Proces-verbaal / Aangifte van diefstal
Origineel
Proces-verbaal / Aangifte van diefstal 13 april 1939 en 20 april 1939 [Stempel linksboven:]
Nº 77/34/4 M. 1939
[Handgeschreven tekst en stempels:]
XXXXXXXXXXX
2 2
Gezien
[Handtekening/Paraaf]
[Linkerkolom:]
Diefstal van ledige kisten,
ten nadeele van J.H. Kroon,
G. Eppink en G.J. Tankink,
groentenhandelaren,
contra:
Joseph Vos, geboren te
Amsterdam 29 Juli 1918,
kruier, wonende Jodenbree-
straat 42 I te Amsterdam
(Centrum).
[Rechterkolom - Eerste verklaring:]
Op Donderdag 13 April 1939 werd my, Carel Lodewyk Buenting, ambtenaar van het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbe-oldigd veldwachter dezer gemeente, door Johannes Hendrikus Kroon, oud 41 jaar groentenhandelaar, wonende van Oldenbarneveldt-straat 24 III te Amsterdam (West) de navolgende aangifte gedaan en verklaarde hy: "Woensdag 12 April 1939 te ongeveer 4 uur namiddags heb ik mijn knecht H.J. Mol met een handkar ledige kisten naar het parkeerterrein van de Centrale Markt, Jan van Galenstraat te Amsterdam (West) gezonden. Hy zette deze kar op het parkeerterrein neer, doch vond haar hedenmorgen te ongeveer 6.10 uur voormiddags niet terug op de plaats waar hy haar neerzette. Na eenig zoeken vond hy mijn kar, welke aan den voorkant voorzien is van twee pooten, terug op pier C. op de terreinen van de Centrale Markt. Daar bleek hem echter dat er 17 kisten van de kar waren verdwenen. De verdwenen kisten waren Westlandsche-en Bever-wykerkisten, waarvoor ik per stuk Fl. 0.30 statiegeld betaalde. Ik heb niemand toestemming gegeven de kisten weg te nemen of daarover op andere wyze te beschikken. Ik heb dus Fl. 5.10 schade door dezen diefstal. Na voorlezing en volharding teeken ik met U deze aangifte."
[Midden/Onder - Tweede verklaring:]
Hendrik Jan Mol, oud 20 jaar, knecht, wonende le Hugo de Grootstraat 13 huis te Amsterdam (West) verklaarde op 13 April 1939 het navolgende: "Woensdagnamiddag 12 April 1939 te ongeveer 4 uur namiddags heb ik in opdracht van mijn patroon Kroon een kar ledige kisten neergezet op het parkeerterrein van de Centrale Markt, Jan van Galenstraat te Amsterdam (West). Op deze kar bevonden zich een aantal tuinderskratten, benevens 5 Beverwyker en 12 Westlandsche kisten, waarvoor mijn patroon Fl. 0.30 statiegeld per kist betaalde en welke ik des morgens voor marktafloopen altyd bij de betreffende grossiers inlever. Toen ik hedenmorgen om ongeveer tien minuten over zes voormiddags de kar van mijn patroon wilde weghalen van het parkeerterrein, bleek deze niet meer op de plaats te staan waar ik haar neerzette. Na lang zoeken vond ik haar terug op pier C. op de Centrale Markt. Hier bleek mij echter dat de 5 Beverwyker en de 12 Westlandsche kisten van de kar verdwenen waren. Ik stelde mijn patroon onmiddellyk van dezen diefstal in kennis.
[Onderste gedeelte - Derde verklaring:]
Op Donderdag 20 April 1939 werd my, verbalisant door Gerrit Eppink, oud 47 jaar, groentenhandelaar, wonende Zaagmolenstraat 30 huis te Amsterdam (West) de volgende aangifte gedaan, waarbij hy verklaarde: "Woensdag 19 April 1939 te ongeveer 3 uur namiddags heb ik mijn handkar, welke grys geschilderd is, * Onderwerp: Het document is een proces-verbaal betreffende de diefstal van lege groenten- en fruitkisten (fust) op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam.
* Schade: De diefstal betreft 17 kisten (12 Westlandse en 5 Beverwijkse kisten) met een statiegeldwaarde van 0,30 gulden per stuk, wat neerkomt op een totaalbedrag van 5,10 gulden. Hoewel dit nu een klein bedrag lijkt, was dit in 1939 een aanzienlijk bedrag voor een kleine handelaar.
* Verdachte: Als verdachte wordt Joseph Vos genoemd, een 20-jarige kruier woonachtig in de Jodenbreestraat.
* Modus Operandi: De kisten werden op een handkar op het parkeerterrein van de markt achtergelaten door een knecht en 's nachts of in de vroege ochtend ontvreemd. De kar zelf werd later leeg teruggevonden op een andere pier. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 waren geopend. De markt was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
De genoemde kisttypes ("Westlandsche" en "Beverwyker") verwijzen naar de herkomstregio's van de producten (de glastuinbouw uit het Westland en de tuinbouw uit de regio Beverwijk/Kennemerland). Het systeem van statiegeld op fust was essentieel voor de bedrijfsvoering; het hergebruik van kisten hield de kosten laag.
De datum van het document (april 1939) plaatst de gebeurtenis in de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de verdachte Joseph Vos met zijn adres in de Jodenbreestraat is historisch saillant, aangezien dit de hart van de Amsterdamse Jodenbuurt was, die tijdens de daaropvolgende oorlogsjaren zwaar getroffen zou worden. De functie van "onbezoldigd veldwachter" voor een marktambtenaar was destijds een gebruikelijke constructie om opsporingsbevoegdheid te verlenen op specifieke terreinen zoals de markt.