Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 187
Dossier 1
Jaar 1939
Stadsarchief

Administratief bijblad/notitie van een gemeentelijke dienst (mogelijk Amsterdam).

Origineel

Administratief bijblad/notitie van een gemeentelijke dienst (mogelijk Amsterdam). [Bovenste gedeelte, stempel en handgeschreven nummers]
BIJBLAD VAN:
M. No. 72/77/2 193 9
DOORGEZONDEN: 11/8
14/8/39 [paraaf] 72/77/2
331

[Hoofdtekst]
Het betreft hier de venter J Brilleman
ventvergunning Serie G No 55, wonende
Blasiusstraat 66 II. - geb. 23/3. 1912.

Aan J. Brilleman is op 11/6.35
door den Wethouder van Levensmiddelen een
vergunning uitgereikt om in het Oosterpark te venten.
Deze vergunning luidt woordelijk:

A.dam 11/6.35.
Jacob Brilleman mag met het
oog op zijn gezondheid in het Oosterpark venten
met een klein karretje.
Geteekend:
Wethouder Levensmiddelen
Kropman.

[Notities in de kantlijn en onderaan]
(Rechtsboven, in rood en zwart):
Insp.
Advies o.v.p.
3-8-39 [paraaf]
Contr. Wie is deze man?

(Rechts verticaal):
Voorts is hij in het bezit van een dokters-attest, dat hij lijdende is aan vallende ziekte, en dat hem elke emotie en opwinding gespaard moet blijven. Hij is nog steeds onder doktersbehandeling. 15/8. 39. [paraaf]

(Linksonder, in paars/blauw potlood):
Hr. v. Praag.

(Onderaan, in lichte inkt/potlood):
Hierdoor de persoonlijke vergunning van Weth. Kropman! Wat kan daartegen nu optreden? [paraaf] 18/8 39 Dit document is een ambtelijke notitie uit augustus 1939 betreffende de legitimiteit van een specifieke ventvergunning. Jacob Brilleman (geboren in 1912) had in 1935 een uitzonderlijke, persoonlijke vergunning gekregen van Wethouder Kropman (Levensmiddelen) om in het Oosterpark te venten met een handkar.

De kern van de zaak in 1939 lijkt een herbeoordeling of controle van deze vergunning te zijn. De verschillende handgeschreven opmerkingen tonen een bureaucratisch proces:
* Er wordt gevraagd wie deze man is ("Wie is deze man?").
* Er wordt medische onderbouwing gezocht en gevonden: Brilleman lijdt aan "vallende ziekte" (epilepsie) en moet stress vermijden, wat de reden was voor de oorspronkelijke gunst.
* De laatste opmerking vraagt zich af hoe men hiertegen kan "optreden", wat suggereert dat de ambtelijke dienst de voorkeursbehandeling of de aanwezigheid van de venter in het park wilde inperken of beëindigen, ondanks de eerdere goedkeuring door de wethouder. De context van dit document is wrang. De Blasiusstraat in Amsterdam (waar Brilleman woonde) lag in een buurt met veel Joodse inwoners. Jacob Brilleman was inderdaad een Joodse Amsterdammer. Hoewel de vroege datum van de vergunning (1935) en de ambtelijke kritiek in 1939 nog voor de feitelijke bezetting plaatsvonden, illustreert het document de toenemende regeldruk en controle op kleine zelfstandigen en kwetsbare burgers.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Jacob Brilleman, de persoon waarover dit document gaat, de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document vormt daarmee een administratief spoor van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden weggevaagd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke notitie uit augustus 1939 betreffende de legitimiteit van een specifieke ventvergunning. Jacob Brilleman (geboren in 1912) had in 1935 een uitzonderlijke, persoonlijke vergunning gekregen van Wethouder Kropman (Levensmiddelen) om in het Oosterpark te venten met een handkar.

De kern van de zaak in 1939 lijkt een herbeoordeling of controle van deze vergunning te zijn. De verschillende handgeschreven opmerkingen tonen een bureaucratisch proces:
* Er wordt gevraagd wie deze man is ("Wie is deze man?").
* Er wordt medische onderbouwing gezocht en gevonden: Brilleman lijdt aan "vallende ziekte" (epilepsie) en moet stress vermijden, wat de reden was voor de oorspronkelijke gunst.
* De laatste opmerking vraagt zich af hoe men hiertegen kan "optreden", wat suggereert dat de ambtelijke dienst de voorkeursbehandeling of de aanwezigheid van de venter in het park wilde inperken of beëindigen, ondanks de eerdere goedkeuring door de wethouder.

Historische Context

De context van dit document is wrang. De Blasiusstraat in Amsterdam (waar Brilleman woonde) lag in een buurt met veel Joodse inwoners. Jacob Brilleman was inderdaad een Joodse Amsterdammer. Hoewel de vroege datum van de vergunning (1935) en de ambtelijke kritiek in 1939 nog voor de feitelijke bezetting plaatsvonden, illustreert het document de toenemende regeldruk en controle op kleine zelfstandigen en kwetsbare burgers.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Jacob Brilleman, de persoon waarover dit document gaat, de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document vormt daarmee een administratief spoor van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden weggevaagd.

Gerelateerde Documenten 1