Archiefdocument
Origineel
2 oktober 1939 Waarschijnlijk een ambtenaar van de afdeling Marktwezen (gezien de referentie VP/HG en de inhoud). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). [Rechtsboven, handgeschreven:] I vz. Jhr de Haer.
[Bovenaan midden, handgeschreven:] Verzonden 6/10-39
[Linksboven, getypt:]
VP/HG.
27/93/2 M.
1
[Rechtsboven, getypt:] 2 October 1939.
[Links, getypt en onderstreept:]
Verzoek van weduwe Heijnings
om marktplaats over te dragen
aan haar zoon.
[Rechtsonder onderwerp, getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 4 September jl. om advies ontvangen stuk no.23/9 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat adressante een vaste plaats bezet op de markt Ten Katestraat. Zij is bijkans 73 jaren oud en niet meer in staat om zelfstandig van die plaats gebruik te maken. Dezerzijds zou geen bezwaar bestaan haar, overeenkomstig artikel 19 van het Reglement op de Markten, toestemming te verleenen zich op haar marktplaats te laten assisteeren door haar zoon. Zij is dan echter verplicht om bij voortduring ook zelf op de marktplaats aanwezig te zijn, terwijl bovendien de zoon geenerlei recht op de bedoelde plaats krijgt, indien zijn moeder niet meer in staat zou zijn om daar te komen. Adressante verzoekt daarom de bedoelde plaats aan haar zoon te mogen overdragen. Inwilliging van dit verzoek zou in strijd zijn met de algemeene gedragslijn, die ten aanzien van het verkrijgen van marktplaatsen wordt gevolgd. De zoon behoort zich op de sollicitantenlijst te laten inschrijven en af te wachten, totdat hij voor een vaste plaats aan de beurt zal komen. Overdracht der plaats, waartoe artikel 35 van het Reglement eventueel de gelegenheid biedt, wordt, ook door de Marktcommissie, waar deze aangelegenheid in principe werd besproken, ongewenscht geacht, omdat daardoor de rechten Het document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is een verzoek van de 72-jarige weduwe Heijnings, die een vaste staanplaats heeft op de Ten Katemarkt. Vanwege haar hoge leeftijd en afnemende gezondheid wil zij de plek officieel overdragen aan haar zoon.
De adviserende ambtenaar stelt vast dat hulp van de zoon (assistentie) volgens de regels is toegestaan, mits de weduwe zelf ook fysiek aanwezig blijft. De volledige overdracht wordt echter negatief geadviseerd. De reden hiervoor is principieel: men wil vasthouden aan de officiële wachtlijst (de "sollicitantenlijst"). Door een overdracht binnen de familie toe te staan, zouden andere gegadigden die al lang wachten, worden gepasseerd. Dit document illustreert de strikte handhaving van marktreglementen in de jaren dertig om willekeur en onofficiële 'vererving' van schaarse marktplaatsen te voorkomen. De Ten Katemarkt in de Amsterdamse Kinkerbuurt is een van de oudste en drukst bezochte dagmarkten van de stad, opgericht in 1910. In 1939, ten tijde van deze brief, bevond Nederland zich in een economisch lastige periode en was de mobilisatie net begonnen. Een vaste marktplaats bood in die tijd een zekere bestaanszekerheid voor een familie.
De Wethouder voor de Levensmiddelen was in Amsterdam een belangrijke post, zeker met het oog op de naderende oorlogsdreiging en de noodzaak voor centrale distributie van goederen. Het feit dat een dergelijk specifiek verzoek van één marktkoopvrouw op het bureau van een wethouder terechtkwam, toont de hoge mate van centralisatie en bureaucratische controle op het Amsterdamse marktwezen in die tijd. De brief eindigt abrupt onderaan de pagina, maar de strekking is duidelijk: het algemeen belang van een eerlijk toewijzingssysteem weegt zwaarder dan de individuele nood van de familie Heijnings.