Ambtsverslag / Rapportage
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage Maandag 20 februari 1939 № 33 / 8 / 1 (stempel) M. 1939 (stempel) 22/2
Westermarkt Maandag 20-2-'39
Den Heer Inspecteur
Th Marktwezen
Alhier.
Om ± 1 uur werd ik aangesproken door de juff
no 184 Mej: v Os (1924) die mij vroeg hoe het kwam dat de koopman
A. Toff een plaats op de 4e markt gekregen had.
Ik vroeg haar waarom ze dit deed, waarop ze
antwoordde dat hij helemaal niet in aanmerking kwam en er
dus geen recht op had. Ik zei haar dat Toff was ingeschreven
en volgens zijn no een plaats gekregen had.
Mej: v. Os gaf me te kennen dat hier geknoeid
werd waarop ik haar verzocht dergelijke gezegden achterwege
te laten, terwijl ik niet begreep waar zij zich eigenlijk mee
bemoeide daar zij hier toch geen competentie van had
want Toff stond op de 4e en zij op de 3e markt.
Ze bemoeide zich er wel mee want: „Dat ge-
knoei van jou moet maar eens uit zijn, hoeveel verdien
je er wel mee dat je hem die plaats hebt gegeven?
Met geld krijgt hij (Toff) alles gedaan.”
Ik verzocht Mej: v Os zich te kalmeren en
naar haar plaats te gaan waarop ze zeide:
„Wat kan je me doen, mij maak je niets,
denk niet dat je hier uit kan halen wat je in de Albert-
Cuijpstr: kon doen, ik zeg je dat je geld hebt aangenomen.
Bontebal is weggekapt maar ik zal zorgen dat ze jou ook
wegjagen. Ik zal wel naar je Directie gaan!” Dit document is een officieel verslag van een marktmeester of toezichthouder gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. Het verslag doet melding van een verbale confrontatie op de Westermarkt.
De kern van het conflict is een beschuldiging van corruptie. Mejuffrouw van Os (standplaatsnummer 184) spreekt de ambtenaar aan en beschuldigt hem ervan steekpenningen te hebben aangenomen van een andere koopman, A. Toff, in ruil voor een gunstige marktplaats. De ambtenaar verweert zich door te stellen dat Toff simpelweg aan de beurt was volgens zijn inschrijfnummer en dat Van Os zich er niet mee moet bemoeien omdat het een andere marktsectie betreft (de 4e markt versus haar 3e markt).
De toon van Van Os is uiterst agressief en dreigend. Ze refereert aan eerdere praktijken in de Albert Cuypstraat en noemt een zekere 'Bontebal' die reeds zou zijn "weggekapt" (ontslagen of overgeplaatst), en dreigt de ambtenaar met hetzelfde lot door naar de directie te stappen. Het document dateert van februari 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het marktwezen in Amsterdam strikt gereguleerd door de gemeente. De toewijzing van schaarse standplaatsen op populaire markten zoals de Westermarkt en de Albert Cuypmarkt leidde regelmatig tot spanningen tussen kooplieden onderling en tussen kooplieden en het marktpersoneel.
Beschuldigingen van favoritisme en "geknoei" kwamen vaker voor in een tijd van economische schaarste. De verwijzing naar de Albert Cuypstraat suggereert dat de betreffende ambtenaar daar eerder werkzaam was en dat er mogelijk een voorgeschiedenis van conflicten bestond tussen hem en de marktkooplieden. De naam "Toff" is een bekende naam in de Joodse markttraditie van Amsterdam, wat past bij de historische context van de markten in de Jordaan en het centrum in die tijd. A. Toff Th Marktwezen (Inspecteur) Marktwezen