Getypte ambtelijke correspondentie of rapportagepagina (pagina 2).
Origineel
Getypte ambtelijke correspondentie of rapportagepagina (pagina 2). Verwijst naar een schrijven van 23 juli (jaar onbekend, maar uit de context blijkt 1940 of 1941). -2-
I. Stibbe, Albert Cuypstraat 213, M.S.77841.
In mijn schrijven d.d. 23 Juli jl. werd bericht, dat een verzoek om handels- geld was afgewezen, omdat geen voldoende kans op succes aanwezig werd ge- acht. Aangezien dit verzoek in de eerste oorlogsdagen werd beoordeeld en de toestand zich sedertdien voor de marktkooplieden gunstiger heeft ont- wikkeld, wordt overwogen de man alsnog met handelsgeld af te voeren, ten- einde hem in staat te stellen in eigen onderhoud te voorzien., Ik verzoek U daarom de vergunning nog niet in te trekken.
A. Vogel, Camperstraat 58, M.S.91653.
De man handelde het laatst in garen, band, kaartjes wol, etc. geniet wegens achteruitgang van zijn handel sedert Januari 1939 ondersteuning. Betrokkene is reeds 63 jaar, enigszins doof, ziet momenteel geen kans in eigen onder- houd te voorzien. In verband met de diverse distributiemaatregelen is het thans niet meer mogelijk voldoende handel te koopen, omdat hem in 1939 niet door de grossiers werd geleverd. Tegen intrekking van zijn vergunning is thans geen bezwaar.
M. IJzerman, Tilanusstraat 29, M.S.104362.
Als bij B.J. Reinen. Dit document is een ambtelijk verslag betreffende de sociaaleconomische status van individuele marktkooplieden in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
- I. Stibbe: Er wordt voorgesteld om een eerdere afwijzing voor financiële steun ("handelsgeld") te herzien. De situatie voor marktkooplieden zou na de chaos van de "eerste oorlogsdagen" (mei 1940) verbeterd zijn. Men wil hem ondersteunen zodat hij zelfstandig kan blijven en zijn vergunning kan behouden.
- A. Vogel: Deze 63-jarige handelaar in fournituren (garen en band) verkeert in een hopeloze positie. Naast fysieke gebreken (doofheid) kampt hij met de gevolgen van de oorlogseconomie: door distributiemaatregelen (rantsoenering) en het feit dat hij in 1939 al niet meer door groothandelaars werd bevoorraad, kan hij geen voorraad meer inkopen. De ambtenaar ziet geen bezwaar meer tegen het intrekken van zijn handelsvergunning.
- M. IJzerman: Hier wordt kort verwezen naar een ander dossier (B.J. Reinen), wat duidt op een vergelijkbare situatie of besluitvorming.
- M.S.-nummers: De codes (bijv. M.S.77841) verwijzen waarschijnlijk naar de administratie van de afdeling "Markt- en Straathandel" van de gemeente Amsterdam. Het document weerspiegelt de bureaucratische afhandeling van armoede en bedrijvigheid tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "eerste oorlogsdagen" plaatst het document kort na 1940. De marktkooplieden in de genoemde straten (de Pijp en Amsterdam-Oost) vormden een kwetsbare groep, waarvan een aanzienlijk deel een Joodse achtergrond had. Hoewel de tekst niet expliciet spreekt over anti-Joodse maatregelen, was de bemoeienis van de overheid met vergunningen in deze periode vaak een voorbode van de uitsluiting van Joodse ondernemers uit het economisch leven. De genoemde "distributiemaatregelen" verwijzen naar de schaarste en de strakke overheidsregie op goederenstromen tijdens de bezetting.