Getypte notulen of een verslag van een vergadering (waarschijnlijk gemeenteraad of een commissie).
Origineel
Getypte notulen of een verslag van een vergadering (waarschijnlijk gemeenteraad of een commissie). -4-
Elke aangelegenheid wordt op haar eigen mérites bekeken.
Wat de vrystelling van een ventverbod voor de lompen-
venters betreft, onderschryft spreker het standpunt van
den heer Gaaikema. Hy stelt de vraag, of het belang voor
de lompenventers wel zoo groot moet worden geacht. Boven-
dien dreigt, wanneer dit belang op de door den heer Pres-
ser verlangde wyze zou worden erkend, het gevaar, dat
andere groepen van venters, byvoorbeeld fruit- of bloe-
menkooplieden, wanneer de hun toegedachte standplaatsen
niet zouden bevallen, op grond van hun belang by het
venten in de Weesperstraat, eveneens om dispensatie van
het ventverbod zouden verzoeken, zich daarby op het pre-
cedent van de lompenventers beroepende. Van het wisselen
der standplaatsen zegt spreker, dat hy hiervoor liever de
practyk wil afwachten; spreker wyst erop, dat dit wisse-
len tot moeilykheden leidt, weshalve hy het vooralsnog
ongewenscht acht. Met de concurrentiebezwaren van winke-
liers ten aanzien van de uit te reiken standplaatsver-
gunningen zal zooveel mogelyk worden gerekend. Men dient
echter te bedenken, dat er geen nieuwe verkoopplaatsen
bykomen; de venters verkoopen ook thans reeds, op en in
de nabyheid van de uit te geven standplaatsen.
Den heer Van 't Hek antwoordt spreker, dat nagenoeg alle
venters uit de Weesperstraat worden geholpen. Er wordt
dus niemand gedupeerd door een ventverbod. Om aan het
verzoek van den heer Presser ten aanzien van de lompen-
venters eenigszins tegemoet te komen, zou overwogen kun-
nen worden, om een eventueel ventverbod eerst om 11 uur
des voormiddags te doen ingaan, waardoor de lompenventers
vóór dat uur hun beroep nog zouden kunnen uitoefenen.
Spreker is hiervan echter geen voorstander, aangezien
het verkeer in de Weesperstraat ook reeds vóór 11 uur
v.m. een ventverbod noodzakelyk maakt. Dit verkeer zal
zelfs nog drukker worden, wanneer het Weesperpoortsta-
tion zal zyn afgebroken en een groote verkeersweg van-
daar naar het nieuwe Amstelstation zal voeren, welke ver-
keersweg zal aansluiten op de Weesperstraat, die boven- * Kernproblematiek: De tekst beschrijft een discussie over het instellen van een ventverbod in de Weesperstraat. Er is een spanningsveld tussen de belangen van de straathandelaren (met name de "lompenventers"), de gevestigde winkeliers (concurrentiebezwaren) en de verkeersveiligheid/doorstroming.
* Argumentatie tegen uitzonderingen: De spreker vreest dat het verlenen van een uitzondering voor lompenventers een precedent schept. Als zij mogen blijven venten, zullen fruit- en bloemenverkopers die ontevreden zijn met hun toegewezen vaste standplaatsen ook om dispensatie vragen.
* Voorgestelde compromissen: Er wordt geopperd om het verbod pas om 11:00 uur 's ochtends te laten ingaan, zodat lompenventers in de vroege uren hun werk kunnen doen. De spreker wijst dit echter af vanwege de verkeersdrukte die al vóór dat tijdstip aanwezig is.
* Toekomstvisie: De spreker benadrukt dat de verkeerssituatie alleen maar nijpender zal worden door de geplande infrastructurele wijzigingen in Amsterdam-Oost. Dit document biedt een unieke inkijk in de transformatie van de Weesperstraat in Amsterdam tijdens het interbellum. De Weesperstraat was van oudsher een levendige straat met veel Joodse straathandel.
De tekst kan nauwkeurig gedateerd worden rond 1938-1939. Het document vermeldt namelijk de aanstaande afbraak van het Weesperpoortstation (gesloten in 1939) en de aanleg van een grote weg naar het "nieuwe" Amstelstation (geopend in 1939). Deze periode markeert het begin van de schaalvergroting en modernisering van de Amsterdamse binnenstad, waarbij de traditionele, informele straathandel moest wijken voor gereguleerde standplaatsen en een betere doorstroming van het toenemende autoverkeer. De namen Gaaikema en Presser komen voor in de Amsterdamse gemeenteraadsverslagen uit die tijd. De heer Presser was waarschijnlijk de historicus Jacques Presser, die in die jaren politiek actief was voor de SDAP.