Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 258
Dossier 83
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel rapport (afschrift).

Van: Sj. Dijkema (inspecteur/controleur). Aan: De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Dossier: 72/101/1

Origineel

Officieel rapport (afschrift). Sj. Dijkema (inspecteur/controleur). De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Behoort bij brief no. 72/101/2 M. d.d. 19 December 1939 van den Directeur van het Marktwezen aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.
No. 72/101/1 M. 1939 18/12 AFSCHRIFT.


R A P P O R T .

Terzake C. van Riel.

In Noord onder andere gecontroleerd C. van Riel. Deze ventte daar met schrijfblokken. Het venten bleek mij uit het feit, dat hij met schrijf- blokken en pakjes enveloppen tentoongespreid in zijn hand en een tasch gevuld met hetzelfde artikel, huis aan huis aanbelde en zijn waar te koop aanbood: de schrijfblokken à 20 cts. de pakjes enveloppen à 15 cts.

Hij bevestigde mij te venten en verklaarde mij het volgende:

"Ik heb een ventvergunning gehad voor de geheele stad met schrijf- benoodigdheden. Ik had op een moment ventschuld, daar ik buiten had ge- vent en kreeg over de schuld een schrijven. Ik ben met dat schrijven naar het Stadhuis, Kamer 159 gegaan en gaf daar te kennen, dat het mij niet paste te betalen. Toen ik verklaarde, dat ik uitsluitend met schrijf- blokken, bloknota's en enveloppen ventte, zei men mij daar: "Dat zijn drukwerken, daar heeft U ook geen ventvergunning voor noodig." Voorts vroeg Van Riel mij: "Wat is nu drukwerk en wat is venten?" In Zaandam kreeg ik laatst een bekeuring met hetzelfde artikel en kreeg later f 3,- boete, trots mijn verweer, dat ik in Amsterdam zonder vergunning vrij mag venten."

Daar hier toch geen sprake is van gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen, is Van Riel volgens mij in overtreding en moet hij wel degelijk een ventvergunning hebben. Hij is daartoe ook niet ongenegen, als men hem dat doet weten. Inderdaad had C. van Riel ventvergunning serie 19 no. 211 geldig geheele stad met schrijfpapier, winkelboeken enz. Deze is ingetrokken wegens schuld op 21 April 1936.

Amsterdam, 15 December 1939.
w.g. Sj. Dijkema.

Aan den Heer Inspecteur
van het Marktwezen.

Voor eensluidend afschrift:
De Directeur van het Marktwezen, Dit document is een ambtelijk verslag over een burger, C. van Riel, die wordt beticht van het venten (straatverkoop) zonder de benodigde vergunning. De kern van het conflict is een juridische definitiekwestie: vallen schrijfblokken en enveloppen onder 'drukwerk'? Voor drukwerk gold indertijd vaak een vrijstelling van de ventvergunning (ter bescherming van de vrijheid van drukpers en informatieverspreiding).

De verbalisant, Sj. Dijkema, stelt dat onbeschreven schrijfpapier geen 'drukwerk' is in de zin van de wet en dat Van Riel dus simpelweg handelswaar verkoopt. Van Riel voert ter verdediging aan dat hem op het stadhuis verteld is dat hij voor deze artikelen geen vergunning nodig had. Uit het rapport blijkt ook een voorgeschiedenis: Van Riel had eerder een vergunning, maar deze werd ingetrokken vanwege een betalingsachterstand ('ventschuld'). Het document dateert van december 1939, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van economische mobilisatie en nasleep van de crisisjaren was de controle op straathandel in steden als Amsterdam zeer streng. Het 'Marktwezen' was de gemeentelijke instantie die toezag op eerlijke handel en de inning van markt- en ventgelden.

De brief is een 'afschrift' gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, wat aangeeft dat dergelijke kleine overtredingen hoog in de gemeentelijke hiërarchie konden worden besproken, waarschijnlijk vanwege de principiële vraag over de definitie van drukwerk versus handelswaar. De genoemde boete van 3 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag voor een kleine straathandelaar. C. van Riel Marktwezen Stadhuis

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag over een burger, C. van Riel, die wordt beticht van het venten (straatverkoop) zonder de benodigde vergunning. De kern van het conflict is een juridische definitiekwestie: vallen schrijfblokken en enveloppen onder 'drukwerk'? Voor drukwerk gold indertijd vaak een vrijstelling van de ventvergunning (ter bescherming van de vrijheid van drukpers en informatieverspreiding).

De verbalisant, Sj. Dijkema, stelt dat onbeschreven schrijfpapier geen 'drukwerk' is in de zin van de wet en dat Van Riel dus simpelweg handelswaar verkoopt. Van Riel voert ter verdediging aan dat hem op het stadhuis verteld is dat hij voor deze artikelen geen vergunning nodig had. Uit het rapport blijkt ook een voorgeschiedenis: Van Riel had eerder een vergunning, maar deze werd ingetrokken vanwege een betalingsachterstand ('ventschuld').

Historische Context

Het document dateert van december 1939, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van economische mobilisatie en nasleep van de crisisjaren was de controle op straathandel in steden als Amsterdam zeer streng. Het 'Marktwezen' was de gemeentelijke instantie die toezag op eerlijke handel en de inning van markt- en ventgelden.

De brief is een 'afschrift' gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, wat aangeeft dat dergelijke kleine overtredingen hoog in de gemeentelijke hiërarchie konden worden besproken, waarschijnlijk vanwege de principiële vraag over de definitie van drukwerk versus handelswaar. De genoemde boete van 3 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag voor een kleine straathandelaar.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Stadhuis

Gerelateerde Documenten 1