Brief / Verzoekschrift aan een ambtenaar of autoriteit (vermoedelijk de burgemeester of politiecommissaris van Groningen).
Origineel
Brief / Verzoekschrift aan een ambtenaar of autoriteit (vermoedelijk de burgemeester of politiecommissaris van Groningen). 5 oktober 1939. [Stempel bovenin:]
$N^{\underline{o}} 27/107/1$ M. $1939 \frac{6}{10}$ d. $5 - 10 - 39$
[Handgeschreven aantekening in potlood, doorgehaald:]
niet dit WB
Jmp
Weledel Heer
Een beleefd verzoek van de bewon-
ners van de Akerkhofstraat vischmarkt
of het niet mogelijk is om de man
in vrouwenkleeren Marie
Jansen van de markt te wijzen
daar het niet doenlijk is de bewoners
van de benedenhuizen zijn niet
in staat om voor hun raam te
komen daar er de gehelen dag
zoon stelletje van die snuiters
achter der kar en de smerigste
taal daar maar met haar
gebezigd word en de Hoofd-
zaak zijn de Jooden menschen
het mikpunt daar zij Facist
is en het haast niet noodig
is daar de Jooden al genoeg af * Taalgebruik: Het document is geschreven in het Nederlands met diverse spelfouten die kenmerkend zijn voor de tijd of de sociale achtergrond van de schrijver (bijv. "zoon" in plaats van "zo'n", "Facist" in plaats van "Fascist", "word" in plaats van "wordt").
* Inhoud: De bewoners van de buurt rondom de Vischmarkt in Groningen beklagen zich over Marie Jansen. Jansen was een man die zich in vrouwenkleren hulde en een viskar dreef. De klacht is tweeledig:
1. Overlast: De aanwezigheid van Jansen trekt "snuiters" (opgeschoten jongelui) aan die voor overlast en grof taalgebruik zorgen, waardoor buurtbewoners niet meer voor hun eigen ramen durven te zitten.
2. Politieke/Ideologische aard: Jansen wordt ervan beschuldigd een "Facist" (fascist) te zijn die het voorzien heeft op "Jooden menschen". De briefschrijver stelt dat de Joodse gemeenschap het al zwaar genoeg heeft.
* Sociale aspecten: Het document toont de intolerantie jegens non-conformistisch gedrag (gender-identiteit) in de jaren 30, maar gebruikt tegelijkertijd de actuele politieke spanningen (antisemitisme en fascisme) als moreel argument om Jansen te laten verwijderen. Dit document is een bekend stuk uit het Groningse archief betreffende de historische figuur Marie Jansen (eigenlijke naam: Johannes Harmen Marie Jansen). Marie Jansen was een markante verschijning in Groningen die zich openlijk als vrouw manifesteerde, wat in die tijd zeer ongebruikelijk was en tot veel spot en agressie leidde.
De datum van de brief, 5 oktober 1939, is historisch saillant. De Tweede Wereldoorlog was net een maand eerder uitgebroken in Polen. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de dreiging van nazi-Duitsland en het opkomende fascisme (ook binnen Nederland via de NSB) een dagelijks onderwerp van gesprek en grote zorg. De beschuldiging dat Jansen een fascist zou zijn die Joden lastigvalt, was in deze context een zeer zware beschuldiging, bedoeld om de autoriteiten tot snelle actie te dwingen. Het document illustreert de complexe verwevenheid van sociale uitsluiting, publieke orde en de politieke hoogspanning aan de vooravond van de Duitse bezetting van Nederland. NSB