Afschrift van een officiële brief/ambtelijke correspondentie.
Origineel
Afschrift van een officiële brief/ambtelijke correspondentie. 18 november 1939. No.25/226/1 M.1939 22/11 AFSCHRIFT.
==================================
No.884 L.M.1939
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd.O. Amsterdam, 18 November 1939.
No.3977.
Bij schrijven van 23 Juni 1936, No.2646 O., heb ik
mij tot U gewend met een klacht van het hoofd der Albert Cuypschool,
Albert Cuypstraat 241, over het zeer luide geschreeuw en het rumoer
van de marktkooplieden, die het geven van behoorlijk onderwijs op deze
school onmogelijk maakten. De hierop gevolgde correspondentie eindigde
met de toezending van het hierbij teruggaande schrijven van den Direc-
teur van het Marktwezen van 13 October 1936, waarin deze mededeelde,
dat hij opdracht had gegeven van Maandag tot en met Vrijdag vóór de
school geen marktplaatsen meer uit te geven; en op de plaatsen daar-
tegenover uitsluitend kooplieden, die niet schreeuwen (standwerkers)
te plaatsen. "Dit zelfde zou des Zaterdags ook op de plaatsen vóór de
school geschieden".
Het hoofd der Albert Cuypschool schrijft echter thans:
"De drukte en het rumoer der z.g. "derde markt" d.i. de markt in de
"Albert Cuypstraat van de Sweelinckstraat in de richting Van Woustraat,
"is in het laatste jaar zoodanig toegenomen, dat het onderwijs daar
"zeer ernstig onder lijdt. Het rumoer en het roepen der marktkooplieden,
"die hun waren luid en in allerlei toonaarden aanprijzen zijn dermate
"hevig, dat er zelfs oogenblikken zijn, dat men zich in de klasse vrij-
"wel niet verstaanbaar kan maken. Bovendien leiden het rumoer en het
"roepen de leerlingen in hooge mate af en ondanks de allergrootste in-
"spanning kunnen de leerkrachten de aandacht der leerlingen bij de les-
"sen niet voldoende houden. Ten slotte maakt het marktrumoer de onder-
"wijskrachten overspannen en oververmoeid."
Het hoofd der school voegt hieraan toe, dat de school
de volle medewerking geniet der marktmeesters, die zooveel mogelijk
de standwerkers voor de school weren, doch dat deze het met de school
eens zijn, dat alleen verbod van de markt voor de school aan de school-
zijde en aan de overzijde, afdoende zal zijn. Dit document betreft een herhaalde klacht over geluidsoverlast veroorzaakt door de Albert Cuypmarkt. Het hoofd van de Albert Cuypschool (gevestigd op nummer 241) trekt aan de bel omdat eerdere maatregelen uit 1936 niet (meer) volstaan.
De kernpunten uit de analyse zijn:
* Conflict tussen functies: De brief illustreert de spanning tussen de commerciële dynamiek van een groeiende volksmarkt en de behoefte aan rust voor kwalitatief onderwijs.
* Standwerkers: Specifieke overlast wordt toegeschreven aan 'standwerkers' die hun waren schreeuwend aanprijzen.
* Gezondheid van personeel: Er wordt expliciet melding gemaakt van docenten die "overspannen en oververmoeid" raken door de werkomstandigheden.
* Handhaving: Hoewel de marktmeesters meewerken, blijkt uit de tekst dat alleen een totaalverbod op marktkramen direct voor en tegenover de school als een definitieve oplossing wordt gezien. In de jaren dertig van de 20e eeuw was de Albert Cuypmarkt reeds een zeer drukke en vitale markt in de Amsterdamse Pijp. De Albert Cuypschool was een van de vele scholen in deze dichtbevolkte wijk. De brief dateert van november 1939, een periode waarin de dreiging van de Tweede Wereldoorlog weliswaar aanwezig was, maar het dagelijks ambtelijk leven in Amsterdam nog zijn gewone gang ging.
Taalkundig valt het gebruik van de oude spelling op (zoals "zoodanig", "oogenblikken" en "zooveel"), die pas na de spellinghervorming van Marchant in 1934 officieel begon te veranderen, maar in ambtelijke stukken vaak nog langer standhield. Het document geeft een uniek inkijkje in de lokale geschiedenis van de Pijp en de evolutie van de markthendel en onderwijsomstandigheden in die tijd.