Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 88
Dossier 15
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief (adviesrapport)

2 oktober 1940 Van: Directeur van het Marktwezen (gezien de toon en het briefhoofd) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam

Origineel

Ambtsbrief (adviesrapport) 2 oktober 1940 Directeur van het Marktwezen (gezien de toon en het briefhoofd) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam [Briefhoofd]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 20/29/4 M
BIJLAGE 1
ONDERWERP: Verzoek van Venters- en Marktkoopliedenvereeniging "Ons Belang" om vermindering marktgeld i.v.m. verduistering.

AMSTERDAM (W.) 2 October 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, A l h i e r .

[Handgeschreven kanttekeningen bovenaan]
1/. Indien de wintertijd niet wordt ingevoerd, kan de markt op Ma t/m Vr. sluiten op het officiële sluitingsuur, of hoewel minder vóór na 15 Nov. (6 uur à 5 uur).
2/ Echter op Zaterdag wel [2?] uren minder lichtgebruik voor en na 15 Oct.
3/ dit zijn geen absolute schattingen, want het publiek loopt evenzeer en wellicht is het licht kan zelfs branden tot het sluitingsuur. /G.

[Getypte hoofdtekst]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 25 September jl. om advies ontvangen stuk no. 890 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat, zooals ook adressante in haar brief doet uitkomen, op de markten hier ter stede geen afzonderlyke heffing bestaat voor het feit, dat de kramen electrisch kunnen worden verlicht. Alleen is het marktgeld op de markten, waar dit kan geschieden, volgens de Heffingsverordening hooger, dan op markten, waar geen electrische verlichting bestaat.

[In de kantlijn staat met potlood:] Je

Adressante verzoekt om aan de marktkooplieden, die op markten staan, waar de kramen electrisch verlicht kunnen worden, teruggave en kwytschelding te verleenen van een bedrag aan marktgeld, dat overeenstemt met de kosten voor stroomlevering. Het staat geenszins vast, wat onder deze kosten moet worden begrepen. Dank zy een zeer byzonder tarief, dat het Gemeente Energiebedryf aan myn dienst in rekening brengt, wordt aan zuivere stroomkosten slechts een gering bedrag per jaar betaald (in 1939 bedroeg dit ƒ 1452,-). Daarby kwam een bedrag van ƒ 893,-, wegens het door het Gemeente Energiebedryf terzake van de verlichting gemaakte onkosten en voorts een bedrag van ƒ 1552,-, wegens de verzorging van de uitgifte der voor de verlichting benoodigde snoeren. In totaal werd derhalve in 1939 een bedrag van rond ƒ 3900,- uitgegeven. Zou men alleen dit bedrag op het verschuldigde marktgeld in mindering brengen, dan zou dit uiteraard op de vele duizenden marktplaatsen, die jaarlyks worden uitgegeven, slechts een uiterst geringe reductie uitmaken, welke voor de kooplieden geen enkel belang zou hebben. Voor het in mindering brengen van de kosten van rente en afschryving der marktverlichting, bestaat myns inziens hoegenaamd geen reden, omdat deze kosten moeten worden opgebracht, daargelaten de vraag of de verlichting al dan niet wordt gebruikt.

Terwyl dus het alleen in mindering brengen van de kosten van stroomlevering voor de belanghebbenden geen beteekenis heeft, heb ik nog doen nagaan, welke de gevolgen +, [handgeschreven tussenvoegsel:] zooals ik U onlangs reeds mondeling mededeelde,

[Linksonder]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526.

--- In dit document adviseert de dienst Marktwezen de wethouder negatief over een verzoek van de marktkoopliedenvereniging "Ons Belang". De kern van het geschil is financieel: de kooplieden willen korting op hun marktgeld omdat zij door de verplichte verduistering geen gebruik kunnen maken van de elektrische verlichting op de kramen, terwijl zij daarvoor wel een hoger tarief betalen.

De argumentatie van de ambtenaar is puur bedrijfseconomisch:
1. Systeemfout: Er is geen aparte 'verlichtingsheffing', maar een gedifferentieerd marktgeld op basis van aanwezige faciliteiten.
2. Verwaarloosbaar bedrag: De werkelijke variabele stroomkosten zijn zo laag (ca. 4000 gulden op jaarbasis voor de hele stad) dat een korting per koopman slechts enkele centen zou bedragen.
3. Vaste lasten: De investeringen (rente en afschrijving) lopen door, of de lampen nu branden of niet.

De toon is formeel en wijst op een bureaucratische onwil om de kooplieden tegemoet te komen in hun oorlogsleed.

--- Dit document is geschreven in oktober 1940, slechts enkele maanden na de capitulatie van Nederland. De "verduistering" waarnaar wordt verwezen, was een dwingende maatregel van de Duitse bezetter (Luchtbescherming) om navigatie door geallieerde vliegtuigen 's nachts onmogelijk te maken. Voor marktkooplieden betekende dit dat zij in de vroege ochtend of late middag in het donker moesten werken zonder hun gebruikelijke elektrische lampen.

De handgeschreven notities bovenin tonen het overleg over de praktische gevolgen van de wintertijd (die door de bezetter was aangepast aan de Duitse tijd). Het document illustreert hoe de oorlogsmachinerie direct ingreep op het dagelijks leven en de kleine middenstand in Amsterdam, en hoe de gemeentelijke bureaucratie probeerde haar inkomsten veilig te stellen ondanks deze gewijzigde omstandigheden.

Samenvatting

In dit document adviseert de dienst Marktwezen de wethouder negatief over een verzoek van de marktkoopliedenvereniging "Ons Belang". De kern van het geschil is financieel: de kooplieden willen korting op hun marktgeld omdat zij door de verplichte verduistering geen gebruik kunnen maken van de elektrische verlichting op de kramen, terwijl zij daarvoor wel een hoger tarief betalen.

De argumentatie van de ambtenaar is puur bedrijfseconomisch:
1. Systeemfout: Er is geen aparte 'verlichtingsheffing', maar een gedifferentieerd marktgeld op basis van aanwezige faciliteiten.
2. Verwaarloosbaar bedrag: De werkelijke variabele stroomkosten zijn zo laag (ca. 4000 gulden op jaarbasis voor de hele stad) dat een korting per koopman slechts enkele centen zou bedragen.
3. Vaste lasten: De investeringen (rente en afschrijving) lopen door, of de lampen nu branden of niet.

De toon is formeel en wijst op een bureaucratische onwil om de kooplieden tegemoet te komen in hun oorlogsleed.


Historische Context

Dit document is geschreven in oktober 1940, slechts enkele maanden na de capitulatie van Nederland. De "verduistering" waarnaar wordt verwezen, was een dwingende maatregel van de Duitse bezetter (Luchtbescherming) om navigatie door geallieerde vliegtuigen 's nachts onmogelijk te maken. Voor marktkooplieden betekende dit dat zij in de vroege ochtend of late middag in het donker moesten werken zonder hun gebruikelijke elektrische lampen.

De handgeschreven notities bovenin tonen het overleg over de praktische gevolgen van de wintertijd (die door de bezetter was aangepast aan de Duitse tijd). Het document illustreert hoe de oorlogsmachinerie direct ingreep op het dagelijks leven en de kleine middenstand in Amsterdam, en hoe de gemeentelijke bureaucratie probeerde haar inkomsten veilig te stellen ondanks deze gewijzigde omstandigheden.

Gerelateerde Documenten 2