Afschrift van een verzoekschrift.
Origineel
Afschrift van een verzoekschrift. 18 april 1939. Nathan Schyveschuurder, Lange Houtstraat 36 I, Amsterdam. No.72/37/1 M.1939 10/5.
No.68/88 L.M.1938 25/4-'39. AFSCHRIFT.-
Amsterdam, 18-4-1939.
Aan de Edelachtbare Heeren Burgemeester en
Wethouders van amsterdam.
Met verschuldigde eerbied heb ik Nathan Schyveschuurder, Lange Hout-
straat 36 I, UEd een dringend verzoek te doen, ik denk dat myn vent-
vergunning ingetrokken is, in de maand October 1937 en heb niet gevent
van 1933. Maar ik toch wekelyks 0,25 cent moeten betalen die my door
maatschappelyk steun wert ingehouden. Daar ik geen koopman ben.
Wel ben ik van myn vak sigarenmaker Zodoende kan ik als lompenhandelaar
geen cent verdienen. Maar de informator van maatschappelyk beval my om
toch te gaan venten nu ben ik uitgegaan met een briefje van de informa-
tor maar heb my eerst gemeld aan de jan van ~~galshx~~ galenstraat en zyde
daar dat myn vergunning is ingetrokken.
Daar ik met een gezin ben bestaande uit vier kinderen waarvan de oudste
7 jaar is, man vrouw en 4 kinderen en geen dag iets verdienen wat moet
daar van te recht komen ? myn huur bedraagt 5.75 p.w. Beleefd verzoek ik
UEd my de bedoelde vergunning voor goed in te trekken en my toe te staan
die maal 0,25 cent die ik betaald heb te mogen terug ontvangen ? By voor-
baat myn innige dank. Hoogachtend
w.g.N.Schyveschuurder
L.Houtstraat 36 I. * **Inhoud:** De schrijver, Nathan Schyveschuurder, verzoekt de gemeente Amsterdam om zijn ventvergunning definitief in te trekken en de reeds ingehouden legeskosten terug te betalen.
- Problematiek: Schyveschuurder zit in de bijstand ("maatschappelyk steun"). Hoewel hij van beroep sigarenmaker is, werd hij door de sociale dienst (de "informator") gedwongen om als lompenhandelaar te gaan venten. Hij stelt echter dat hij al jaren niet meer vent en dat de vergunning feitelijk al in 1937 was ingetrokken. Desondanks wordt er wekelijks 25 cent (een aanzienlijk bedrag voor iemand in die positie) ingehouden op zijn steunuitkering.
- Financiële situatie: De brief schetst een schrijnend beeld van armoede vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Met vier jonge kinderen en een wekelijkse huur van 5,75 gulden, vecht de schrijver voor elke cent (in de brief abusievelijk "0,25 cent" genoemd, waar waarschijnlijk 25 cent of 0,25 gulden wordt bedoeld).
- Taalgebruik: Het document bevat diverse spellings- en grammaticafouten (zoals "maatschappelyk steun wert", "iknuitgegaan", "amsterdam" zonder hoofdletter). Dit duidt op een schrijver met een beperkte formele opleiding die tracht een officiële instantie in hun eigen jargon aan te spreken. * Historische context: De brief dateert uit april 1939, de late crisistijd in Nederland. De werkloosheid was hoog en de sociale voorzieningen waren streng en vaak dwingend ("werkverschaffing" of gedwongen omscholing).
- Locatie: De Lange Houtstraat lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. De "Jan van Galenstraat" waarover hij spreekt, verwijst waarschijnlijk naar het politiebureau of de markthallen daar, waar destijds vergunningen en handel werden gecontroleerd.
- Persoonlijke achtergrond: Nathan Schyveschuurder (geboren in 1907) was een Joodse Amsterdammer. Uit archiefstukken (zoals de Joodsche Raad-kaarten) blijkt dat hij en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; Nathan werd in juli 1943 in Sobibor vermoord. Dit document is een tragisch getuigenis van zijn strijd om het hoofd boven water te houden in de jaren direct voorafgaand aan de vervolging. Gemeente Amsterdam