Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 10 november 1939 $N^{\underline{o}} 53/85/1$ M. 1939 //
Amsterdam 10 Nov 1939.
Wel Ed Heer.
Beleefd verzoek ik Uw aandacht voor het volgende.
Ongeveer 5 jaar drijf ik handel in groenten en fruit,
Mijn zoon Egidius Erich die minderjarig was, was mij daar-
bij behulpzaam, waarvoor ik een personeelskaart verkreeg om
toegang tot de centrale markt. Geleidelijk aan heeft hij zich
een wijk verworven, welke baten het gezin ten goede kwamen.
Een koopers kaart kon ik voor hem niet krijgen aangezien hij
geen erkenning had van de groente en fruitcentrale, daar
hij de leeftijd van 21 jaar nog niet had bereikt. Ik kocht
dus een maandkaart voor mij à f 1 + een personeelskaart
à 0,25 cent voor mijn zoon. Bij de aanvraag om nieuwe
kaarten voor het komende jaar deed men mij de mededeling
dat ik f 20 had te betalen als zijnde te kort betaalde
marktgelden voor mijn zoon, daar hij volgens de chef
zelfstandig kooper was geweest gedurende de jaren
dat hij in het bezit van ventvergunning is. Voor
zich zelf handelen deed hij niet, daar het verdiende
geld altijd het gezin ten goede kwam. Tot voor on-
geveer 5 maanden terug. Van dien tijd af hebben we
gezegd: „geef moeder f 10 wekelijks wat je meer
verdiend mag je zelf houden, mede als aansporing
om zijn best te doen. Is het standpunt, dat ik
f 20 moet betalen nu wel juist? Een anderen weg
om toegang tot de markt was er toch niet voor hem.
Personeel in de zin der marktkaart is hij niet.
Z.O.Z. De schrijver van de brief protesteert tegen een naheffing van 20 gulden aan "marktgelden". De kern van het geschil is de status van zijn zoon, Egidius Erich.
1. De gezinssituatie: De zoon werkte jarenlang mee in de groentehandel van zijn vader om het gezinsinkomen aan te vullen. Omdat hij jonger dan 21 was, kon hij geen officiële "kooperskaart" krijgen.
2. De administratieve constructie: De vader kocht voor de zoon een "personeelskaart" (goedkoper, 25 cent) in plaats van een zelfstandige kaart.
3. Het conflict: De directie van de centrale markt stelt nu dat de zoon, omdat hij een eigen ventvergunning had, feitelijk als zelfstandig handelaar optrad en dus het hogere tarief had moeten betalen.
4. Het verweer: De vader voert aan dat de inkomsten naar het gezin gingen en dat er geen andere legale manier was om de zoon toegang tot de markt te geven, juist vanwege de leeftijdsgrens van 21 jaar voor erkenning door de Centrale. Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse markthandel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De "Centrale Markt" (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) hanteerde strikte regels voor toegang en handel.
De brief illustreert de bureaucratische hindernissen voor jonge ondernemers en de economische noodzaak van familiebedrijven in die tijd, waarbij minderjarige kinderen essentieel waren voor het gezinsinkomen. De afkorting "Z.O.Z." (Zie Ommezijde) onderaan de pagina geeft aan dat de brief op de achterzijde van het originele papier doorliep, hoewel die hier niet is afgebeeld. De aantekening "Arboerse" in de marge is waarschijnlijk de naam van de familie, geplaatst door een ambtenaar voor archivering. M. Arboerse