Informatieblad/circulaire met praktische informatie over cursussen voor jonge landarbeiders.
Origineel
Informatieblad/circulaire met praktische informatie over cursussen voor jonge landarbeiders. of laarzen verdienen aanbeveling) en, zoo mogelijk, muziekinstrumenten, voetbalschoenen en vooral ook gymnastiekschoentjes.
En dan: identiteitskaart, stamkaart en alle distributieboekjes en bonnen (met inbegrip van die bonnen waarvan de geldigheidsduur bij den aanvang van den cursus nog niet voor de helft verstreken is).
Voor deze cursussen, welke door de Volkshoogeschool en het Gemeenschapshuis worden georganiseerd binnen het verband der Stichting „Nederlands Volkskracht”, verleent het Departement van Sociale Zaken een dusdanige subsidie, dat deelname voor jonge landarbeiders van 16 tot en met 24 jaar geheel kosteloos is.
Tijdens den cursus ontvangt men een zakgeld van f 1,75 per week, waarvan f 1,— per week gespaard wordt tot aan het einde van den cursus.
Voor het gebruik van eigen overall ontvangt iedere deelnemer 15 ct. per week. Voor aanschaf vrage men zoo mogelijk extra textieltoewijzing voor werkkleeding bij het plaatselijke distributiekantoor.
Voor de wasch en het onderhoud der kleeding dient ieder zelf te zorgen. Men kan (voorzoover men niet, zooals op Oldorp, geregeld naar huis gaat) de wasch naar huis opzenden ofwel in de omgeving van het kamp laten verzorgen. (Men denke dan echter aan de zeepbon!)
Zij, die van buiten de drie noordelijke provinciën komen, ontvangen voor de reis naar en van den cursus een kostelooze reisbon voor den trein (tot en vanaf de stations Assen of Uithuizen). De overigen ontvangen daarvoor f 0,50 fietsvergoeding. Dit geldt voor de reis aan het begin en het einde van den cursus, met de Kerstvacantie en op het weekeinde van 1 en 2 Februari. Ook degenen, die met de trein komen, wordt verzocht de fiets mee te nemen zoowel voor de tocht van het station naar het kamp als voor het gebruik tijdens den cursus.
Opgave vóór 15 November op bijgaand formulier in te zenden aan de Volkshoogeschool „Allardsoog” bij Bakkeveen (Fr.) of aan het Gemeenschapshuis „Oldorp” te Uithuizen. Kort vóór den aanvang van den cursus ontvangt men dan een lijst der deelnemers en nadere gegevens omtrent reismogelijkheden enz.
Namens de leiding: Voor „Oldorp”:
O. V. L. GUERMONPREZ. M. GAAIKEMA.
C. EGAS. W. HAGEMAN. Het document is een informatiebulletin voor cursisten van een volkshogeschool tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tekst focust op de logistieke en financiële aspecten van deelname. Belangrijke punten zijn:
- Doelgroep: Jonge mannelijke landarbeiders (16-24 jaar).
- Financiën: De cursus is volledig gesubsidieerd. Er is een systeem van verplicht sparen: van het wekelijkse zakgeld van 1,75 gulden moet 1 gulden opzij worden gezet.
- Schaarsche en Distributie: De tekst ademt de sfeer van de bezettingstijd. Er wordt expliciet herinnerd aan de "identiteitskaart", "stamkaart", "distributieboekjes" en specifiek de "zeepbon" voor de was. Ook de noodzaak voor een "extra textieltoewijzing" voor werkkleding wijst op de grote tekorten tijdens de oorlog.
- Vervoer: Er is een onderscheid tussen bewoners van de drie noordelijke provincies (Groningen, Friesland, Drenthe) en de rest van Nederland, wat wijst op de regionale focus van de locaties in Bakkeveen en Uithuizen. De fiets wordt als essentieel vervoermiddel genoemd. Dit document is historisch interessant omdat het de werking van de stichting „Nederlands Volkskracht” illustreert. Deze stichting werd in 1941 door de Duitse bezetter opgericht als een overkoepelende organisatie voor maatschappelijk werk, met de bedoeling de bestaande (vaak verzuilde) organisaties te vervangen of te coördineren onder nationaalsocialistisch toezicht.
De genoemde O.V.L. Guermonprez was een sleutelfiguur in de Nederlandse Volkshoogeschoolbeweging. De Volkshoogeschool Allardsoog in Bakkeveen was de eerste in Nederland (opgericht in 1932). Tijdens de bezetting probeerden veel van deze instellingen te balanceren tussen het voortzetten van hun vormingswerk en de druk van de bezetter. De vermelding van "Nederlands Volkskracht" en de subsidie van het Departement van Sociale Zaken duiden op de officiële inbedding van deze cursussen in het toenmalige bestel. Het "vrije" karakter van de volkshogeschool was in deze periode sterk ingeperkt door ideologische sturing vanuit de overheid. O. V. L. Guermonprez C. Egas M. Gaaikema W. Hageman.