Archief 745
Inventaris 745-306
Pagina 187
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke rapportage/memorandum.

2 februari 1940

Origineel

Ambtelijke rapportage/memorandum. 2 februari 1940 1 2 Februari x40
2A/1/4 den Heer Wethouder voor de
Alhier. Levensmiddelen,

deze aardappelen echter reeds terstond worden afgenomen;
daartoe moeten dan de kuilen worden geopend, waarin deze aard-
appelen zijn bewaard. Dit is mogelijk als het niet strenger
dan 4° vriest. De kosten voor het openen der kuilen zullen
$\pm$ 1½ cent per kg. bedragen, welke kosten zeer waarschijnlijk
door het Rijk zullen worden gedragen (dit laatste werd offi-
cieus en vertrouwelijk verklaard). De hierbedoelde 2000 ton
aardappelen zullen door de Centrale bij de boeren worden af-
genomen, als de grossiers een daartoe strekkend verzoek bij
haar doen. De tweede ondergetekende zal thans nader overleg
plegen met de grossiers (en wel met hun organisatie, de "Ve
Be Na"), opdat zij zich terzake tijdig tot de Centrale wenden.
De heer Mr. Pool verklaarde, dat in de polders rondom
Amsterdam nog zeer groote hoeveelheden aardappelen zijn opge-
slagen; zelfs indien de aanvoeren uit Zeeland en Friesland
practisch onmogelijk zouden zijn en blijven, dan is in de pol-
ders voldoende voorraad om Amsterdam gedurende ongeveer één
maand van aardappelen te voorzien. In geheel Nederland is een
voorraad aardappelen, die tenminste voldoende is voor 1½ x
het normale gebruik. De officieele inventarisatie der aard-
appelvoorraden zal binnenkort voltooid zijn; de desbetreffende
cijfers zijn evenwel geheim; zij worden ook aan de Gemeente-
besturen niet meegedeeld. Officieel werd ons echter verklaard,
dat geen enkele reden tot ongerustheid bestaat voor de aard-
appelvoorziening van Amsterdam.
Nochtans is de mogelijkheid niet uitgesloten, dat tij-
delijk moeilijkheden in de voorziening zullen optreden, als
de vorst nog lang blijft aanhouden. De gladheid der buiten-
wegen maakt namelijk het vervoer der aardappelen zeer moeilijk
zij het, dat de Amsterdamsche grossiers tot nu toe nagenoeg
steeds met hun auto's zijn blijven rijden; zij beschikken
over 28 vracht-auto's, die dagelijks elk gemiddeld 2 vrachten
uit de polders aanvoeren. Met betrekking tot de moeilijkheden
door de gladheid der wegen deelde de heer Mr. Pool nog mede,
dat hij van de militaire autoriteiten de toezegging heeft,
(mits hij 3 dagen te voren waarschuwt) te mogen beschikken
over een trein van 20 wagons, teneinde bijvoorbeeld aard- * Logistieke uitdagingen: Het document beschrijft de kwetsbaarheid van de voedselvoorziening door weersomstandigheden. Aardappelkuilen kunnen niet geopend worden bij strenge vorst (onder -4°C) zonder de oogst te riskeren.
* Financiën: Er is sprake van meerkosten van 1,5 cent per kg, die waarschijnlijk door het Rijk worden vergoed. Dit wijst op een actieve overheidsbemoeienis met de prijsbeheersing.
* Voorraden en Geheimhouding: Hoewel er geruststellende berichten zijn over de voorraden (voldoende voor 1,5 keer normaal verbruik landelijk, en een maandvoorraad direct rond Amsterdam), worden de exacte cijfers als staatsgeheim behandeld, zelfs voor gemeentebesturen.
* Transport: De focus ligt op de polders rondom Amsterdam. Ondanks de gladheid rijden er 28 vrachtwagens. Als noodoplossing is er een afspraak met het leger voor de inzet van een goederentrein met 20 wagons.
* Actoren: "De Centrale" (Rijksbureau voor de Voedselvoorziening), de "VeBeNa" (Vereniging van Beroepsbeoefenaren in de Aardappelhandel), de heer Mr. Pool en de militaire autoriteiten. Dit document stamt uit februari 1940, tijdens de zogenoemde "Schemeroorlog". Nederland was gemobiliseerd maar nog niet in actieve strijd met Duitsland. De winter van 1939-1940 was extreem streng, wat leidde tot grote zorgen over de voedseldistributie. De overheid had in de jaren '30 al voorbereidingen getroffen (o.a. de Landbouwcrisiswet) om de voedselvoorziening in oorlogstijd centraal te kunnen regelen. Dit document toont de nauwe samenwerking tussen civiele bestuurders, sectororganisaties en het leger om de stabiliteit in de hoofdstad te waarborgen vlak voor de Duitse inval in mei 1940.

Samenvatting

  • Logistieke uitdagingen: Het document beschrijft de kwetsbaarheid van de voedselvoorziening door weersomstandigheden. Aardappelkuilen kunnen niet geopend worden bij strenge vorst (onder -4°C) zonder de oogst te riskeren.
  • Financiën: Er is sprake van meerkosten van 1,5 cent per kg, die waarschijnlijk door het Rijk worden vergoed. Dit wijst op een actieve overheidsbemoeienis met de prijsbeheersing.
  • Voorraden en Geheimhouding: Hoewel er geruststellende berichten zijn over de voorraden (voldoende voor 1,5 keer normaal verbruik landelijk, en een maandvoorraad direct rond Amsterdam), worden de exacte cijfers als staatsgeheim behandeld, zelfs voor gemeentebesturen.
  • Transport: De focus ligt op de polders rondom Amsterdam. Ondanks de gladheid rijden er 28 vrachtwagens. Als noodoplossing is er een afspraak met het leger voor de inzet van een goederentrein met 20 wagons.
  • Actoren: "De Centrale" (Rijksbureau voor de Voedselvoorziening), de "VeBeNa" (Vereniging van Beroepsbeoefenaren in de Aardappelhandel), de heer Mr. Pool en de militaire autoriteiten.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1940, tijdens de zogenoemde "Schemeroorlog". Nederland was gemobiliseerd maar nog niet in actieve strijd met Duitsland. De winter van 1939-1940 was extreem streng, wat leidde tot grote zorgen over de voedseldistributie. De overheid had in de jaren '30 al voorbereidingen getroffen (o.a. de Landbouwcrisiswet) om de voedselvoorziening in oorlogstijd centraal te kunnen regelen. Dit document toont de nauwe samenwerking tussen civiele bestuurders, sectororganisaties en het leger om de stabiliteit in de hoofdstad te waarborgen vlak voor de Duitse inval in mei 1940.