Archiefdocument
Origineel
Amsterdam, 14 maart 1939 G.H.J. Reynders, eigenaar van een drogisterij in huishoudelijke schoonmaakartikelen, gevestigd aan de Dapperstraat 3(0), Amsterdam. № 26 / 15 / 1 M. 1939 16/3
Amsterdam 14 Maart 1939
Den WelEdZeerGel Heer Dr A v.d. Laan
Directeur Centr: Markthallen
J van Galenstraat 14
WelEdZeerGel Heer.
Ondergetekende een zaak drijvende in Huishoudelijke
Schoonmaak Artikelen Drogisterij heeft op zaterdag al +/- 12 jaar
een Markt koopman voor zijn winkelhuis staan dien handel drijft
in gebroken bisquis, koek, suikerwerken chocolade deze man heeft
zeer veel hierin te doen wat ik hem ook als koopman gun. Nu doet
hij er sinds drie Zaterdagen het volgende bij hij plaatst naast zijn
stand hoek een twee kar en zet hier op Huishoudelijke artikelen
Smeer Zeep, Zeilwas, wrijfwas, zeeppoeder en enkele onconrante
Artikelen verkoopt dit tegen zulk een lage prijs dat ik en andere
daartegen onmogelijk mee kunnen en krijg aanmerking van onze
clienten krijgen waarom wij duurder zijn dus nog duurder als
Winkelier en op zwaardere lasten zitten er zeer veel nadeel van
voelen. Waarom moet zoo iemand nog meer zaken benadelen
hij laat dit zijn vrouw of Dochter naast hem opknappen en zal
als dit zoo doorgaat met nog meer Huishoudelijke Schoonmaak
artikelen voor mijn deur komen te staan.
Er is toch een vestigingstijd en wij winkeliers moeten toch ook
heel wat Waren Wet belasting betalen. Hoe deze koopman het
witte Uw opzichters wel en zou u dit s.v.p. willen verbieden of
dat hij met deze Huishoudelijke Schoonmaak artikelen veel
verder van mij af moet staan met beleefd verzoek geen een of
twee huizen naast mijn winkel dit heeft geen doel. Met
beleefde dank voor U welwillende mede werking teeken ik
Hoogachtend G.H.J. Reynders
Drogisterij Huishoudelijke Schoonmaak Artikelen
Dapperstraat 3(0) * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, enigszins archaïsche stijl ("WelEdZeerGel Heer", "ondergetekende"), maar bevat ook fonetische spellingen en grammaticale eigenaardigheden ("bisquis" voor biscuits, "witte" voor weten, "onconrante" voor incourante). De toon is beleefd doch dwingend; de afzender spreekt vanuit een gevoel van onrechtvaardigheid.
* Kern van de klacht: Reynders stoort zich niet aan de marktkoopman zolang deze koek en snoep verkoopt, maar maakt bezwaar tegen het feit dat de man nu ook schoonmaakmiddelen is gaan verkopen direct voor zijn winkeldeur.
* Economische argumenten: De afzender voert aan dat hij als winkelier hogere vaste lasten heeft (belastingen, huur) en moet voldoen aan de "Vestigingswet" en "Warenwet", terwijl de marktkoopman door lage prijzen zijn klandizie wegkaapt. Hij spreekt over "onze cliënten", wat suggereert dat meer winkeliers in de Dapperstraat hier last van hebben.
* Verzoek: De brief eindigt met een concreet verzoek aan de directeur van de Markthallen om de verkoop van deze artikelen door de koopman te verbieden, of om hem te dwingen zijn standplaats verder weg van de winkel op te stellen. * Historische periode: De brief dateert van maart 1939, een periode van economische herstel maar ook van grote spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Dapperbuurt was destijds een volksbuurt waar de markt (de Dappermarkt) een centrale rol speelde.
* Regelgeving: De verwijzing naar de "Vestigingswet" is relevant; de Vestigingswet Bedrijven 1937 was destijds een relatief nieuw instrument om de wildgroei aan kleine winkeltjes en vagebond-handel te reguleren en een zeker niveau van vakbekwaamheid en kredietwaardigheid te waarborgen.
* Administratie: De stempels en handgeschreven nummers bovenin duiden op een zorgvuldige archivering door het gemeentelijk apparaat van de Centrale Markthallen, die destijds ook toezicht hielden op de marktmeesters en inspecteurs.