Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 19 augustus 1940. Een ongenoemde visboer (ondergetekende). Amsterdam 19 Aug ’40
No 25/163/1 M. 1940 20/8
Aan
den Wel Edele Heer
Direkteur van het Markt-
wezen - Jan van Galenstraat
Alhier
Wel Edele Heer
Vergun mij eenige oogenblikken
van Uw geëerde aandacht
voor het volgende:
ondergetekende heeft
een vaste standplaats voor
visch in de Albert Cuypstraat
plaats No 325,
vernomen hebbende dat deze
standplaats is ingetrokken,
verzoekt door deze zeer beleefd
deze standplaats weder terug
verdienste moeielijkheden
hebben daartoe geleid; hij
wenscht wederom te betalen
en ook het achterstallige
Z.O.Z. De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het schrijven is het verlies van een vaste standplaats voor de verkoop van vis op de Albert Cuypmarkt (plaatsnummer 325).
De schrijver erkent impliciet dat de standplaats is ingetrokken vanwege betalingsachterstanden, die hij omschrijft als "verdienste moeielijkheden" (financiële problemen). Hij verzoekt beleefd om teruggave van de plek en doet de toezegging dat hij zowel de toekomstige betalingen als de achterstallige schulden zal voldoen. De brief eindigt met "Z.O.Z." (Zie Ommezijde), wat aangeeft dat de tekst op de achterkant van het papier doorloopt.
De schrijfstijl is nederig en hoffelijk ("Wel Edele Heer", "Uw geëerde aandacht"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd. Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval in Nederland. De economische omstandigheden waren in deze vroege fase van de bezetting onzeker, wat de "verdienste moeielijkheden" van de marktkoopman kan verklaren.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het Marktwezen hanteerde strikte regels voor standplaatsen; wie niet betaalde, raakte zijn plek kwijt. Dit document biedt een inkijkje in de persoonlijke, sociaal-economische strijd van een kleine zelfstandige om zijn broodwinning te behouden in oorlogstijd. De Jan van Galenstraat, die in de brief wordt genoemd, was de locatie van de Centrale Markthallen en het bijbehorende administratieve kantoor van de gemeente. Marktwezen