Archiefdocument
Origineel
21 maart 1939. Mevr. B. Matteman-de Groot (3de Oosterparkstraat 18, Amsterdam). WelEd. Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. № 26/16/1 M. 1939 $\frac{22}{3}$ [stempel]
Amsterdam, 21.Maart 1939
Aan den WelEd.Heer DIRECTEUR
van het Marktwezen
A L H I E R
WelEd.Heer,
Volgens bijgaand Dokter's attest
verzoek ik U beleefd mij gedurende 2½ maand ontheffing te
willen verleenen van myn verplichting uit te stallen
in de Dapperstraat en Westerstraat, zodat ik gedurende deze
tijd ook geen Marktgelden behoef te betalen.
Ik zeg U bij voorbaat beleefd dank
voor Uwe medewerking in deze, en verblijf inmiddels,
Hoogachtend,
[handtekening] M. B. Matteman de Groot
[paraaf/stempel] Pree [?]
Afz.B.MATTEMAN-de GROOT,
3de.Oosterparkstraat,18.
Amsterdam.
[Rechtsonder in potlood:] 26 * Inhoud: De schrijfster vraagt om een ontheffing van tweeënhalve maand voor haar verplichting om haar koopwaar uit te stallen op de Dappermarkt en de Westermarkt. De reden hiervoor is medisch van aard, gestaafd door een (niet bijgevoegd) doktersattest.
* Financiële aspecten: Een belangrijk onderdeel van het verzoek is de vrijstelling van het betalen van 'Marktgelden' (stageld) tijdens de afwezigheid. Voor marktkooplieden in de jaren '30 vormden deze vaste lasten een zware druk wanneer er geen inkomsten tegenover stonden.
* Toon: De brief is gesteld in zeer beleefde, ambtelijke taal die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd ("WelEd.Heer", "beleefd mij... ontheffing te willen verleenen"). * Historisch kader: De brief dateert van maart 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam verkeerde in een periode van economische onzekerheid.
* Locatie en Gemeenschap: De afzendster woonde in de 3e Oosterparkstraat en dreef handel op de Dapperstraat (Oost) en de Westerstraat (Jordaan). De naam Matteman is een bekende naam binnen de vooroorlogse Joodse gemeenschap van Amsterdam, waarvan velen werkzaam waren in de ambulante handel.
* Regelgeving: De brief illustreert de strenge regulering van het Amsterdamse marktwezen. Kooplieden hadden een 'stallingplicht'; wie zonder toestemming wegbleef, riskeerde het verlies van zijn vaste standplaats. Dit document is een overlevend bewijs van de administratieve weg die bewandeld moest worden bij ziekte.
* Lotgevallen: Gezien de Joodse achtergrond van veel marktkooplieden uit de Oosterparkbuurt, krijgt een dergelijk alledaags document uit 1939 een wrange bijsmaak; binnen enkele jaren zouden de nazi-verordeningen de Joodse handelaren eerst van de markten weren en vervolgens uit de stad wegvoeren.