Getypte officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Getypte officiële brief/kennisgeving. 2 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer Ph. Arons, Sint Antoniesbreestraat 19 II, Amsterdam-Centrum. extra
VD/HG.
den Heer Ph. Arons,
Sint Antoniesbreestraat 19 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
25/229/2 M.
2 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 November jl. bericht ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan. U dient Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat ten minste twee maal per week te bezetten en Uw plaats op de markt aan de Westerstraat ten minste drie maal in de vier weken; indien U hieraan niet voldoet, zullen deze plaatsen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten, worden ingetrokken.
De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek dat de heer Ph. Arons op 13 november 1940 had ingediend. De inhoud van dat verzoek wordt niet gespecificeerd, maar uit de reactie blijkt dat het waarschijnlijk ging om een ontheffing van de bezettingsplicht voor zijn marktkramen.
De directeur herinnert de heer Arons aan de strikte regels van het 'Reglement op de Markten':
1. Albert Cuypmarkt: Minimaal twee keer per week aanwezig zijn.
2. Westermarkt: Minimaal drie keer per vier weken aanwezig zijn.
De toon is bureaucratisch en dreigend: bij het niet naleven van deze regels zullen de marktplaatsen worden ingetrokken. Dit duidt op een streng handhavingsbeleid van de Amsterdamse marktmeester in die periode. Het document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de mogelijke achtergrond van de brief:
- Anti-Joodse maatregelen: De ontvanger, de heer Ph. Arons, woonde in de Sint Antoniesbreestraat, een straat in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Veel markthandelaren in Amsterdam waren van Joodse afkomst. In de loop van 1940 en 1941 voerde de bezetter steeds meer beperkende maatregelen in tegen Joden.
- Druk op Joodse handelaren: Het strikt handhaven van marktpvoorschriften werd vaak gebruikt als een middel om Joodse handelaren onder druk te zetten of hun vergunningen in te trekken als zij (bijvoorbeeld door ziekte, armoede of de dreigende situatie) niet aan de eisen konden voldoen.
- Segregatie: Niet lang na deze brief, in 1941, werden Joodse kooplieden volledig verbannen van de reguliere markten zoals de Albert Cuyp en moesten zij uitwijken naar speciale "Joodse markten" op het Waterlooplein en het Gaaspereiland.
De brief toont hoe de gemeentelijke bureaucratie, onder toezicht van de bezetter, de regels onverbiddelijk bleef toepassen, wat in die tijd vaak direct bijdroeg aan de marginalisering van de Joodse bevolking.