("Hooggeachte Heer", "veroorlooft zich"). Hij spreekt de directeur aan op de professionele standaard die van vergunninghouders (straatkooplieden) mag worden verwacht. De toevoeging van de naam van de dader wijst erop dat Hoepelman na het incident op onderzoek is uitgegaan.

Historische Context

De brief is geschreven in juli 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en in een tijd van toenemende antisemitisme in Europa en Nederland.

  • Antisemitisme: De opmerking "naar Palestina moeten" was in die tijd een veelgehoorde antisemitische sneer, refererend aan het zionisme en de suggestie dat Joodse Nederlanders niet in Nederland thuishoorden, maar naar het Britse mandaatgebied Palestina moesten vertrekken.
  • Locatie: De genoemde straten (Dapperstraat, Celebesstraat, Archimedesweg, Roetersstraat) liggen in Amsterdam-Oost en de Watergraafsmeer, wijken die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kenden.
  • Marktwezen: Het Amsterdamse Marktwezen was de gemeentelijke instantie die toezag op marktkooplieden en straatventers. Een officiële klacht kon leiden tot disciplinaire maatregelen of zelfs het intrekken van een ventvergunning.
  • S. Hoepelman: De naam Hoepelman is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam. Uit archiefonderzoek (zoals de Joods Monument-database) blijkt dat diverse leden van de familie Hoepelman de oorlog niet hebben overleefd. Deze brief is een indringend getuigenis van de alledaagse vijandigheid waarmee Joodse Amsterdammers al vóór de bezetting te maken kregen.

Genoemde Personen 1

Locaties

Dappermarkt

Producten

Kruidenier (Droog): Bloem Tuin & Plant: Bloemen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen