Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 9 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, bovenzijde midden:] Verzonden 9/8
[Handgeschreven, bovenzijde rechts:] m. de laan [?]
[Getypt, rechtsboven:]
VP/HG.
den Heer J. Wijnschenk,
Ceintuurbaan 290,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22.
[Getypt, links:]
25/147/2 M.
[Getypt, rechts:]
9 Augustus 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 Juli jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. U dient voortaan wederom uitsluitend persoonlijk van de U toegewezen marktplaats gebruik te maken, bij gebreke waarvan deze plaats zal worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat de heer Wijnschenk op 29 juli 1940 had ingediend. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de reactie dat het waarschijnlijk ging om een verzoek tot vervanging of het laten beheren van zijn marktplaats door een ander.
* Kernbepaling: De directeur stelt nadrukkelijk dat de marktkoopman persoonlijk aanwezig moet zijn op zijn toegewezen standplaats. Het woord "niet" is onderstreept om de afwijzing kracht bij te zetten.
* Sanctie: Er wordt gedreigd met het intrekken van de vergunning voor de marktplaats indien de regel van persoonlijke aanwezigheid niet wordt nageleefd, conform het vigerende marktreglement.
* Toon: De toon is ambtelijk, rigide en dwingend. * Historische context: Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en de gelijkgeschakelde gemeentelijke diensten de regels voor (met name Joodse) marktkooplieden aan te scherpen.
* Persoonsgegevens: De achternaam "Wijnschenk" duidt in de Amsterdamse context van die tijd vaak op een Joodse achtergrond. De Amsterdamse markten, zoals de Albert Cuypmarkt (nabij de Ceintuurbaan), telden veel Joodse handelaren.
* Administratieve betekenis: De eis tot "persoonlijke aanwezigheid" werd tijdens de bezetting vaak strikter gehandhaafd als instrument om Joodse ondernemers te controleren of hun werkzaamheden onmogelijk te maken, zeker wanneer zij door ziekte of andere omstandigheden (zoals toenemende restricties) niet zelf aanwezig konden zijn. Het is een voorbeeld van de bureaucratische processen die voorafgingen aan de latere volledige uitsluiting van Joden van de openbare markten in 1941. J. Wijnschenk Marktwezen