Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 274
Dossier 37
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambbtelijk memo/adviesnota betreffende een marktvergunning.

November 1939. Dossier: 14, 25/213/1

Origineel

Ambbtelijk memo/adviesnota betreffende een marktvergunning. November 1939. [Gedrukt kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/213/1 193 9
DOORGEZONDEN: 3/11-'39

[Handschrift rechtsboven:]
Alb. Cuypstraat 606
~~H.K.H.~~ pl. no. 270
vraagt uitstel pl. bez.
heeft ander werk

[Hoofdtekst handschrift:]
Het verzoek van W. Dullems
om als houder van een vaste plaats
~~kan~~ op de markt Alb. Cuypst.
~~gedurende eenigen tijd~~
te worden vrijgesteld van
de verplichting om twee
maal per week een plaats op deze
markt in te nemen, op grond van
het feit dat hij tijdelijk ander werk heeft ge-
vonden, moet m.i. worden afgewezen.

[Rechtsmidden, in ander handschrift/kleur:]
Th v Vollenhoven
advies
6-11-39
gedaan

[Linksonder in rood potlood/krijt:]
25/213/2 M

[Middenonder:]
10/11/39 [initialen]
3.

[Rechtsonder:]
16-11-39
gedaan

[Linksonder gedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke notitie over een verzoek van een marktkraamhouder, de heer W. Dullems, die een vaste standplaats had op de Albert Cuypmarkt (plaatsnummer 270). Hij vroeg om een tijdelijke ontheffing van de zogeheten 'plaatsplicht'. In die tijd moesten houders van een vaste standplaats minimaal een aantal keren per week (hier genoemd: twee maal) fysiek aanwezig zijn op de markt om hun recht op de plek te behouden.

De reden voor zijn verzoek was dat hij tijdelijk ander werk had gevonden. Het ambtelijk advies (waarschijnlijk van Th. van Vollenhoven) is echter negatief: het verzoek moet "m.i. [mijns inziens] worden afgewezen". De strikte handhaving diende om te voorkomen dat standplaatsen ongebruikt bleven of als 'reserve' werden aangehouden terwijl anderen op de wachtlijst stonden. Uit de aantekeningen ("gedaan") blijkt dat het advies is opgevolgd en verwerkt in de administratie. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was in 1939 al een van de belangrijkste markten van de stad. De regelgeving voor marktkooplieden was streng, zeker in de crisisjaren en de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Een vaste standplaats was een waardevol bezit. De gemeente hanteerde strikte regels om de levendigheid van de markt te garanderen; wie zijn plek niet gebruikte, liep het risico deze te verliezen.

Het formulier zelf (Model No. 14, Algemene Zaken) is een typisch voorbeeld van de vooroorlogse Amsterdamse bureaucratie, waarbij verschillende ambtenaren met verschillende kleuren potlood en inkt hun parafen en opmerkingen toevoegden aan een dossierstuk terwijl het door de ambtelijke molen ging. M. No W. Dullems

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke notitie over een verzoek van een marktkraamhouder, de heer W. Dullems, die een vaste standplaats had op de Albert Cuypmarkt (plaatsnummer 270). Hij vroeg om een tijdelijke ontheffing van de zogeheten 'plaatsplicht'. In die tijd moesten houders van een vaste standplaats minimaal een aantal keren per week (hier genoemd: twee maal) fysiek aanwezig zijn op de markt om hun recht op de plek te behouden.

De reden voor zijn verzoek was dat hij tijdelijk ander werk had gevonden. Het ambtelijk advies (waarschijnlijk van Th. van Vollenhoven) is echter negatief: het verzoek moet "m.i. [mijns inziens] worden afgewezen". De strikte handhaving diende om te voorkomen dat standplaatsen ongebruikt bleven of als 'reserve' werden aangehouden terwijl anderen op de wachtlijst stonden. Uit de aantekeningen ("gedaan") blijkt dat het advies is opgevolgd en verwerkt in de administratie.

Historische Context

De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was in 1939 al een van de belangrijkste markten van de stad. De regelgeving voor marktkooplieden was streng, zeker in de crisisjaren en de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Een vaste standplaats was een waardevol bezit. De gemeente hanteerde strikte regels om de levendigheid van de markt te garanderen; wie zijn plek niet gebruikte, liep het risico deze te verliezen.

Het formulier zelf (Model No. 14, Algemene Zaken) is een typisch voorbeeld van de vooroorlogse Amsterdamse bureaucratie, waarbij verschillende ambtenaren met verschillende kleuren potlood en inkt hun parafen en opmerkingen toevoegden aan een dossierstuk terwijl het door de ambtelijke molen ging.

Genoemde Personen 2

M. No W. Dullems

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 3