Getypt afschrift van een ambtelijke brief.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijke brief. 29 juli 1940. [Bovenaan links, handgeschreven:]
№ 20/28/3 M. 1940 30/7
[Bovenaan rechts, handgeschreven:]
Marktw
[Gedrukt briefhoofd:]
GEMEENTE AMSTERDAM
Afd. L.M.1940.
No. 645
Bijlagen : 1
[Rechts boven de tekst:]
Amsterdam, 29 Juli 1940.
[Handgeschreven parafen rechts:]
Opb
Who
[Midden:]
Afschrift.
Naar aanleiding van Uw tot den Burgemees-
ter gericht schrijven van 4 Juli j.l.No.33567
M betreffende verhuur van standplaatsen, heb
ik de eer U het volgende mede te deelen.
Mejuffrouw Kesteren schrijft, dat haar
man reeds 15 jaar marktkoopman is.Bij den
Dienst van het Marktwezen is hij echter als
zoodanig niet bekend; uit de administratie der
markten is gebleken, dat Kesteren nimmer een
vaste plaats op de markten heeft bezet. Het is
echter mogelijk, dat hij gedurende den laatsten
tijd wel eens op de markten, ter verkrijging
van een losse plaats, aan een loting heeft
deelgenomen.
Het is een feit, dat het aantal gegadig-
den voor een plaats op de markten den laatsten
tijd belangrijk is toegenomen, terwijl het
aantal beschikbare plaatsen betrekkelijk ge-
[Onderaan links:]
AAN
den Heer Secretaris-Generaal,
Waarnemend Hoofd van het Departe-
ment van Handel, Nijverheid en
Scheepvaart
's-G r a v e n h a g e . Dit document is een officiële correspondentie tussen de gemeente Amsterdam en het nationale departement in Den Haag. De gemeente reageert op een schrijven van de Secretaris-Generaal over een verzoek van een zekere mejuffrouw Kesteren. Zij claimt dat haar man al 15 jaar marktkoopman is, waarschijnlijk in een poging om een vaste standplaats te bemachtigen.
De gemeente weerlegt deze claim op basis van hun administratie: de man is niet bekend als vaste koopman. De brief schetst een beeld van de toenemende druk op de Amsterdamse markten: er zijn steeds meer gegadigden (mensen die een standplaats willen), terwijl het aanbod aan plaatsen beperkt blijft. De onderstreping van "gedurende den laatsten tijd" wijst op een recente trend of verandering in de situatie. De datum van de brief, 29 juli 1940, is zeer relevant. Nederland was op dat moment ruim twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De Nederlandse regering was naar Londen uitgeweken, waardoor de Secretarissen-Generaal van de departementen de hoogste overgebleven Nederlandse gezagsdragers waren die onder toezicht van de bezetter de administratie voortzetten.
In deze vroege bezettingsfase nam de werkloosheid toe en werd de voedselvoorziening urgenter. Veel Amsterdammers probeerden waarschijnlijk als zelfstandig marktkoopman een inkomen te genereren, wat de enorme toename in "gegadigden" verklaart die in de laatste alinea wordt genoemd. De Dienst van het Marktwezen hanteerde een streng lotingssysteem voor 'losse plaatsen' om de schaarste te beheren.