Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 260
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Periode van 30 augustus 1940 tot 25 september 1940.

Origineel

Periode van 30 augustus 1940 tot 25 september 1940. [Bovenkant document, rechtsboven:]
690

[In voorgedrukt kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/178/1 1940
DOORGEZONDEN: 30/8-'40.

[Rechts naast kader:]
A. Acohen, pl. 304 Westerstraat
" 287 Alb. Cuypstraat

[Handgeschreven tekst midden-rechts:]
25/174/1 dd to 20/8 Opgeroepen per 20/8 '40
wegens niet geregeld plaats bezetten v/d
Alb. Cuypstraat. "Kon enkel vagen."*
Th. v Meerkerk
Fr. Wolff
advies
van heden 4-9-'40
de Boer [stempel/diagonaal geschreven]

[Linkerkant, rode en zwarte inkt:]
25/9/40 [paraaf HS]
2 25/178 h [in rode inkt]

[Centrale tekst:]
Het verzoek van A. Acohen moet
m. i. worden afgewezen.
Aan Acohen moet worden bericht
dat hij zijn plaatsen op de markten
Alb. Cuypstraat en Westerstraat
of geregeld, d.w.z. op de markt aan de
Alb. Cuypstraat 2 maal per week en op de markt aan
de Westerstraat 3 maal in de vier weken moet bezetten,
daar anders de plaatsen worden ingetrokken.
(Zie rapporten marktambtenaren)
20-9-'40 de Boer * Onderwerp: De marktkoopman A. Acohen wordt ter verantwoording geroepen vanwege het onregelmatig bezetten van zijn toegewezen standplaatsen.
* Besluitvorming: Een verzoek van Acohen (vermoedelijk om clementie of behoud van de plaatsen) wordt door adviseur 'de Boer' afgewezen op basis van rapporten van marktambtenaren (Th. v. Meerkerk en Fr. Wolff).
* Ultimatum: Er wordt een strikte voorwaarde gesteld voor het behoud van de vergunning: hij moet minimaal twee keer per week op de Albert Cuypmarkt staan en drie keer per vier weken op de Westerstraatmarkt. Bij gebreke hiervan worden de plaatsen ingetrokken.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk jargon uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "m.i." voor mijns inziens, "dd" voor de dato). * Tijdsgewricht: Het document dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Joodse geschiedenis: De naam A. Acohen wijst op een Joodse marktkoopman in Amsterdam. Hoewel de formele uitsluiting van Joden van de markten pas later (vanaf 1941) volledig werd geëffectueerd, werden administratieve regels in de beginperiode van de bezetting vaak al strenger toegepast op Joodse ondernemers als instrument voor verdringing.
* Marktwezen: De Albert Cuypmarkt en de Westerstraatmarkt waren (en zijn) de belangrijkste dagmarkten van Amsterdam. Het toezicht op de "bezettingsgraad" was essentieel voor de gemeente om de doorstroom en het economisch nut van de marktplekken te garanderen.


*Noot bij transcriptie: De geciteerde uitspraak "Kon enkel vagen" is mogelijk een verschrijving voor "Kon enkel vragen" of "Kon niets zeggen", gezien het handschrift en de context dat de betrokkene geen geldige reden kon opgeven.

Samenvatting

  • Onderwerp: De marktkoopman A. Acohen wordt ter verantwoording geroepen vanwege het onregelmatig bezetten van zijn toegewezen standplaatsen.
  • Besluitvorming: Een verzoek van Acohen (vermoedelijk om clementie of behoud van de plaatsen) wordt door adviseur 'de Boer' afgewezen op basis van rapporten van marktambtenaren (Th. v. Meerkerk en Fr. Wolff).
  • Ultimatum: Er wordt een strikte voorwaarde gesteld voor het behoud van de vergunning: hij moet minimaal twee keer per week op de Albert Cuypmarkt staan en drie keer per vier weken op de Westerstraatmarkt. Bij gebreke hiervan worden de plaatsen ingetrokken.
  • Taalgebruik: Typisch ambtelijk jargon uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "m.i." voor mijns inziens, "dd" voor de dato).

Historische Context

  • Tijdsgewricht: Het document dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
  • Joodse geschiedenis: De naam A. Acohen wijst op een Joodse marktkoopman in Amsterdam. Hoewel de formele uitsluiting van Joden van de markten pas later (vanaf 1941) volledig werd geëffectueerd, werden administratieve regels in de beginperiode van de bezetting vaak al strenger toegepast op Joodse ondernemers als instrument voor verdringing.
  • Marktwezen: De Albert Cuypmarkt en de Westerstraatmarkt waren (en zijn) de belangrijkste dagmarkten van Amsterdam. Het toezicht op de "bezettingsgraad" was essentieel voor de gemeente om de doorstroom en het economisch nut van de marktplekken te garanderen.

*Noot bij transcriptie: De geciteerde uitspraak "Kon enkel vagen" is mogelijk een verschrijving voor "Kon enkel vragen" of "Kon niets zeggen", gezien het handschrift en de context dat de betrokkene geen geldige reden kon opgeven.