Archiefdocument
Origineel
13 november 1940. A. Onrust, Kerkstraat 54, Oostzaan. De WelEdele Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. N⁰ 25/230/M.1940
Oostzaan 13 Nov 1940
WelEdele Heer Directeur
van het Marktwezen
te Amsterdam
Mijnheer voor het slachtverbod
van Pluimvee kippen en eenden had
ik een standplaats in de Lepelstraat
en ook een voorkeurs kaart voor de
markt in de Albert Cuypstraat. Daar
ik nu geen gebruik van beiden ver-
gunningen kan maken tot dat het
slachtverbod wordt opgeheven zoo vraag
ik u beleefd en vriendelijk mij van de
betaling kwijt te schelden. Daar ik nu
broodeloos ben is dat voor mij te bezwa-
lijk. Maar mocht het slachtverbod
opgeheven worden dan zou ik dien
standplaats weer gaarne gebruiken en
ook dien voorkeurskaart voor den
Albert Cuypstraat. Gaarne bericht te
gemoet ziende, teken ik
A Onrust. Kerkstraat 54
Oostzaan In deze brief wendt A. Onrust zich tot de directeur van het Amsterdamse Marktwezen met een dringend verzoek. De schrijver is een handelaar in pluimvee (kippen en eenden) die door overheidsmaatregelen niet meer kan werken.
De belangrijkste elementen uit de brief zijn:
* De beperking: Er is een "slachtverbod" ingesteld, waardoor de handel in vers geslacht pluimvee onmogelijk is geworden.
* De locaties: De schrijver beschikte over een standplaats in de Lepelstraat (gelegen in de toenmalige Jodenbuurt) en een voorkeurskaart voor de Albert Cuypmarkt.
* De financiële nood: Onrust omschrijft zichzelf als "broodeloos". De kosten voor de vergunningen drukken zwaar op hem nu er geen inkomsten tegenover staan.
* Het verzoek: Hij vraagt om kwijtschelding van de betalingen, maar benadrukt tegelijkertijd dat hij zijn rechten op de standplaatsen wil behouden voor het moment dat het verbod wordt opgeheven.
De schrijfstijl is formeel en beleefd, wat typerend is voor de omgang met autoriteiten in die tijd, maar de term "broodeloos" verraadt de precaire situatie van de kleine zelfstandige. De datum van de brief, 13 november 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Distributie en controle: Al snel na de bezetting voerde de bezetter, samen met de Nederlandse administratie, strenge regels in voor de voedselvoorziening. Slachtverboden werden ingesteld om de totale controle te krijgen over de vleesvoorraad en om te voorkomen dat producten buiten het bonnensysteem (de zwarte markt) om werden verkocht.
- De Albert Cuypmarkt en Lepelstraat: Dit waren vitale handelspunten in Amsterdam. Vooral de markthandel in en rond de Jodenbuurt (waaronder de Lepelstraat) zou in de maanden en jaren na deze brief dramatisch veranderen door de anti-Joodse maatregelen, hoewel deze brief specifiek de algemene economische impact van de handelsbeperkingen belicht.
- Economische impact: Voor veel kleine handelaren betekende de oorlog een directe bedreiging voor hun voortbestaan. Verzoeken zoals deze kwamen in die periode veelvuldig binnen bij gemeentelijke instanties, omdat kooplieden probeerden hun weinige bezittingen (zoals standplaatsrechten) te beschermen voor de tijd "na de crisis".