Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 16 september 1939 (gebaseerd op de stempel). Een ongenoemde vrouw, de dochter van wijlen de heer M.A. Cathan (of mogelijk Nathan, hoewel de 'C' identiek is aan die in 'circa'). Zij omschrijft zichzelf als "wees" en "zonder middel van bestaan". № 30/15/5 M. 1939 16/9
ni Dir [?]
M. H.
Beleefd verzoek ik U voor het volgende
s.v.p. Uw aandacht.
Ondergetekende is dochter van den Heer
M. A Cathan, mijn vader heeft circa
30 jaren een plaats bezet op het
Waterlooplein naast den Heer S. Waterman,
tevens met dezen Heer compagnon.
Mijn vader is j.l. overleden, en nu sta ik
ouderloos op een woelige wereld, alleen
zonder middel van bestaan.
Ik ben bekend met handel drijven
zooals mijn vader dit heeft gedaan,
maar kan niet handelen zonder de hulp
van den Heer S. Waterman.
Nu heeft dezen heer mij toegezegd voor mij
te zullen zorgen, dat ik tenminste zelfstan-
dig mijn brood kan verdienen veel of
weinig maar dan moet ik naast hem
komen te staan, en onder zijn leiding.
Nu zou ik een beroep willen doen op Uw
medewerking om in den gunst te mogen
komen voor de plaats van wijlen mijn
vader, dan behoef ik als wees niemand
zo
oud m. * Afzender: Een ongenoemde vrouw, de dochter van wijlen de heer M.A. Cathan (of mogelijk Nathan, hoewel de 'C' identiek is aan die in 'circa'). Zij omschrijft zichzelf als "wees" en "zonder middel van bestaan".
* Adressaat: "M. H." (Mijne Heren), vermoedelijk de Marktcommissie of het gemeentebestuur van Amsterdam.
* Kern van het verzoek: De schrijfster verzoekt om de marktplaats van haar onlangs overleden vader op het Waterlooplein over te mogen nemen.
* Argumentatie:
1. Haar vader heeft de plek al circa 30 jaar bezet.
2. Zij heeft ervaring met de handel door haar vader.
3. De heer S. Waterman, de compagnon van haar vader, is bereid haar te begeleiden en te steunen ("onder zijn leiding").
4. Zij bevindt zich in een precaire sociale positie (ouderloos en zonder inkomen).
* Schrijfstijl: De brief is geschreven in een nederige, formele toon ("Beleefd verzoek ik U", "in den gunst te mogen komen"), wat gebruikelijk was voor verzoekschriften aan officiële instanties in die tijd. Dit document biedt een inkijkje in de sociaaleconomische realiteit van de Joodse buurt in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was het centrum van de Amsterdamse straathandel. Voor veel gezinnen was een marktvergunning de enige bron van inkomsten en deze rechten waren vaak erfelijk of werden binnen de gemeenschap overgedragen om de continuïteit van het gezinsinkomen te waarborgen.
De datum (september 1939) is historisch beladen; terwijl de schrijfster probeert haar bestaanszekerheid veilig te stellen na de dood van haar vader, is de Tweede Wereldoorlog in Europa net uitgebroken. De vermelding van compagnon S. Waterman is relevant, daar samenwerking tussen handelaren op de markt essentieel was voor zowel de logistiek als de sociale cohesie op het plein. De afkorting "zo" rechtsonder staat waarschijnlijk voor "zie omme", wat impliceert dat de brief op de achterzijde vervolgd werd of dat daar een handtekening staat.