Doorslag van een officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/kennisgeving. 9 november 1939. De Directeur (ondertekening), met initialen VP/HG. Mej. M.E. Jansen, Lijnbaansgracht 33 III, Amsterdam-Centrum (Wijk 9). [Handgeschreven rechtsboven:] 20 ex. Hr. de Boer. [Mogelijk "Hr. de Boer", handschrift is ietwat onduidelijk]
[Getypt midden boven:] VP/HG.
[Getypt linksboven:] 27/107/6 M.
[Handgeschreven stempel/notitie midden:] Verzonden 9/11-39
[Getypt rechts:] 9 November 1939.
[Adresblok rechts:]
Mej.M.E.Jansen,
Lijnbaansgracht 33 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
[Inhoud:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 1 dezer (No. 27/107/5 M.) bevestig ik hierbij mijn U reeds mondeling gedane mededeeling, dat ik de U opgelegde straf heb teruggebracht tot één week en wel van 13 tot en met 19 November a.s.
[Rechtsonder:] De Directeur, * Onderwerp: De brief betreft een officiële bevestiging van de vermindering van een eerder opgelegde straf.
* Kernboodschap: Een niet nader gespecificeerde straf die aan Mejuffrouw Jansen was opgelegd, is door de directeur teruggebracht naar een duur van één week (van 13 t/m 19 november 1939). De brief dient als schriftelijke vastlegging van een eerdere mondelinge mededeling en volgt op een eerdere brief van 1 november.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en zakelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van voor de Tweede Wereldoorlog (bijv. "d.d. 1 dezer", "mededeeling", "a.s.").
* Administratieve sporen: De codes linksboven en de handgeschreven notitie over het aantal exemplaren duiden op een strikte administratieve procedure binnen de organisatie. * Tijdsbeeld: November 1939 valt in de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar vóór de Duitse inval in Nederland.
* Sociale context: De adressering aan "Mej. M.E. Jansen" op de Lijnbaansgracht in Amsterdam wijst op een ongehuwde vrouw die in een volksbuurt woonde. De aanduiding "Wijk 9" was destijds gebruikelijk voor de Amsterdamse postindeling.
* Aard van de instantie: Hoewel de naam van de instantie niet op dit afschrift staat, doet de aard van de "straf" en de formele toon denken aan een tuchtrechtelijke maatregel binnen een werkverschaffingsproject, een sociale dienst, of een internaat/opvoedingsgesticht. Het feit dat een directeur de straf kan herzien, wijst op een hiërarchische verhouding.