Een ambtelijk advies of rapportage in de vorm van een brief.
Origineel
Een ambtelijk advies of rapportage in de vorm van een brief. 25 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de dienst Marktwezen). VF/HG.
extra
25/189/2 M.
n 2
25 September 1940.
Klacht van P. Jansen c.s. inzake
opheffing overdekte markthal
"De Passage".
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 14 dezer om advies ontvangen stukken no. 861 L.M. 1940 heb ik de eer U te berichten, dat eenige jaren geleden een garage, die een uitgang had zoowel aan het Gerard Douplein als aan de Albert Cuypstraat, is verbouwd tot winkelgalerij, die den naam van "De Passage" kreeg. Deze galerij omvatte de perceelen Albert Cuypstraat 153 en Gerard Douplein 24. Een twintigtal boxen werden er verhuurd aan kooplieden, die beoogden er een soort overdekte markthalgelegenheid van te maken. De inrichting bleek niet te kunnen slagen, weshalve de eigenaren der perceelen, de firma Haafkens en Versloot, Van Ostadestraat 232 alhier, de perceelen aan een mij onbekenden makelaar hebben overgedaan, die ze, naar het schijnt, heeft verhuurd aan het Staatsbedrijf van de Posterijen. Thans wordt in de bedoelde perceelen gewerkt, om ze voor hun nieuwe bestemming als Post- en Telegraafkantoor in gereedheid te brengen. Uiteraard heeft het Marktwezen met deze particuliere onderneming in het geheel geen bemoeienis gehad. Een der kooplieden, die in de bedoelde overdekte ruimte een standplaats had bezet, namelijk de adressant Erkediep, heeft aan een ambtenaar van mijn dienst verklaard, dat hij inmiddels door de firma Haafkens en Versloot is schadeloos gesteld. Voor het overige is omtrent deze aangelegenheid bij mijn dienst niets bekend.
De Directeur, * Type document: Een ambtelijk advies of rapportage in de vorm van een brief.
* Inhoud: De directeur van de dienst (waarschijnlijk Marktwezen) reageert op een klacht van kooplieden over de opheffing van "De Passage". Hij legt uit dat dit een privaat initiatief was in een voormalige garage tussen de Albert Cuypstraat en het Gerard Douplein. Omdat het concept niet rendabel bleek, hebben de eigenaren (Haafkens en Versloot) het pand verhuurd aan de PTT (Staatsbedrijf van de Posterijen) voor de vestiging van een postkantoor. De directeur benadrukt dat de gemeente (Marktwezen) hier niet bij betrokken was en dat ten minste één van de klagers al schadeloos is gesteld.
* Locatie: Amsterdam (afgeleid uit de straatnamen: Albert Cuypstraat, Gerard Douplein en Van Ostadestraat).
* Toon: Zakelijk en defensief; de dienst distantieert zich van de beslissing omdat het een particuliere onderneming betreft. Dit document stamt uit september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Desondanks vertoont het document de typische kenmerken van de vooroorlogse Nederlandse bureaucratie. Het geeft een interessant inkijkje in de stedelijke herbestemming in Amsterdam: een garage die een overdekte markt werd (waarschijnlijk als aanvulling op de beroemde Albert Cuypmarkt) en uiteindelijk een publieke functie kreeg als postkantoor. Het feit dat kooplieden een klacht indienen bij de Wethouder voor de Levensmiddelen wijst op de spanning tussen particulier ondernemerschap en gemeentelijke marktregulering in die tijd.