Officiële brief/vergunning van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-autoriteit).
Origineel
Officiële brief/vergunning van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-autoriteit). 26 september 1940. De Directeur (van de betreffende dienst). [Links boven:]
25/183/2 M.
[Midden boven:]
HG.
[Handgeschreven midden boven:]
Verzonden 26/9
[Handgeschreven rechts boven:]
In de kaart
[Rechts midden:]
26 September 1940.
[Adresblok:]
den Heer A.Groenteman,
Reitzstraat 23 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 dezer
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door Uw zoon H.Groenteman,
geb.6 December 1898.
[Onderaan:]
De Directeur, Het document is een officiële reactie op een verzoek van een markthandelaar, de heer A. Groenteman. Hij heeft op 3 september 1940 gevraagd of zijn zoon hem mocht assisteren bij zijn marktkraam. De directeur van de marktdienst verleent hiervoor toestemming, maar stelt daar twee belangrijke voorwaarden aan:
1. Tot wederopzegging: De toestemming is niet permanent en kan op elk moment worden ingetrokken.
2. Bijstaan, niet vervangen: De zoon mag enkel helpen; hij mag de standplaats niet zelfstandig innemen of de vader volledig vervangen. Dit duidt op strikte regelgeving omtrent het persoonlijk uitoefenen van het marktrecht.
De handgeschreven aantekeningen wijzen op een administratieve verwerking: de brief is verzonden op 26 september en de wijziging is verwerkt in de administratieve "kaart" (het kaartsysteem van marktkraamhouders). Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). De naam "Groenteman" en het woonadres in de Reitzstraat (gelegen in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost) wijzen erop dat de betrokkenen zeer waarschijnlijk van Joodse afkomst waren. De Transvaalbuurt was in die tijd een wijk met een grote Joodse populatie.
Hoewel de grootschalige uitsluiting van Joden uit het economische leven in september 1940 nog in de beginfase was, werden de regels voor marktkramen streng gehandhaafd. Kort na deze datum zouden de anti-Joodse maatregelen leiden tot het volledig verbieden van Joodse kooplieden op algemene markten zoals de Albert Cuypstraat, en werden zij gedwongen naar speciale "Joodse markten" te verhuizen, voordat zij uiteindelijk hun broodwinning en vrijheid geheel verloren. Dit document is daarmee een stille getuige van de laatste maanden waarin Joodse Amsterdammers nog (onder restricties) hun beroep konden uitoefenen op de reguliere markten. A. Groenteman Marktwezen