Ambtelijke notitie/conceptbrief op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijke notitie/conceptbrief op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14). [Koptekst stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/138/1 1939
DOORGEZONDEN: 21/6
[Handgeschreven tekst in potlood, bovenaan]
Stel U voor niet tot restitutie over te gaan.
Om iedere reis moet betaald. Schipper Vroom
moet daarnaar zijn zaken regelen 20/6.39
Alle schippers, die ledige emballage
halen betalen marktgeld. Sch.
[Handgeschreven tekst in inkt, midden rechts]
37/138/2 20/6-39 [paraaf]
Naar aanl. v. Uw brief
d.d. 24 dezer bericht ik U,
dat het daarin vervatte
verzoek niet voor inwilliging
in aanmerking kan komen.
Krachtens de Verordening op de
heffing van markt-, standplaats-
en ventgelden wordt marktgeld
[Handgeschreven tekst in inkt, verticaal in de linker marge]
worden betaald per
reis, die door een
onafgebroken
verblijf aan de CM
zonder de brug te zijn uitgevaren
mag worden verlengd.
Is het verblijf onderbroken
dan is andermaal
marktgeld verschuldigd.
[Linksonder in de marge]
28/6 39
[paraaf]
[Voorgedrukte voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Afwijzing van een verzoek tot restitutie (teruggave) van marktgeld door een zekere schipper Vroom.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".
* Kern van het besluit: Marktgeld is verschuldigd per 'reis'. De ambtenaar legt uit dat een reis als beëindigd wordt beschouwd zodra het verblijf aan de CM (waarschijnlijk de Centrale Markt) wordt onderbroken (bijv. door door de brug te varen). Bij een nieuwe aankomst moet opnieuw marktgeld worden betaald.
* Proces: De potloodaantekening bovenaan lijkt een instructie van een superieur aan een ondergeschikte ("Stel U voor...") om de brief in deze trant op te stellen. De tekst in inkt is de definitieve formulering van de afwijzing. Dit document stamt uit juni 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin de administratieve regeldruk rondom markten en transport in grote steden zoals Amsterdam (gezien de term 'Centrale Markt') zeer strikt was. Het illustreert de rigide toepassing van lokale belastingverordeningen voor de binnenvaart en handelaren. De schipper, in dit geval Vroom, werd geacht zijn bedrijfsvoering aan te passen aan de geldende verordeningen in plaats van achteraf om ontheffing of teruggave te vragen.