Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 353
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / besluitvormingsstuk.

21 maart 1939.

Origineel

Ambtelijke notitie / besluitvormingsstuk. 21 maart 1939. no 20/30/1 m 1939. Den Heer Inspecteur
vh Marktwesen
alhier.

Tegen het verzoek van plh no 49 H Hopman geb Hoogduijn
om gedurende haar ziekte vrijgesteld te worden
in het bezoeken van markt bestaat niet
een bezwaar, mits het marktgeld op tijd
voldaan wordt.

21 - 3 - ’39. [Handtekening] * Taal en handschrift: Het document is geschreven in het Nederlands met het voor die tijd kenmerkende ambtelijke cursiefschrift. De spelling "Marktwesen" (met een lange 's') is typerend voor de vroege 20e eeuw.
* Inhoud: Het betreft een akkoord op een verzoek van een standplaatshoudster (mevrouw H. Hopman, geboren Hoogduijn). Vanwege ziekte krijgt zij toestemming om niet persoonlijk op de markt aanwezig te zijn bij haar standplaats (nummer 49).
* Voorwaarde: De toestemming is niet onvoorwaardelijk; de financiële verplichting blijft bestaan. Het marktgeld (de sta-gelden) moet op de gebruikelijke tijden betaald worden om de rechten op de standplaats te behouden.
* Terminologie: "plh" staat vermoedelijk voor 'plaatshebber' of 'plaats'. "Alhier" geeft aan dat de brief binnen dezelfde gemeente of instantie is verstuurd. Dit document stamt uit maart 1939, de periode van de mobilisatie vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In die tijd waren gemeentelijke markten streng gereguleerd. Standplaatshouders hadden een strikte aanwezigheidsplicht om 'leegloop' van de markt en onderhandse verhuur te voorkomen. Dit briefje illustreert de bureaucratische afhandeling van persoonlijke omstandigheden: zelfs bij ziekte was een officieel besluit van de Inspecteur van het Marktwezen nodig om de rechten op een kraam of plek veilig te stellen. Het benadrukt tevens dat de inkomsten voor de stad (het marktgeld) prioriteit hadden boven de individuele situatie van de koopvrouw.

Samenvatting

  • Taal en handschrift: Het document is geschreven in het Nederlands met het voor die tijd kenmerkende ambtelijke cursiefschrift. De spelling "Marktwesen" (met een lange 's') is typerend voor de vroege 20e eeuw.
  • Inhoud: Het betreft een akkoord op een verzoek van een standplaatshoudster (mevrouw H. Hopman, geboren Hoogduijn). Vanwege ziekte krijgt zij toestemming om niet persoonlijk op de markt aanwezig te zijn bij haar standplaats (nummer 49).
  • Voorwaarde: De toestemming is niet onvoorwaardelijk; de financiële verplichting blijft bestaan. Het marktgeld (de sta-gelden) moet op de gebruikelijke tijden betaald worden om de rechten op de standplaats te behouden.
  • Terminologie: "plh" staat vermoedelijk voor 'plaatshebber' of 'plaats'. "Alhier" geeft aan dat de brief binnen dezelfde gemeente of instantie is verstuurd.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1939, de periode van de mobilisatie vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In die tijd waren gemeentelijke markten streng gereguleerd. Standplaatshouders hadden een strikte aanwezigheidsplicht om 'leegloop' van de markt en onderhandse verhuur te voorkomen. Dit briefje illustreert de bureaucratische afhandeling van persoonlijke omstandigheden: zelfs bij ziekte was een officieel besluit van de Inspecteur van het Marktwezen nodig om de rechten op een kraam of plek veilig te stellen. Het benadrukt tevens dat de inkomsten voor de stad (het marktgeld) prioriteit hadden boven de individuele situatie van de koopvrouw.

Gerelateerde Documenten 2