Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 149
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief (doorslag van een uitgaand schrijven).

13 Februari 1939.

Origineel

Dienstbrief (doorslag van een uitgaand schrijven). 13 Februari 1939. VP/HG. extra

31/5/2 M.
13 Februari 1939.

                     den Heer Directeur van den Dienst
                     der Gemeentelijke Wasch- en Schoon-
                     maak, Bad- en Zweminrichtingen,
                     Nw. Looiersdwarsstraat 9-17,
                     Amsterdam-Centrum.
                                        Wijk 4.



           Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 Januari

jl. (No.280 W.S.B.Z.1939) heb ik de eer U te berichten,
dat van de daarin vervatte klacht goede nota is genomen.
Het op de markt Uilenburg dienstdoende marktpersoneel
heeft opdracht om zorg te dragen, dat de toegang tot het
badhuis wordt vrijgehouden.

                                    De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord van de directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (vermoedelijk de Dienst der Markten of Publieke Werken) aan zijn ambtgenoot van de Dienst der Gemeentelijke Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen.

De kern van de correspondentie is een klacht over de belemmering van de toegang tot het badhuis bij de markt op Uilenburg. Het marktpersoneel ter plaatse heeft nu de expliciete instructie gekregen om de doorgang vrij te houden. De toon is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse administratieve stijl ("heb ik de eer U te berichten", "goede nota is genomen"). De spelling is de toen geldende spelling-Marchant (bijv. "Wasch-"). Het document dateert uit februari 1939, een periode waarin Amsterdamse volksbuurten zoals Uilenburg nog zeer dichtbevolkt waren. Openbare badhuizen speelden een cruciale rol in de persoonlijke hygiëne van de stadsbewoners, aangezien de meeste woningen in die tijd geen eigen douche of bad hadden.

Uilenburg was van oudsher een arme buurt in de Joodse wijk van Amsterdam, waar een drukke dagmarkt werd gehouden. De brief illustreert een klein maar praktisch probleem van stedelijk beheer: de frictie tussen de logistieke chaos van een markt en de noodzakelijke toegang tot publieke voorzieningen zoals het badhuis. Het vrijhouden van de toegang was essentieel voor de volksgezondheid. Kort na deze brief, tijdens de bezetting, zou het karakter van deze wijk drastisch en tragisch veranderen.

Samenvatting

Deze brief is een formeel antwoord van de directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (vermoedelijk de Dienst der Markten of Publieke Werken) aan zijn ambtgenoot van de Dienst der Gemeentelijke Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen.

De kern van de correspondentie is een klacht over de belemmering van de toegang tot het badhuis bij de markt op Uilenburg. Het marktpersoneel ter plaatse heeft nu de expliciete instructie gekregen om de doorgang vrij te houden. De toon is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse administratieve stijl ("heb ik de eer U te berichten", "goede nota is genomen"). De spelling is de toen geldende spelling-Marchant (bijv. "Wasch-").

Historische Context

Het document dateert uit februari 1939, een periode waarin Amsterdamse volksbuurten zoals Uilenburg nog zeer dichtbevolkt waren. Openbare badhuizen speelden een cruciale rol in de persoonlijke hygiëne van de stadsbewoners, aangezien de meeste woningen in die tijd geen eigen douche of bad hadden.

Uilenburg was van oudsher een arme buurt in de Joodse wijk van Amsterdam, waar een drukke dagmarkt werd gehouden. De brief illustreert een klein maar praktisch probleem van stedelijk beheer: de frictie tussen de logistieke chaos van een markt en de noodzakelijke toegang tot publieke voorzieningen zoals het badhuis. Het vrijhouden van de toegang was essentieel voor de volksgezondheid. Kort na deze brief, tijdens de bezetting, zou het karakter van deze wijk drastisch en tragisch veranderen.